Nieuw bloed in Coornhert-Liga

De vereniging voor strafrechthervorming, de Coornhert-Liga heeft begin vorige maand als bestuurslid drs. A. Reeve genstalleerd. De benoeming geschiedde in een openbare vergadering, maar die worden doorgaans niet bijgewoond door journalisten.

Dat bestuursvergaderingen van de Coornhert-Liga ruim een maand na dato de publiciteit halen, zoals nu het geval is, heeft te maken met toeval, maar vooral met de tijd. In de jaren zeventig werd scherp geluisterd naar de vereniging - zoals tijdens de affaire-Menten - maar met de intrede van het stoere-jongens-ferme-knapen-tijdperk, zo halverwege de jaren tachtig, verminderde de aandacht voor de Liga, als was het een clubje geworden van dromerige sociologen met een verkeerde opleiding.

Hoe anders is dat nu met de benoeming van het bestuurslid drs. A Reeve, volgens kranteberichten een "drievoudig moordenaar'. De verontwaardiging is groots en stevig verwoord door de pr-functionaris van de Amsterdamse politie, de heer Wilting, die gisteravond nog zei namens het gehele korps te spreken. Want Reeve is in Nederland tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens doodslag op een politie-agent in Amsterdam in 1982. Daarvoor was hij op zijn vijftiende jaar in Engeland al veroordeeld voor het doden van een leeftijdgenoot. Voorts werd hij op jeugdige leeftijd veroordeeld voor wurging van een mede-gedetineerde, wat hij overigens altijd heeft ontkend.

Wie de moeite neemt het leven te bestuderen van de nu 45-jarige Reeve, die dertig jaar heeft gezeten, bekruipt het gevoel te maken te hebben met een Jean Valjean uit Victor Hugo's Les Misérables. Vooroordelen, maar vooral zijn politieke stellingname hebben zijn levensloop nadrukkelijk bepaald. Dat alles is zeer de moeite van overweging waard, maar heeft feitelijk weinig van doen met zijn benoeming in het bestuur van de Liga. Reeve heeft zijn straf uitgezeten, is in die tijd afgestudeerd als politicoloog en woont in Nederland. Hij heeft opmerkelijke en lezenswaardige stukken gepubliceerd over detentie. In die zin is hij begrijpelijkerwijs waardevol voor een vereniging die zich verdiept in strafrechthervorming.

Maar boven alles staat dat Reeve iemand is die naar de letter van onze rechtsbeschaving nu, na dertig jaar detentie, een nieuw begin mag maken. Zo'n nieuw begin houdt in dat hij lid mag worden van het kerkbestuur, de plaatselijke voetbalvereniging en dus ook van de Coornhert-Liga. Nooit heeft iemand bezwaar gemaakt tegen de "ideale' samenstelling van het bestuur van de Coornhert-Liga, die zou moeten bestaan uit rechters, officieren van justitie, juridisch wetenschappelijk medewerkers aan universiteiten, reclassering, advocaten en ex-gedetineerden. Maar drs. A. Reeve lijkt naar het gezonde volksgevoel "iets te ex-gedetineerd'.

Wie zich verdiept in het dossier-Reeve en zijn publikaties heeft gelezen moet tot de conclusie komen dat maar weinigen zo in aanraking zijn gekomen met het strafrechtssysteem, zoals dat in het Westen bestaat. Hij werd in Engeland op zijn vijftiende tot twintig jaar veroordeeld. Over de "menselijkheid' van dergelijke straffen, de wijze waarop die ten uitvoer worden gelegd en de strafrechtspleging in het algemeen probeert de Coornhert-Liga een mening uit te dragen. Het is tragisch genoeg dat de Coornhert-Liga als enige actief lijkt op dat terrein in een tijd dat denkbeelden op dat punt zo sterk verharden.

Het cynische bij dit alles is dat het Amsterdamse politiekorps zich bij monde van Wilting nu ineens medeleven toont met over de nabestaanden van de doodgeschoten politie-agent in 1982. Voor hen zal het noemen van de naam Reeve altijd bitter blijven, maar dat mag niet verhinderen dat iemand na het uitzitten van zijn straf zich een nieuwe plaats in de samenleving mag verwerven.

De vraag die bij al deze verontwaardiging opdoemt is waar Wiltings medeleven was bij de dood van Hans Kok, of vorige week, toen de gevoelens van de nabestaanden van de begin dit jaar overleden Husseyin Köksal in het geding waren. Of een aantal weken geleden, toen een 20-jarige crimineel, die had bekend iemand te hebben doodgestoken, werd heengezonden. Wie sprak toen over de gevoelens van de nabestaanden?

De vergelijking is onplezierig en gaat in zoverre mank dat Reeve zijn straf heeft uitgezeten, de heengezondene en politie-agenten die "mogelijk' schuldig zijn aan Köksals dood niet. Ze zullen waarschijnlijk zelfs nooit worden berecht.

Als zich in de samenleving zo langzamerhand een stil verlangen ontwikkelt naar een tijd waarin mensen weer werkelijk levenslang dienen te krijgen, dan moet dat publiekelijk worden uitgesproken. In die zelfde lijn ligt een zekere hang naar de doodstraf. Mocht daar sprake van zijn - en dat valt af te leiden uit de commentaren op Reeves bestuurslidmaatschap - dan dient ook dat onderwerp van een openbaar debat te zijn. Zo niet, dan zouden de criticasters die het woord "tactiek' nu zo hoog in het vaandel voeren, dienen te beseffen dat ze appelleren aan een uiterst primitief volksgevoelen, waar onze rechtsbeschaving sedert lang aan ontstegen is.