Mislukte stripverfilming

Dennis the Menace (Stennis met Dennis). Regie: Nick Castle. Met: Walter Matthau, Mason Gamble, Christopher Lloyd, Joan Plowright, Lea Thompson, Paul Winfield. In: 50 theaters.

Speelfilmversies van stripverhalen zijn altijd enigszins problematisch; het minst geschikt voor uitbeelding door acteurs is misschien nog wel de dagelijkse krantestrip, die sterk leunt op losse, visuele "gags'. Een goed voorbeeld is de sinds 1951 in talloze dagbladen verschijnende strip Dennis the Menace van Hank Ketcham. Telkens moet daarin binnen het bestek van enkele tekeningen een afgerond verhaaltje verteld worden. De personages behoeven geen herhaalde introductie, hun onderlinge relaties liggen vast. Dennis is een ongeveer vijfjarige kleuter, wiens goed bedoelde aanhankelijkheidsbetuigingen aan zijn bejaarde, mopperige buurman Mr. Wilson steevast op fysieke rampen uitlopen. Dan zijn er nog een rafelige hond (Ruff), twee andere kinderen (de kokette Margaret en de peuter Joey) en Dennis' hopeloos inefficiënte ouders.

Hoewel Dennis al enkele keren op televisie verscheen, zowel getekend als in live-action-series, is de gedachte een bioscoopfilm aan hem te wijden typisch het resultaat van mechanisch Hollywood-denken. De Warner Bros.-studio, die bij deze gelegenheid zijn door Bugs Bunny gedragen "Family Entertainment'-logo lanceert, meende de opdracht wel toe te kunnen vertrouwen aan producent John Hughes. Die beschikt immers dank zij de twee Home Alone-films en een lange serie speelfilms over adolescentenleed over de reputatie als geen ander de kinderziel te kunnen doorgronden en in amusementsvorm te gieten.

Het resultaat is een, door de onbekende Nick Castle geregisseerde lopende-bandproduktie, die op voorspelbare gronden sneeft. Dennis the Menace is een ondramatische aaneenschakeling van "slapstick'-effecten, die bovendien iedereen van boven de twaalf al van ver ziet aankomen. De hoofdrolspeler is weer zo'n uit de reclame weggelopen schattig jongetje met iets te lang blond haar à la Macauley Culkin uit Home Alone. Om een soort verhaal te kunnen vertellen wordt een uit dezelfde traditie stammende schurk opgevoerd, schmierend vertolkt door Christopher Lloyd. De show wordt, al even voorspelbaar, gestolen door ieders favoriete mopperkont Walter Matthau, de rencarnatie van de legendarische kinderhater W.C. Fields.

Dat Matthaus Mr. Wilson zijn best moet doen om later in de film warme gevoelens te ontwikkelen voor de dreumes, maakt de onderneming alleen maar ongeloofwaardiger. Ook de, uit de koker van scenarist Hughes stammende, filosofietjes over moderne pedagogische dilemma's slaan als een ladder op een boomhut.