Afvalrace doemt op voor Europese pretparken

De komst van Euro Disney heeft de concurrentie tussen de Europese pretparken flink aangewakkerd. Het is uit met de wildgroei in de branche. Op termijn blijven slechts enkele grote parken over. De Efteling hoort zeker tot die blijvers.

De Europese attractieparken onderscheiden in de historie twee tijdvakken: de periode voor de komst van Disney en de periode daarna. Het eerste tijdperk werd gekenmerkt door ongeremde ontwikkelingen. Van Scandinavië tot aan de boorden van de Middellandse Zee openden entrepreneurs de afgelopen decennia het ene park na het andere. Veel van deze recreatiecentra waren, gezien de beschikbare middelen, eenvoudig van opzet. Vaak beperkten de voorzieningen zich tot wat treintjes, reuzenschommels en een assortiment al dan niet exotische dieren, maar vermaakzoekers waren tevreden en investeerders boekten meestal een redelijk resultaat.

Nu de bedrijfstak is beland in het tweede tijdperk, op 12 april 1992 ingeluid door de opening van Euro Disney bij Parijs, gaan insiders ervan uit dat de situatie snel zal veranderen. De verhevigde concurrentie leidt tot wat zij noemen een reshuffle: in de wildgroei van deze branche zal fiks worden gesnoeid zodat alleen de sterkste delen overblijven. Dit betekent dat er op termijn, naast een aantal recreatieoorden van lokaal belang, nog slechts enkele grote parken zullen bestaan.

Een daarvan is De Efteling, daar zijn vriend en vijand van overtuigd. Het bescheiden "sprookjesbos' bij Kaatsheuvel groeide sinds 1952 uit tot een in deze sector toonaangevend bedrijf, dat de term pretpark inmiddels als achterhaald terzijde schoof. De Brabantse "wereld vol wonderen' trekt jaarlijks gemiddeld 2,5 miljoen bezoekers, een aantal dat De Efteling in de pre-Disneytijd tot Europees marktleider maakte. Extra status kreeg de onderneming dank zij de toekenning vorig jaar van de Applause Award, een onderscheiding waarmee de International Association of Amusement Parks and Attractions (Iapa) het park uitriep tot het beste in zijn soort ter wereld.

Toch wil De Efteling, vooral ook met het oog op ambitieuze toekomstplannen, zijn positie verder verstevigen. Daartoe werkt het sinds kort nauw samen met vier andere parken van vergelijkbaar kaliber: Liseberg in Zweden, Europa Park in Duitsland, Parc Astérix in Frankrijk en het nauw aan De Efteling verwante Alton Towers in Engeland.

Het verbond, dat zich presenteert onder de noemer Great European Theme Parks, is er volgens The Wall Street Journal op uit een front te vormen tegen Euro Disney. Men wil met name voorkomen, zo schrijft het blad, dat reisbureaus en tour operators te veel de nadruk leggen op deze nieuwe attractie, iets dat ten koste zou gaan van haar mededingers.

In het kamp van de Great Parks wijst men deze conclusie met kracht van de hand. Zowel Reinoud van Assendelft de Coningh, adjunct-directeur van De Efteling, als zijn collega Nick Varney van Alton Towers verzekert dat het hier een misverstand betreft. Het is nooit de bedoeling geweest zich af te zetten tegen Disney, stellen ze: daar is wat hen betreft niet de minste aanleiding voor. “Integendeel”, zegt Varney, “van begin af aan wisten wij dat we zouden profiteren van deze concurrent. De opening van Euro Disney heeft de belangstelling voor dit soort parken doen toenemen, iets waarvan wij ondanks de recessie nu de vruchten plukken.”

Ter illustratie wijst hij op de resultaten van vorig jaar: het aantal bezoekers nam toe met 500.000 en de inkomsten stegen met 32 procent, cijfers waarin Alton Towers aanleiding zag zich uit te roepen tot Europa's succesvolste attractiepark van '92.

In het eerste Disney-jaar verkocht De Efteling 130.000 toegangskaarten minder dan het jaar daarvoor, maar Van Assendelft wijt dit aan de Floriade: een evenement met 3,5 miljoen bezoekers, voor een groot deel aangevoerd in 27.000 bussen die aan het normale recreatiecircuit werden onttrokken. Ondanks deze terugval stemmen de cijfers hem hoopvol. “Ervan uitgaande dat Disney in 1992 11 miljoen mensen trok en de andere parken plus de Floriade samen 13,3 miljoen, bedroeg het totale aantal bezoekers in deze branche 24,3 miljoen: een uitkomst die 10,5 miljoen hoger ligt dan die van andere jaren. Daaruit blijkt dat het verzadigingspunt in deze markt, anders dan jarenlang is gezegd, nog niet is bereikt. Een belangrijke factor is natuurlijk de 140 miljoen gulden die Disney jaarlijks uitgeeft aan promotie, een investering die zorgt voor een verdere opwaardering van ons vak. We verkeren nu in een stadium dat iedereen met opgeheven hoofd kan zeggen dat hij in een attractiepark is geweest.”

