Schlemiel in het doel kun je je in het huidige voetbal niet meer permitteren; Het recept voor toekomstige keepers

ZEIST, 28 JULI. Onhoudbaar verdwijnt de bal over een uit vier houten poppen bestaand "muurtje' in de linker bovenhoek. Teleurgesteld graait de kleine keeper de bal uit het net. Met gespreide armen zijn doel verkleinend, neemt de volgende nummer één plaats onder de lat. Het schietkanon is echter onverbiddelijk. Met akelige nauwkeurigheid deponeert deze het projectiel in exact dezelfde bovenhoek. “Shit is dat”, mompelt de doelman. Pas de vijfde keeper heeft succes. De bal komt iets lager en met een ferme duik à la Menzo weet hij het leer klemvast te krijgen. Frans Hoek applaudisseert: “Mooie safe, zie je dat het kan.” De jongen glundert.

Op de velden van het KNVB-sportcentrum in Zeist werkten tot en met vandaag ruim honderdveertig keepers aan hun "techniek, inzicht en kommunicatie': "tik' om in de terminologie van keepergoeroe Frans Hoek (36) te spreken. Al negen jaar organiseert de ex-doelman van FC Volendam en huidige keeperstrainer van Ajax keeperskampen in binnen- en buitenland. In drie categorieën, twee samengesteld op basis van leeftijd en één op kwaliteit, volgen de deelnemers onder leiding van veertig keeperstrainers een uitgebreid "wetenschappelijk onderbouwd' programma. “Na vijf dagen weten ze exact wat ze goed kunnen en waaraan ze nog moeten werken”, vertelt Hoek. Als was het een verwijsbriefje voor de medisch specialist, krijgen de keepers na afloop een boodschappenlijstje mee voor de eigen clubtrainer. Het recept om de top te halen. Hoek: “Talent heb je of niet, wij kunnen alleen meehelpen het tot ontwikkeling te brengen.”

Voor dit doel werpen de keepertjes zich voor ruim vijfhonderd gulden vijf dagen gewillig in plassen en voor keiharde schoten. Zo gek zijn keepers nu eenmaal. “Ze zijn anders”, preciseert Hoek. “Ze hebben een groter gevoel voor verantwoordelijkheid dan spelers. Accepteren de risico's van het vak. Weten dat de spits meermalen mag missen maar zij nooit. Anders worden ze afgebrand. Keepers bouwen bij een doelpunt van hun ploeg ook rustig een feestje in hun eentje.”

Met passie praat de keepers- trainer over zijn soortgenoten. “Onzin, de keeper is niet de schlemiel van het elftal. Vroeger misschien maar nu niet meer. Een lulletje in het doel, dat kun je je in het hedendaagse voetbal niet meer permitteren. Keepers moeten ook goede voetballers zijn.” Frans Hoek noemt de nieuwe "terugspeelbalregel' een verrijking van het keepersvak. Keepers mogen ballen, gespeeld door ploeggenoten, niet meer in de handen nemen. “Fantastisch, hierdoor is er veel meer begrip gekomen voor het keepen. Publiek en spelers gaan inzien hoe veelzijdig een goede keeper moet zijn.”

Op het veld wachten twaalf doelmannetjes bij de tweede paal op de voorzetten van links. Vervaarlijk vliegen de ballen in de richting van grijpende Frans Hoek-handschoenen, afkomstig uit het sponsorpakket. “Als keeper hoef je tenminste niet zo veel te lopen”, verklaart Vincent Berga, de nieuwbakken sluitpost van de C3 van HZVV uit Hoogenveen, zijn keuze voor deze positie. “Een duik in een plas, dat kan me niets schelen.” Jeroen Bom uitkomend voor De Foresters D1 uit Heiloo mag die viezigheid gestolen worden. “Bah, dat hoeft voor mij nou niet.” Keepen vindt hij grandioos, net als het keeperskamp. Het geld van zijn ouders is goed besteed, vindt hij. Of hij talent heeft, durft hij niet van zichzelf te zeggen. “Ja, dat staat zo alsof ik kapsones heb.” Zijn collegaatjes knikken. “Talent zegt ook niets op deze leeftijd”, weet Johan Sullmann van SVM D1 uit Marknesse, “We hebben gewoon nog tijd nodig.”

Maar jong of niet, Oiajdi Abdelaziz werd vorig seizoen op elfjarige leeftijd door Ajax van het Landsmeerse IVV naar De Meer gehaald. Helaas voor hem werd het jaar in de D1 niet wat hij ervan had gehoopt. In de nieuwe jaargang speelt Abdelaziz in de C1 of C2 van de Volewijckers. “Maar Ajax blijft me volgen”, stelt hij zichzelf gerust. “Ik ken hem”, zegt Frans Hoek. “Het was een goed keepertje die alleen het ongeluk had dat er zo veel concurrentie was. Maar ze weten als ze naar Ajax komen dat het in principe voor een jaar is. Toch is het hard natuurlijk, dat begrijp ik.”

Negen kampen à honderdveertig deelnemers à raison van vijfhonderd gulden: 630.000 gulden. De kampen moeten voor Hoek een goudmijn zijn. “Dat wordt steeds gezegd maar dat is een vergissing. We werken kostendekkend. Een topaccommodatie en toptrainers, dat kost nu eenmaal veel.” Voor het geld zegt hij de kampen ook “echt niet” te hoeven doen. “Dan zou ik het nooit negen weken achtereen volhouden. Het keepen fascineert me gewoon nog mateloos. Ik heb nog zo veel ideeën om de keepersopleiding te vervolmaken.”