De Russische roebel

JOZEF STALIN, generalissimo en leider van de communistische partij in de voormalige Sovjet-Unie, wist er wel raad mee. In 1947 decreteerde hij de invoering van een nieuwe roebel die tien procent van de oude munt waard was. Daarmee werd het na-oorlogse overschot aan waardeloze bankbiljetten afgeroomd en verloor de Sovjet-bevolking het grootste deel van zijn spaargeld. Zijn opvolger Nikita Chroesjtsjov deed het begin jaren zestig nog eens over. En vele jaren en machthebbers later, in de nadagen van de Sovjet-Unie in 1991, probeerde premier Valentin Pavlov ten derden male.

Nu heeft Moskou het opnieuw aangedurfd. Maar er is wel iets veranderd. De overhaaste en onvoorbereide aankondiging van een nieuwe roebelsanering afgelopen weekeinde, waarmee alle roebelbiljettten van vòòr 1993 per 7 augustus ongeldig werden verklaard en slechts 35.000 oude roebels (vorige week nog 35 dollar, deze week de helft waard) mocht worden ingewisseld, is na vijf dagen paniek teruggedraaid. Wat blijft is niettemin de willekeur, de chaos en het onvermogen tot hervormen.

De president van de Russische centrale bank, Viktor Gerasjtsjenko, die rechtstreeks verantwoording verschuldigd is aan het parlement maar ook zitting heeft in de regering van Boris Jeltsin, was tot voor kort voorstander van ruime geldschepping om de staatsconglomeraten van kredieten te voorzien waarmee ze hun lonen en toeleveranciers konden betalen. Het akkoord dat Gerasjtsjenko begin dit jaar met de hervormingsgezinde minister van financiën Boris Fjodorov sloot om de geldgroei te controleren, was dan ook een opmerkelijk succes voor de hervormers en leek zelfs resultaten af te werpen. Totdat het parlement vorige week een enorme kredietexpansie via de begroting goedkeurde.

VOOR EEN GELDSANERING in Rusland is economisch gezien veel te zeggen. Door de gierende inflatie van de afgelopen drie jaar en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, waarbij sommige nieuwe republieken hun eigen munt hebben ingevoerd en andere vooralsnog aan de roebel zijn blijven hangen, bestaat een lappendeken van oude en nieuwe bankbiljetten. De oude roebel is de munt van een land dat niet langer bestaat. Een stabiliserend Russisch monetair beleid, onontbeerlijk voor ieder hervormingsprogramma, is vrijwel niet te voeren zolang de economische ontbinding van de Sovjet-Unie niet is voltooid.

Gerasjtsjenkjo heeft met zijn onbesuisde oekaze van afgelopen weekeinde, die niet was afgestemd met de hervormers, dan ook geen bijdrage geleverd aan inflatiebestrijding of aan een opschoning van de roebelzone. En Jeltsin heeft zijn economische onbenul getoond door de maatregelen van de centrale bank te willen verzachten en niet af te wijzen. Het effect is naast ontgoocheling onder de bevolking dat de inflatie op korte termijn zal toenemen, dat het fragiele vertrouwen in de roebel is ondermijnd en dat de geloofwaardigheid van het hervormingsprogramma is aangetast.

... en de Russische politiek

DE POLITIEKE SCHADE die binnen het flude en instabiele politieke krachtenveld in Rusland is aangericht door de geldhervorming is daardoor inmiddels vele malen groter dan de economische voordelen van de maatregel hadden kunnen zijn. De vraag of Boris Jeltsin tevoren was genformeerd over de actie van de centrale bank is weliswaar nog altijd relevant omdat die het antwoord zou moeten geven op de vraag in hoeverre de president de gang van zaken in Moskou überhaupt nog controleert. Nog veel relevanter is evenwel dat na de actie van de centrale bank zonder uitzondering iedereen over Boris Jeltsin is heengevallen: alle politieke partijen (van de nationaal-communisten tot de radicaal-democraten), de hele Opperste Sovjet, alle negen republieken binnen de roebelzone, de procureur-generaal, zelfs zijn eigen minister van financiën en het sceptische buitenland, iedereen heeft Jeltsin de maatregel aangerekend en hoogst kwalijk genomen. Om nog maar te zwijgen van de bevolking, die zich opnieuw bestolen en opnieuw bedrogen voelt. In die zin was de geldhervorming een geschenk uit de hemel voor Jeltsins rivaal Roeslan Chasboelatov en derhalve een zware politieke nederlaag voor de president.

Die politieke schade is bovendien nog groter geworden door het ontslag van minister van veiligheidszaken Barannikov, die zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie en die zich incompetent heeft getoond ten aanzien van de burgeroorlog in Tadzjikistan. De val van Barannikov, groot geworden in de oude KGB en sinds de coup van augustus 1991 bekend als een loyaal aanhanger van Jeltsin, is de tweede grote aderlating voor de president binnen enkele dagen.

Een derde tegenslag voor Jeltsin is het verloop van de oorlog in Tadzjikistan zelf, waar Rusland in hoog tempo verzandt in een drama dat in de huidige fase veel weg heeft van het begin van het rampzalige Afghaanse avontuur.

DRIE TEGENSLAGEN op rij hebben van de euforie van Jeltsin, waarmee hij nog maar enkele weken geleden de goedkeuring van het ontwerp van de nieuwe grondwet door de Constitutionele Vergadering kon vieren, niets overgelaten. Maar anders dan anders heeft hij deze tegenslagen ditmaal eerder aan zichzelf te wijten dan aan acties van zijn tegenstanders of aan ontwikkelingen buiten zijn competenties. Want de geldhervorming is een politieke blunder van formaat, zoals de Russische interventie in Tadzjikistan dat ook is.