Grenshospitium: verdeel en heers

AMSTERDAM, 28 JULI. Angst, haat en nijd beheersen de sfeer in het grenshospitium voor kansloze asielzoekers in Amsterdam. Personeelsleden verraden elkaar bij de directie uit vrees voor hun positie of in de hoop op promotie. Dit blijkt uit gesprekken met personeelsleden en ex-bewoners die anoniem willen blijven uit angst voor represailles. “Er is veel geharrewar onder het personeel. Het is er dief en diefjesmaat”, bevestigt de Amsterdamse advocaat mr. H.A. Kater, die regelmatig in het grenshospitium komt om daar zijn cliënten te bezoeken.

Volgens personeelsleden voert de directie een interne machtsstrijd en is zij niet bij machte de onzekerheid en spanning onder het personeel te kalmeren. Integendeel, verscheidene zogeheten vreemdelingenbegeleiders stellen dat de directie de verdeeldheid aanwakkert. “Personeel dat het best verraden kan maakt promotie. Uithoren en manipuleren is normaal hier”, zegt een personeelslid.

In het grenshospitium worden asielzoekers opgesloten die via Schiphol het land binnenkomen maar volgens Justitie geen kans maken op een verblijfstitel. Ze worden in het grenshospitium vastgehouden tot de definitieve uitspraak van de rechter. Het hospitium, een rechthoekig betonnen gebouw, is omgeven door twee hoge omheiningen met prikkeldraad. Staatssecretaris Kosto (justitie) zei bij de feestelijke opening in april 1992: “Het gaat er niet om hoe het er van buiten uitziet, maar hoe het van binnen is.” Hij reageerde op de weerstand tegen het hospitium - niet alleen van vluchtelingenorganisaties maar ook binnen Kosto's eigen partij, de PvdA. Inmiddels komt de kritiek ook van binnenuit.

“We zijn bang”, zegt een vreemdelingenbegeleider. “Niet alleen voor de bewoners, maar vooral voor de directie en de afdelingshoofden. De directie speelt een verdeel- en heerspolitiek en maakt gebruik van informanten. Als je bij de adjunct-directeur wordt geroepen, zet die je onder druk door je op te hemelen en af te kraken. Eerst hemelt hij je een beetje op, dan kraakt hij je af en vervolgens vraagt hij "Wat zegt die en wat doet die?' Vooral de laatste tijd geeft dat over en weer een hoop wantrouwen. Als je veel tegen de directie kunt vertellen kom je in een hogere schaal of krijg je een betere baan. Degene die het mooiste kan slijmen en klikken krijgt de beste banen.”

Een andere vreemdelingenbegeleider: “Je moet altijd even uitkijken met wie je samenwerkt. Sommige personeelsleden klikken, uit angst voor hun positie en uit onzekerheid over de vraag: hoever kan ik gaan? Het wekt jaloezie als je aardig kunt zijn tegen de bewoners en toch overmacht weet te houden.” Tegen een vrouwelijke bewaarder die goed contact had met bewoners is anderhalve week geleden een ontslagaanvraag ingediend op beschuldiging van “verregaande contacten met bewoners”.

In september moet M. Pronk, nu nog werkzaam bij de Directie Vreemdelingenzaken van het ministerie van justitie, proberen het grenshospitium in rustiger vaarwater te brengen. Het is de vorige directeur, R. Hofstee, niet gelukt. Hij moest in december vorig jaar vertrekken wegens spanning met het personeel.

Pag.2: Asielzoekers als verklikker

Werken in grenshospitium is verre van gemakkelijk, zo onderstrepen vreemdelingenbegeleiders - die per se geen "bewaker' heten. De meeste personeelsleden komen uit het gevangeniswezen. “In de gevangenis weet je ten minste waar je aan toe bent”, zegt een van hen. “Hier ligt het moeilijker want de gevangenisregels kun je niet gebruiken.” Ook een collega klaagt over het gebrek aan structuur. “Regels veranderen van de ene dag op de andere. Enerzijds wordt van ons verwacht dat we menselijk met de asielzoekers omgaan, het andere moment moet de beveiliging voorop staan.” Weer een ander: “Er worden Stasi-praktijken toegepast. Als je een sigaretje aanneemt van een bewoner, word je op het matje geroepen door een afdelingshoofd dat door een raampje stond te loeren.”

De onduidelijkheid over de houding tegenover de bewoners werd versterkt met de komst, in augustus vorig jaar, van het zogeheten "artikel 26 illegalen'. Het grenshospitium huisvest sindsdien niet alleen kanslose asielzoekers maar ook vreemdelingen die in Nederland met de politie in aanraking zijn gekomen. “De directie reageert niet goed op de onzekerheid die daarmee is ontstaan”, aldus een begeleider. “In plaats van ons te begeleiden, spelen ze ons tegen elkaar uit.”

Ook binnen de leiding van het grenshospitium is de spanning groot. De hoofd-begeleiding, T. Moldovan en adjunct-directeur E. Politiek, voeren volgens personeelsleden een onderlinge machtsstrijd. De directeur ad-interim, J. van Huët, heeft weinig tijd voor het grenshospitium omdat hij tevens projectleider is in de Bijlmerbajes.

Drie vreemdelingenbegeleiders zeggen dat de positie van Politiek onhoudbaar zou zijn. De adjunct-directeur zou zo ver gaan in het tegen elkaar uitspelen van personeel, dat hij een personeelslid met wie hij een hechte relatie onderhoudt plotseling twee weken verlof zou hebben gegeven. Zowel Politiek als de betreffende vreemdelingenbegeleider is niet voor commentaar bereikbaar. Beiden zijn op vakantie.

“Als Politiek terugkomt van vakantie zal de spanning in het management weer toenemen”, vermoedt een vreemdelingenbegeleider. “En dat gaat ten koste van het voetvolk. Van ons dus.” Politiek heeft niet gesolliciteerd op de post van directeur. Op de vraag of hij aanblijft als adjunct-directeur antwoordt een woordvoerder van justitie: “Misschien heeft hij zin in iets anders. Ik kan niet in zijn hoofd kijken.”

Volgens een vreemdelingenbegeleider heeft de spanning onder het personeel effect op de behandeling van de bewoners. “Uit angst treden sommigen harder op dan nodig is. Ik kom wel eens op mijn werk en dan schept een collega op omdat hij vijf Palestijnen van de trap heeft geschopt.”

De Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland, die permanent kantoor houdt in het hospitium krijgt regelmatig klachten binnen van asielzoekers over de behandeling door het personeel. “Ze maken melding van ruzietjes of van een vernederende behandeling”, aldus F. Bruggink van Vluchtelingenwerk. “Iemand op wie ze het voorzien hebben, moest bijvoorbeeld de rotzooi opruimen van anderen. Of hij mocht niet meer van de ene afdeling naar de andere gaan.”

Behalve het personeel zouden ook asielzoekers worden ingeschakeld als verklikker. Volgens een ex-bewoner van het grenshospitium worden asielzoekers die als rustig bekend staan, gevraagd over het gedrag van anderen te rapporteren aan de leiding. De directeur zou vervolgens beloven een “goed woordje” voor hen te doen. Advocaat mr. R.J. Hamerslag bevestigt: “Asielzoekers die zich netjes gedragen, gaan door naar een asielzoekerscentrum. Anderen krijgen een schop onder hun kont en komen op straat te staan.”