Bezienswaardigheden

Surprisekaarten worden ze bij onze ANWB genoemd, landkaarten welke de reiziger op onverwachte bijzonderheden naast vlotte verbindingen attenderen. Details, waaraan je misschien niet geneigd bent direct te denken. Bijvoorbeeld, dat in Weimar weliswaar Goethe en Schiller in tweeëenheid voor het Nationaltheater de eeuwigheid van de Duitse Kultur symboliseren, maar dat reeds langs Autobahn A4 de contouren zichtbaar worden van het voormalige Weimarer concentratiekamp Buchenwald, toch allesbehalve een Duitse subcultuur.

Verrassingen dus. De Allgemeine Deutsche Automobil Club gaat ze evenmin uit de weg. Onder de bezienswaardigheden van Zuid-Frankrijk verstrekt de ADAC de tip, 20 kilometer noordwestelijk van Limoges, “de runes van Oradour” te bezoeken: “Ze herinneren aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Enige honderden mensen kwamen daar onder nimmer opgehelderde omstandigheden om het leven”.

Het Hamburger weekblad Die Zeit, plaatsvervangend beschaamd over deze aan het uitmoorden van Oradour gegeven draai (de Derde Compagnie van de SS-divisie "Das Reich' verwoestte op 10 juni 1944 het dorp; 642 mannen, vrouwen, kinderen werden deels neergeschoten, deels in de kerk bijeengedreven en levend verbrand) belde met de automobilistenorganisatie in München om te vragen, wat de tekstdichter eigenlijk had bezield dit "door de SS vermoord' tot "onopgehelderde omstandigheden' te neutraliseren. “Unsere heile Welt”, luidde het onvoorziene antwoord, “wij willen de vakantiepret niet met bloed, zweet en tranen bederven”. Alleen nu de pret helaas dan toch reeds is bedorven, kan mogelijkerwijs volgend jaar de tekst enigszins “bij de situatie worden aangepast”. Gemakkelijker is natuurlijk Oradour volgend jaar geheel van de ADAC-kaart te laten verdwijnen.

Frankrijk zelf schijnt op de toeristische "hinein-interpretatie' van haar jongste geschiedenis nauwelijks te reageren. Dat lag, precies zestig jaar geleden, in België wel even anders. De wending van Oradour kent namelijk een opmerkelijk precedent. Het precedent van WO I ten opzichte van WO II, zou je kunnen zeggen.

We moeten er de Baedeker "Belgien' voor opslaan, 26ste druk, 1930. Onderaan pagina 285 wordt de idyllische vesting Dinant beschreven: “Op 23 augustus 1915 konden de Duitse troepen eindelijk hun bruggehoofd over de Maas slaan, na heftige beschietingen waarbij de stad grotendeels in puin werd gelegd en meer dan 600 inwoners de dood vonden. De meesten hunner werden neergeschoten, omdat zij zich als vrijschutters in de strijd hadden gemengd.”

De ware toedracht was ook hier niets anders dan een gruwelijke oorlogsmisdaad, waarvoor keizer Wilhelm II zich nog in 1919 voor een geallieerd gerechtshof in Den Haag had zullen moeten verantwoorden, ware het niet dat de Nederlandse regering een dergelijk tribunaal wist te verhinderen. De Duitse commandant liet 606 inwoners, vrouwen, kinderen, de jongsten waren vijf jaar, in koelen bloede fusilleren, “als afschrikwekkend voorbeeld”, zoals hij naar Berlijn rapporteerde.

Toen de gebroeders Baedeker uit Leipzig zich vijftien jaar nadien met hun "naoorlogse' uitleg weer op de Beneluxreismarkt waagden, barstte er in België een storm van verontwaardiging los. Het gerechtshof van Brussel achtte Baedekers passages kwetsend voor de slachtoffers van Dinant en verbood de invoer, het transport en de verkoop van de reisgidsen, zolang de gencrimineerde passages niet zouden zijn gecorrigeerd. De uitgeversfirma verklaarde zich uiteindelijk bereid, de stad Dinant een smartegeld alsmede de Belgische justitie de kosten voor het geding te betalen. Voordat echter onderhandelingen en herdruk hun beslag konden krijgen, had Hitler de zaak overgenomen en richtten aller ogen zich op WO II.

Dat het vonnis in Brussel werd gewezen op 10 mei 1933, uitgerekend de dag van de boekverbranding van "on-Duitse geschriften' in Berlijn, mag toeval heten. Dat het formeel nog steeds is verboden, de antiquarische Baedeker mee naar België te nemen, doet weinig meer ter zake. Maar dat de enige gedenkplaat die je op de leuning van de brug over de Maas in Dinant aantreft, een plaquette is, die verkondigt dat alhier in augustus 1914 de Franse luitenant Charles de Gaulle werd verwond, moet toch wel óók als een bijwerken van de geschiedenis worden aangemerkt.