Sarajevo is 's werelds grootste lager

SARAJEVO, 28 JULI. Danica Bagaric heeft de gaskamers van Auschwitz overleefd, net als de macabere experimenten van "engel des doods' Josef Mengele. Nu, vijftig jaar na de Holocaust, zit ze in Sarajevo als een van de 380.000 gevangenen van een 16 maanden durende Servische belegering die haar stad heeft veranderd in 's werelds grootste detentiecentrum.

“Er is geen weg naar buiten en er is geen weg naar binnen”, zegt Bagaric, 68 en halfverlamd sinds een beroerte, zes jaar geleden. “Het is een lager. En Sarajevo is erger dan Auschwitz. Misschien komt het omdat ik oud en ziek ben. Wat ons toen, in de oorlog, op de been hield was dat de Duitsers moesten worden verslagen. Dat gaf ons kracht”, zegt ze. “Dit keer zie ik geen uitweg.”

Bagaric zit, sinds de Serviërs in april vorig jaar hu artillerie installeerden op de heuvels rond Sarajevo, vast in haar bescheiden flatje op de eerste verdieping van een flat vlak achter de beruchte "sluiupschutterslaan'. Sluipschutters hebben de ramen van de kamer en de keuken aan de straatzijde onder vuur en Bagaric' wereld is dus beperkt tot een kamer aan de andere, veiliger kant. Ze slaapt op een divan naast een kachen en de televisie, die ze niet kan gebruiken omdat er geen stroom is. Ze doodt de tijd met patience. De linkerhelft van haar lichaam is verlamd en ze kan niet zonder hulp lopen - laat staan dat ze in staat zou kunnen zijn op straat de kogels van de sluipschutters te ontlopen. Sinds de oorlog zestien maanden geleden begon is de ongetrouwde Bagaric haar huis niet uit geweest. Buren - moslims, Serviërs en Kroaten - brengen haar voedsel en water. “Ik heb heel goede buren”, zegt ze, nippend aan het eerste kop koffie in bijna twee weken. Zelfs is ze Kroatische.

Er zijn legio verhalen van extreem lijden in Sarajevo, waar al tienduizend mensen om het leven zijn gekomen sinds de oorlog begon. Maar weinigen dragen de last die Bagaric moet dragen. Ze viel in april 1943 bij Sarajevo als zeventienjkarige partizane in Tito's strijdkrachten in handen van de Duitsers en bracht de volgende twee jaar door in vier verschillende concentratiekampen, waaronder veertien maanden in Auschwitz-Birkenau, waar ze zware dwangarbeid moest verrichten. “Toen ik er aankwam kreeg ik te horen dat de enige weg naar buiten door de schoorsteen liep. Ik heb mezelf toch voorgenomen het te overleven, uit dwarsheid. Ik denk dat iedereen die het overleefde, dat uit dwarsheid kon.” Ze weigert over Mengele te praten, maar volgens vrienden is ze in handen gevallen van de "engel des doods', die gevangenen als menselijke proefkonijnen gebruikte voor weerzinwekkende experimenten. “Dat is iets dat we van binnen meedragen. We hebben het gevoel dat als we erover praten, mensen medelijden met ons hebben, en medelijen is iets dat we niet willen.”

Bagaric, die na de oorlog als laboratoriumassistente werkte, schreef een deel van haar herinneringen op in een boek met soortgelijke herinneringen van vijftien voormalige gevangenen in Duitse kampen. Het verscheen in 1987 in het Servokroatisch onder de titel "Een ruige weg naar de vrijheid'. “Mijn doel was om uit te leggen hoe we de bevrijding ondergingen”, zegt ze.

Nu, anno 1993, hoopt Bagaric dat de bevrijding komt in de vorm van een door de Amerikanen opgezette evacuatie van Sarajevo. Ze zou graag naar haar zuster in Kroatië gaan of naar familieleden in Servië of misschien naar Duitsland, waar ze vrienden heeft. Ze heeft ook nog een zuster in Israel.

Het is een hoop die velen in sarajevo koesteren, en die maar door heel weinigen werkelijkheid is geworden. (Reuter)