'Speelbare stukken' doel van initiatief; Stichting geeft auteurs toneel- schrijfopdrachten

AMSTERDAM, 28 JULI. De stichting Schrijverstoneel, opgericht voor “het genereren van nieuw Nederlands toneel”, heeft circa dertig Nederlandse schrijvers per brief uitgenodigd plannen in te dienen voor toneelstukken. Het initiatief, gesteund door WVC en het Prins Bernhard Fonds, moet “speelbare stukken” opleveren die na dramaturgische begeleiding kunnen worden aangeboden aan gezelschappen en vrije producenten.

De stichting, opgericht door de dramaschrijvers Haye van der Heyden en Edwin de Vries en theaterproducent Gislebert Thierens, heeft dit eerste jaar een budget van ƒ 122.500, waarvan ƒ 62.500 uit het Fonds voor de Podiumkunsten en de rest van het Prins Bernhard Fonds. Per stuk is ongeveer ƒ 10.000 beschikbaar om de schrijver en diens script editor te honoreren. Van der Heyden en De Vries fungeren als redacteuren; naast hen hebben ook Mette Bouhuys, Helen de Zwart, Flip van Duyn en Lodewijk de Boer toegezegd tot de redactie te zullen toetreden.

Van der Heyden zegt uit eigen ervaring te weten dat een schrijver het best kan worden begeleid door een collega-schrijver. “De bestaande dramaturgen uiten zich vaak in vaagheden als: 't moet scherper, 't moet puntiger. Of: in de tweede helft zakt 't een beetje weg. Daar heb je niets aan, je wilt concrete suggesties. In het ideale geval gaat de schrijver na een gesprek met zijn editor op een drafje naar huis om de computer aan te zetten. Zoals het nu gaat, loopt de schrijver vaak met lood in zijn schoenen eerst nog zes blokjes om alvorens zich weer zuchtend over zijn script te buigen.”

De stichting geeft schrijfopdrachten en overlegt daarna, als de eerste versie van het stuk op tafel ligt, met de schrijver over de beste begeleiding. En als er uiteindelijk een tot tevredenheid stemmend stuk is geschreven, hoopt men daarmee de markt op te gaan. “Als stichting Schrijverstoneel kunnen we veel makkelijker tegen een gezelschap zeggen dat we een uitstekend stuk in de aanbieding hebben dan wanneer de schrijver dat zelf zou moeten doen,” aldus Van der Heyden. “Hoe de gezelschappen zullen reageren, weten we nog niet. Maar ze zouden blij moeten zijn, want wij halen voor hen de kastanjes uit het vuur. Het zal een kwestie zijn van het opbouwen van een goede naam; we moeten immers eerst nog bewijzen of dit initiatief levensvatbaar is.”

In de plannen is ook het organiseren van readings opgenomen, in De Balie in Amsterdam bijvoorbeeld, zodat potentiële afnemers zich een beeld kunnen vormen van de beschikbare stukken. “Het is heel moeilijk om toneel te lézen,” zegt Van der Heyden, “en soms is het essentieel om te horen hoe het klinkt.”

Aanvankelijk was het de bedoeling dat de stichting Schrijverstoneel de stukken zelf zou uitbrengen, maar daarvoor ontbreekt nu nog het geld. Van der Heyden sluit echter niet uit dat men in de toekomst, met een geschikt stuk in de hand, een beroep zal doen op de ad hoc-pot van het Fonds voor de Podiumkunsten. “Het blijft ons streven om uiteindelijk zelf produkties te maken,” vult Gislebert Thierens aan.

De brief is gericht aan gevestigde en beginnende schrijvers van wie wordt verwacht dat ze in staat zijn met een stuk te komen. Tot die auteurs behoren J. Bernlef, Kester Freriks en Léon de Winter. Dit najaar wordt, op grond van de eerste reacties, besloten met welke auteurs verder zal worden gewerkt.