Pag.14: Minder pret en sensatie, meer emotie en fantasie

Euro Disney had aanvankelijk met meer problemen te kampen dan tevoren was vermoed. Voor een deel kwam dat door de oppositie van de Franse elite tegen wat zij beschouwde als een brutale Amerikaanse invasie. De schrijfster Marguerite Duras vergeleek het amusementspark van Mickey Mouse en Pluto zelfs met "een cultureel Tsjernobyl', een opmerking waarvan het effect lang nawerkte. Daarbij kwam dat het concern zelf enkele ernstige marketingfouten maakte. De toegangsprijs (circa 85 gulden per persoon) is voor Europese begrippen erg hoog, de hotelprijzen (een gezin met twee kinderen betaalt, alles inbegrepen, per etmaal circa 1200 gulden) zorgen voor nogal wat lege bedden en het ontbreken van elke vorm van alcohol binnen het park vormt voor veel Fransen een pijnlijk gemis. Onbegrip wekte ook het verbod etenswaren mee te nemen, een aanvankelijk streng gecontroleerde bepaling die inmiddels is verzacht.

Dit alles in combinatie met het relatief dunbevolkte achterland van Parijs leidde afgelopen winter tot tegenvallende bezoekcijfers en, als gevolg daarvan, substantiële verliezen. In tegenstelling tot wat is gesuggereerd, valt hieruit niet af te leiden dat het met Euro Disney misloopt. In de zomermaanden krijgt het park soms 60.000 mensen per dag te verwerken: een toeloop die, gezien de rijen wachtenden voor de verschillende attracties, als maximaal geldt. Regelmatig wordt bij de kassa's dan ook het bordje Complet opgehangen, een op het welzijn van het publiek gerichte maatregel waar het nabijgelegen Parc Astérix wel bij vaart.

Toch aarzelde de Astérix-directie niet zich aan te sluiten bij de club van vijf, die met het oog op de verwachte sanering van de bedrijfstak een nauwe samenwerking beoogt. Het gaat hier, aldus Van Assendelft, om de opzet van een databank voor reserve-onderdelen, het vaststellen van veiligheidsnormen en de gezamenlijke inkoop van attracties op de jaarlijkse Iapa-beurzen in Florida of Los Angeles. Verder willen de parken een beter inzicht krijgen in de positie die zij ten opzichte van elkaar innemen.

Duidelijk is dat van deze groep De Efteling en Alton Towers het meest aan elkaar zijn verwant. Sinds de twee parken enkele jaren geleden onder nieuwe leiding kwamen, zetten zij een vergelijkbare koers uit. Zich baserend op een up market-strategie, leggen beiden de nadruk niet zozeer op pret en sensatie als wel op emotie en fantasie. De Efteling, ooit voortgekomen uit de belevingswereld van Anton Pieck, onthaalt zijn gasten op een "ontdekkingsreis' in een land van "illusie, avontuur en levensechte sprookjes'. Alton Towers, oostelijk van Stoke-on-Trent gelegen aan de rand van het Peak District, zoekt het in dezelfde richting. In zijn kantoor boven de Fun Club Office spreekt directeur Nick Varney meer dan eens van een magical experience die de hele familie een gevoel moet geven van fairytale enchantment. Daarenboven is het park naar zijn zeggen zeer Brits, een kwaliteit die hij voor buitenlanders nader omschrijft als ongewoon en een tikje excentriek.

Overdreven is dat niet. Na een lange taxirit, voerend langs heuvels, beken en café's met namen als Hare and Hounds, is de eerste aanblik van Alton Towers verbluffend. Een door Vivaldi begeleide rit in de monorail voert langs wildwaterbanen, mega-schommels en de gebruikelijke rollercoasters, maar ook langs een in de 18de eeuw gebouwde pagode, Victoriaanse plantenkassen en een replica van Stonehenge. Bij de hoofdingang aan het eind van de rit volgt de climax: staande tussen pastelkleurige winkeltjes ziet de bezoeker in de verte, als pendant van Disney's Assepoester-slot, de runes van een eeuwenoud kasteel omgeven door een tot in de puntjes verzorgde lusthof.

Op deze plek stond 1200 jaar geleden een fort van koning Ceolred van Mercia, een voorganger van de bij wandelaars geliefde koning Offa die in deze omgeving Offa's Dykepath aanlegde. Vier eeuwen later schonk Richard Leeuwenhart het stuk land aan Bertram de Verdun, door wiens toedoen hier een kasteel verrees. Later kwam het landgoed Alton in handen van de eerste graaf van Shrewsbury die, in Frankrijk de belangen verdedigend van Henry V, door een slag met een strijdbijl het leven verloor. Zijn opvolgers zorgden ervoor dat Alton Towers een van de grootste en bekendste privé-domeinen van Europa werd. Veel waardering oogst nog altijd de vijftiende graaf van Shrewsbury, die aan het eind van de 18de eeuw tweeduizend arbeiders in dienst nam om een kaal stuk grond te herscheppen in een ogenstrelende tuin. He made the desert smile staat onder het standbeeld dat aldaar aan zijn daden herinnert.

