"Ik dronk een kopje koffie en toen sloeg de raket in'

ACHZIV, 28 JULI. Bij het vakantieparadijs van Eli Avivi in Achziv slaan sinds zondag de oorlog oplaaide tussen Israel en Hezbollah steeds gierend katjoesja-raketten in. De excentrieke Israeliër Avivi heeft op dit mooie en romantische plekje, aan de kust van de Middellandse Zee vlak onder de grens met Libanon, een kwart eeuw geleden het "mini-staatje Achziv' gesticht, dat door de Israelische autoriteiten oogluikend wordt getolereerd. Het vakantiehuis en het veld waar tenten kunnen staan, zijn echter akelig stil en verlaten. Alleen vanachter de Libanese heuvelrug afgevuurde katjoesja's klieven hier af en toe door de lucht, alleen de honden blaffen hier.

Op last van politie en leger hebben de bezoekers van Achziv dit paradijs bij het begin van de Israelische "Actie Afrekening' tegen Hezbollah moeten verlaten. Eli en zijn blonde vrouw Rina zijn gebleven. “Ik ben niet bang, hoewel ik weet dat ieder moment een raket kan inslaan”, zegt hij. “Ik heb al zo verschrikkelijk veel mee gemaakt. Tijdens de Libanese oorlog in 1982 regende het ook katjoesja-raketten om ons heen.”

Nu is het niet anders. Achziv, een paar kilometer ten noorden van Naharyah, ligt net binnen het bereik van de katjoesja's. Sedert zondag vallen ze in een cirkel op enkele honderden meters van zijn huis. Sommigen vlakbij in de zee.

Een jonge vrouw uit Haifa, die Eli in het drukke toeristenseizoen helpt, ontkent eveneens haar angst. “De kans dat ik een katjoesja op mijn hoofd krijg is net zo klein als het winnen van de hoofdprijs in de staatsloterij. Aangezien ik die prijs nooit heb gewonnen overkomt me hier niets”. Ze lacht net niet helemaal overtuigend over deze kromme logica.

Terug in Tel Aviv meldt Radio Israel dat er in West-Galilea katjoesja-raketten in zee zijn gevallen. “Ja, weer vlak bij mij”, bevestigt Eli per telefoon. “Ze kwamen met reuze klappen op zee neer.”

Achziv is een gevaarlijk gebied. Rina ontsnapte maandag aan de dood, toen een katjoesja insloeg bij Wimpy, vijfhonderd meter noordelijker, bij de spoorwegovergang van de trein die al meer dan een halve eeuw niet meer van Haifa naar Beiroet rijdt. “De raket kwam zo'n honderd meter van me vandaan neer. Ik dronk met een politieagent een kopje koffie. De klap was heel hevig. Natuurlijk schrok ik. Maar weggaan? Nee, dat niet”. Ze gelooft binnen het bereik van de dodelijke en verraderlijke katjoesja's heilig in de levensfilosofie van Eli: wat komt, komt.

De toeristen daarentegen spelen aangespoord door politie en leger niet met hun leven. Ze zijn onmiddellijk uit dit schitterende gebied langs de Middellandse Zee verdwenen. Club Med vloog zijn vakantiegangers als een haas naar het clubhotel in Eilath. De verlaten bungalowparken maken nu een troosteloze indruk.

Sassi Shemesh, de directeur van het nieuwe vakantiedorp Nofesh Achziv, ziet zijn inspanningen dit jaar wat te verdienen in rook opgaan. Duizend afzeggingen in één klap. “We hebben hier geen schuilkelder. Dus is het niet verantwoord vakantiegangers te hebben. De politie heeft groot gelijk, maar mijn portemonnaie doet wel erg pijn”. Hij hoopt op compensatie van de regering, waarop Eli Avivi niet kan rekenen omdat zijn mini-staatje, met paspoort en al, door de staat Israel volledig wordt genegeerd.

Bij Wimpy, het restaurant van David Cohen, waar Rina eerder de schrik van haar leven kreeg, hangt Robbi Josh (46) uit Berlijn aan het buffet. Hij zegt wel bang te zijn maar piekert er niet over zijn biezen te pakken. “Ik vraag God iedere dag of ik mag blijven”, zegt hij. “Ja, de raket sloeg vlak bij me in”, vertelt hij. En met een eigenaardige trots stelt hij vast de enige toerist te zijn die in de nabij gelegen jeugdherberg is gebleven. Hij zwaait met zijn sleutel. Kamer 306.

Het plaatsje Naharyah, wat meer naar het zuiden, maakt een lusteloze indruk. Raketten zijn er nog niet gevallen maar de overheid doet alsof dat ieder ogenblik kan gebeuren. Alle winkels in de hoofdstraat zijn gesloten. Een paar cafés zijn open, maar klanten zijn er nauwelijks. Veel kinderen en ouden van dagen zijn gisteren met bussen naar veiliger oorden nabij Tel Aviv gebracht. Veel achterblijvers trotseren de opdracht van de burgerbescherming om de schuilkelders in te gaan. “Veel te heet”, zegt Ruvina Kaganov, een Russische immigrante die met haar kleindochter wandelt. “Deze situatie kost me geld”, klaagt deze pianolerares. “Al mijn leerlingen zijn vertrokken. En dus heb ik niemand om les te geven. De Israeliërs gaan er van door. Die hebben familie en geld om weg te gaan. Maar wij Russen? Waar moeten we naar toe?”

In Naharyah zijn nog geen katjoesja's gevallen. Achziv een kilometer of zeven noordelijker ligt net wel in de katjoesja-raketvuurlinie. Daar is het levensgevaarlijk. Eli en Rina Avivi weten het. Maar wie verlaat er nu het paradijs, zelfs als het een gekkenhuis is?