Het complete oeuvre van animatiefilmer Gerrit van Dijk op één videoband; Van voetballer tot verschrompeld monster

Animatiefilms van Gerrit van Dijk (1973-1991). Regie: Gerrit van Dijk en anderen. Moskwood Video. Prijs ƒ 49,95.

De korte speelduur van de gemiddelde Nederlandse animatiefilm is een van de redenen dat er vaak weinig publicitaire aandacht aan besteed wordt. Het voordeel van dat overzichtelijke formaat is wel dat een compleet oeuvre gemakkelijk op één videoband past. Voor maar vijf tientjes kan een ieder nu nagenoeg alle animatiefilms, die de Haarlemmer Gerrit van Dijk tussen 1973 en 1991 maakte, in zijn kast zetten.

Een ander, bijkomend voordeel van video is in dit geval de mogelijkheid de films beeld voor beeld af te draaien. Wie de kunst wil afkijken, moet dat zeker doen: per slot van rekening is dat ook de manier waarop animatiefilms tot stand komen. Veel winst levert het niet op; hoewel de transformatie van objecten en personen het centrale stijlmiddel van Van Dijk (Uden, 1938) lijkt te zijn, verliest die magie zijn charme volledig, wanneer de transformaties zich niet voltrekken in het voor de toeschouwer beoogde tempo.

De aan de Tilburgse Academie voor Kunst en Architectuur opgeleide Van Dijk genoot al enige faam als beeldend kunstenaar - schilder en aquarellist - voor hij zich een reputatie verwierf als een van de meest toonaangevende Nederlandse animators. De videoband van ruim 68 minuten bevat elf films, die chronologisch in omgekeerde volgorde worden gepresenteerd. In één van Van Dijks vroegste films, Sportflesh (1976), dient zich de obsessie van de auteur aan in haar meest naakte vorm. Een jong voetballertje verandert langzaam van gedaante tot een oude, verschrompelde man en uiteindelijk in een monster, de bal onder zijn arm. Dan zoomt de camera uit en zien we weer de oorspronkelijke foto. Niet alleen bevat deze film al de voor Van Dijk typerende wisselwerking tussen getekende en gefotografeerde beelden, maar ook verraadt hij hier meteen dat zijn metamorfosekunst genspireerd wordt door de fascinerende werking van de tijd, verval en dood.

Dit thema lijkt de meest constante factor te zijn in Van Dijks werk, dat ook herhaaldelijk erotische (met name in Quod libet uit 1977 en Janneke uit 1990) en politieke accenten bevat. De sociaal geëngageerde films, zoals de Jute-serie en Music for the Millions (1983), hebben het slechtst de tand des tijds doorstaan. Van Dijk is op z'n best als hij op bijna kolderieke wijze iconen zoals bekende personages (Pas à deux, A Good Turn Daily) of schilderijen (het in opdracht van het Frans Halsmuseum vervaardigde Frieze Frame) in elkaar of in abstracte beelden laat vervloeien. Ook de volledig "vrije', surrealistische liefdesgeschiedenis tussen twee kubussen (Cube Men Cube uit 1976) ontpopt zich bij het weerzien tot een klassiek meesterwerkje.

Van Dijk heeft altijd veel samengewerkt met andere kunstbeoefenaars. Soms kreeg hun invloed de overhand. In de op een tekst van Herman van Run gebaseerde vertelling Haast een hand (1982) zijn de plaatjes weinig meer dan een letterlijke illustratie van de door Jacques Commandeur uitgesproken woorden. Van Dijks stijl krijgt dan iets pretentieus. Ook de zware inhoudelijke en stilistische boodschap van Janneke, die de geboorte en het opgroeien (transformeren) van zijn eigen dochter als onderwerp heeft, bevalt slecht.

Van Dijks onvolprezen meesterwerk, in 1989 in Berlijn met een Gouden Beer bekroond, blijft nog steeds Pas à deux, een dansduet tussen voortdurend in elkaar overvloeiende personages, in wie we Popeye, Jezus, de paus, tante Sidonia, Elvis Presley en vele anderen herkennen. De lichte, speelse toon moet mede toegeschreven worden aan Monique Renault, met wie Van Dijk de film samen tekende en regisseerde. Die gedeelde credit wordt nogal eens vergeten; ook op de buitenkant van de videotape worden met geen woord Van Dijks talloze co-regisseurs (zoals Peter Sweenen en Jacques Overtoom) vermeld. De alleroudste film, Butterfly R.I.P. 1975, is zelfs officieel geregisseerd door Peter Brouwer en niet door tekenaar Van Dijk. Het is de vraag of men Gerrit van Dijk zelf die omissie aan moet rekenen, te meer daar zijn hand wel degelijk in alle hier verzamelde films te herkennen valt.