Dumay en Pires eensgezind in Brahms

Concert: Augustin Dumay, viool en Maria Joao Pires, piano. Programma: Brahms: Vioolsonate in A, op. 100; Vioolsonate in G, op. 78; Vioolsonate in d, op. 108. Gehoord: 27/7 Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam.

Het komt niet vaak voor dat een violist en een pianist zo perfect op elkaar zijn afgestemd als het duo Augustin Dumay en Maria Joao Pires. Beide musici zitten volkomen op één lijn, zowel wat betreft hun opvatting over een bepaald werk als de gedetailleerde uitwerking daarvan. Ongetwijfeld is dat mede te danken aan de drie opnames die Dumay en Pires recent maakten voor Deutsche Grammophon, met achtereenvolgens de Sonates voor piano en viool van Mozart, Brahms en Grieg.

Eigenlijk is de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw veel te groot om een klankbord te zijn voor de monumentale intimiteit van de Vioolsonates van Brahms. Maar dankzij de uitgebalanceerde helderheid van hun samenspel veroverden Dumay en Pires gisteravond moeiteloos de ruimte, die nu de sonates van Brahms als een elegante warme winterjas omsloot.

“Na het horen ervan huilde ik tranen van vreugde”, reageerde Clara Schumann, toen Brahms haar in 1879 zijn Vioolsonate in A had toegezonden. Dumay en Pires ontlokten met hun verfijnde vertolking van dit werk zeker geen tranen, maar wel respect.

Gekozen werd voor het benadrukken van de mijmerende stemming, waarbij het duo met de precisie van een etsnaald te werk ging.

Er echter was zo zorgvudig nagedacht over ieder facet van de spanningsopbouw, frasering, toonvorming, dynamiek, beweging en balans, dat de spontaniteit verloren ging. Zowel Dumay als Pires zijn bijzonder begaafde instrumentalisten, maar allebei hebben ze de neiging tot overfraseren. Ze doen als het ware zo hun best een frase poëtisch en subtiel te laten klinken, dat het af en toe een beetje averechts werkt. Het resultaat was dan ook een bewonderenswaardig gave en evenwichtige, maar ook een nogal onnatuurlijke en maniëristische Brahms.

In feite kozen Dumay en Pires bij de Vioolsonate in G voor eenzelfde soort benadering, maar omdat dit werk van nature meer stuwkracht heeft klonk hun vertolking nu ook wat directer en expressiever. Nog overtuigender klonk daarna de Vioolsonate in d, de meest indrukwekkende van de drie sonates. Hadden Dumay en Pires zich tot op dit moment verschuild achter verfijning en een Frans aandoende elegance, in dit onstuimige werk moesten ze wel emotioneel kleur bekennen en dat pakte in hun voordeel uit. Pas nu kwam de oerkracht van de Brahms waar Schumann zoveel bewondering voor had werkelijk tot zijn recht.