Kritiek Amnesty op onderdrukking guerrilla Atjeh

LONDEN, 28 JULI. Het aantal schendingen van de mensenrechten in de Indonesische provincie Atjeh (Aceh), waar een guerrilla-organisatie zich al jaren verzet tegen de regering, is de afgelopen achttien maanden aanzienlijk verminderd.

Dit is echter niet te danken aan een wijziging in het repressieve regeringsbeleid maar veeleer aan angst onder de bevolking in Atjeh. Dit stelt Amnesty International in een vandaag verschenen rapport met gegevens over de provincie in het uiterste westen van Sumatra voor de periode sinds 1989. Amnesty schat dat de afgelopen vier jaar 2.000 burgers zijn gedood en 1.000 mensen zonder opgave van reden zijn gearresteerd bij de pogingen van de regering om de opstand in Atjeh onder controle te brengen. Ook het afgelopen jaar zijn er nog herhaaldelijk standrechtelijke executies uitgevoerd en mensen spoorloos verdwenen. De daling van de laatste tijd “schijnt een aanhoudende en diep gewortelde vrees voor vergelding door de regering te weerspiegelen bij gewone mensen die wonen in gebieden waar naar wordt aangenomen opstandige activiteiten plaatshebben”, aldus Amnesty. (Reuter, AP)