"Laat de wereld met ons medelijden hebben'

SIDON, 28 JULI. In het zuiden van Libanon is een massale uittocht op gang gekomen naar het veilige noorden uit angst voor het grote militaire offensief dat Israel tegen Hezbollah heeft ingezet. Volgens schattingen in Libanon zijn er 300.000 mensen op de vlucht geslagen, Israel houdt het aantal op 150.000.

De paniek blijft niet beperkt tot de dorpen in de buurt van de door Israel ingestelde "veiligheidszone' maar heeft ook de steden Sidon en Tyris bereikt. Duizenden mensen laadden hun gezin in auto's en vertrokken in allerijl richting Beiroet, dikwijls zonder zich nog de tijd te gunnen voor het meenemen van voedsel, kleren of beddegoed. De weg naar Beiroet raakte daarbij volledig verstopt. “Het is allemaal zelfs nog groter dan tijdens de Israelische inval van 1982”, verzuchtte een VN-functionaris, die anoniem wilde blijven.

Ook de vluchtelingen die zich aanvankelijk veilig waanden in Sidon en andere, grotere plaatsen, willen verder naar het noorden. “Ik kan het niet meer aan”, zegt de 80-jarige Mansour Mandour, terwijl hij zich gereed maakt om Sidon te verlaten. Mandour was eerder al gevlucht uit zijn dorpje Jibsheet voor het Israelische offensief. Zijn dorpje van 5.000 zielen is nu zo goed als uitgestorven, vertelt Mandour.

“Het is daar hels”, verklaarde een andere vluchteling, de 65-jarige Mohammad Abu Zeid, die met zijn vrouw, elf kinderen en drie geiten te voet uit zijn dorpje Jarjouh is gevlucht, waar zich een bolwerk van de Hezbollah-strijders bevindt.

In de omgeving van het Qaraoun-meer bevinden zich eveneens veel vluchtelingen uit het zuiden. Onder de bomen kamperen ze in het gras of hangen rond bij hun auto's. Geld om in een hotel te overnachten hebben de meesten uit het economisch achtergebleven Zuid-Libanon niet. Enkelen beschikken over transistor-radio's, maar zetten deze slechts af en toe aan, kennelijk uit vrees dat de batterijen anders te snel op raken.

“Laat de wereld medelijden met ons hebben en ons redden van deze agressie”, klaagde de 24-jarige vrouw Noor el-Hirshi. “Laat ze komen en zien wat er van ons is geworden”. Noor vluchtte zondag al uit haar dorp Sohmor, samen met 25 familieleden in een vrachtauto. Sohmor was een van de eerste dorpen die onder Israelisch vuur kwamen. De bevolking van Sohmor bestaat vooral uit shi'ieten. Zoals de meeste vluchtelingen hebben Noor en haar familie slechts een minimum aan bagage meegenomen: wat kookgerei en enkele dekens. Sommigen vertellen dat ze zo snel uit hun dorp zijn gevlucht dat ze de deur van hun huis niet eens meer hebben dichtgedaan.

Ook Nabatiyeh, waar zo'n 35.000 mensen wonen, heeft het zeer zwaar te verduren, al geldt deze plaats niet als een bolwerk van Hezbollah maar van de door Syrië gesteunde Amal-militie. Maandag hadden velen in de plaats nog gezworen niet weg te zullen trekken. Een dag later, toen de Israelische beschietingen in alle hevigheid bleken aan te houden, constateerden waarnemers in Nabatiyeh echter dat zo'n 85 procent van de bevolking uit de stad en haar omgeving waren gevlucht.

Een andere inwoner van Jibsheet oefende niet alleen kritiek uit op Israel maar ook op de Libanese regering. “De regering zegt dat ze het verzet tegen de bezetters steunt en toch bouwen ze geen schuilplaatsen voor ons”, aldus de 38-jarige Ali Badreddine. “Er is geen enkele schuilplaats in het hele gebied. Sinds 1985 rij ik iedere keer weer wanneer Jibsheet wordt gebombardeerd drie of vier uur met mijn familie naar Beiroet of naar een moskee in Sidon.” (AP, Reuter)