HERBERT JOEKS 1915 - 1993; Meer dan Klukkluk

Herbert Joeks, die vanochtend op 77-jarige leeftijd in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam is overleden, was vooral bekend als het bangelijke indiaantje Klukkluk in de kinderserie Pipo de Clown. Hij speelde die rol ruim twintig jaar, niet alleen op de televisie, maar ook in honderden kindervoorstellingen in het land. Daarnaast was hij gespecialiseerd in het zingen van Weense liedjes.

Jarenlang werkte Joeks, die eigenlijk Herman van Hugten heette, alleen bij amateurgezelschappen. Overdag was hij verkoper in een herenmodemagazijn. Tot hij die baan in 1943 kwijtraakte en de stap naar de beroepssector waagde. Hij begon met kleine rolletjes in variété-gezelschappen en speelde vier seizoenen mee in de sketches in de Snip & Snap-revues. Zijn bekendheid steeg toen hij in 1955 toetrad tot de vaste acteursgroep van de Nederlandse Televisie Stichting, de tv-pendant van de toenmalige hoorspelkern. Joeks verscheen in tientallen tv-stukken - zo vaak dat de televisie in die dagen spottend de Joeks-box werd genoemd.

Hij stond bekend als een uiterst consciëntieus acteur die elk rolletje, hoe klein ook, tot in alle details uitwerkte en nimmer verviel in de typetjes-routine. Met zijn hang naar precisie bleek hij bij uitstek geschikt te zijn voor de camera: “Ze noemen me in de studio wel eens de detaillist. Ben ik ook.” Als filmacteur speelde hij onder meer een dove omroepdirecteur in Het wonderlijke leven van Willem Parel en een kruidenier in Fanfare.

Vanaf 1958 vertolkte Herbert Joeks de rol van Klukkluk, het figuurtje dat in Nederland de zinswending “van de gekke” introduceerde. Later twistte hij met Pipo-schrijver Wim Meuldijk over het auteurschap van die uitdrukking. Het eind voor Klukkluk kwam in 1980, maar nog lang daarna werd Joeks ermee gedentificeerd - zo vaak dat hij zich geërgerd ging afvragen of hij daar nooit zou afkomen.

Intussen had hij zich met succes gewend tot het Weense repertoire. In liedjes als Sag' beim Abschied leise Servus klonk door zijn dunne, ietwat genepen stem en zijn minutieuze dictie precies de juiste mate van charme en weemoed door. Die liedjes waren hem tenslotte liever dan de vele regisseurs die dachten dat hij alleen maar gekke mannetjes kon spelen.