Graaf Henry, die na een lange juridische strijd later het heft overnam, introduceerde een volkser sfeer op Alton Towers. Rond 40.000 mensen werden uitgenodigd om er getuige van te zijn hoe hij, aan het hoofd van een lange optocht, in 1860 zijn entree maakte. Die belangstelling deed hem zo goed, dat hij nog datzelfde jaar zijn tuinen openstelde voor het publiek. Dertig jaar later was zijn landgoed geëvolueerd tot een geliefd reisdoel, waar op hoogtijdagen acrobaten, olifanten, leeuwentemmers en muziekkorpsen de soms tienduizenden dagjesmensen verpozing brachten.

Na de dood van de twintigste en laatste graaf van Shrewsbury, kwam zijn eigendom in 1924 in handen van zakenlieden die Alton Towers als een toeristische trekpleister exploiteerden. Voor een doorbraak zorgde John Broome, die in 1980 een salto mortale-baan (de Corkscrew) liet installeren, een noviteit die een miljoen pond per jaar opbracht. Later volgden onder meer een hi tech-reuzenrad, het grootste fast food-restaurant van Europa en een reeks steeds adembenemender achtbanen, die vanwege de angstgevoelens die zij oproepen worden aangemerkt als white knuckle rides. De nadruk kwam daar zozeer op te liggen dat het eens zo statige Alton Towers steeds meer werd bezocht door op sterke prikkels beluste jongeren en steeds minder door kinderen en volwassenen. Ernstiger nog was dat het park geleidelijk aan verkommerde. Al het geld voor onderhoud verdween naar Londen, waar John Broome jarenlang pogingen deed het befaamde Battersea Power Station te verbouwen tot een reusachtig vermaakscentrum. “Het project werd een debâcle”, zegt Nick Varney. “Broome was een van de laatste slachtoffers van de Get rich quick-mentaliteit die kenmerkend was voor het tijdperk van Thatcher.”

Varney, tot voor kort in functie bij snoepfabrikant Rowntree, kreeg door toedoen van een "head hunter' in 1991 opdracht van Alton Towers opnieuw een top-attractie te maken. Het jaar ervoor was het park eigendom geworden van de Tussauds Group, onder meer exploitanten van Madame Tussaud in Londen en Amsterdam. Deze groep maakte op haar beurt deel uit van het Pearson-concern, eigenaars van ondernemingen als The Financial Times en de aardewerkfabriek Royal Doulton. Voor Varney lijdt het geen twijfel dat hij onder deze hoede het gestelde doel zal bereiken. Met ongeremd enthousiasme vertelt hij dat onder zijn bewind meteen tien miljoen pond werd genvesteerd in nieuwe attracties, waaronder Thunder Valley en een stukje koloniaal Afrika genaamd Katanga Canyon. “Maar wij willen niet alleen maar de beste thrills hebben”, zegt hij. “Wie uitsluitend daarnaar streeft, moet elk jaar zichzelf overtreffen en belandt zo in een vicieuze cirkel waarin hij zich doodloopt. Ons gaat het nu veeleer om real magic in een goed verzorgde natuurlijke omgeving. Daarom hebben we 600.000 pond uitgegeven om de tuinen van Alton Towers weer tot de mooiste van de wereld te maken.”

Tijdens een snelle rondgang door zijn Never Never Land, laat hij zien wat hier de afgelopen jaren tot stand kwam. De tocht voert langs een vijver met zwaanvormige boten, een wild west-trein en een 3 D-bioscoop naar het Sombere Bos, de lokatie voor 's werelds Most Haunted House: een door een decorbouwer van griezelfilms uitgedachte voorziening die per uur 1800 mensen kan verwerken. Niet minder geestdriftig is Varney over The Land of Make Believe, een zojuist gereed gekomen gebied voor kinderen waaraan de firma's Cadbury en Häagen-Dazs respectievelijk een chocaladehuis en een ijspaleis bijdroegen. Deze uitbreiding vergde in totaal twee miljoen pond, de helft van het budget voor dit jaar. Maar dit is nog maar het begin, zegt Varney als hij in de kasteeltuinen afscheid neemt: voor 1994 staat een investering van 12 miljoen pond op het programma.

De bloeiende tuinen lopen uit in een dicht begroeid bos, waar tal van bezoekers het spoor bijster raken. Uit de verte klinken de angstkreten van achtbaan-passagiers, maar de paden in die richting lopen dood op hoge rotsformaties. Een trap tussen de struiken voert tenslotte naar The Beast, een rood monster dat zijn gasten meevoert op een verkenningsvlucht langs de grenzen van leven en dood. Nog naduizelend, is het vandaar tien minuten lopen naar de slotkapel van Augustus Pugin, een architect die mede verantwoordelijk was voor de parlementsgebouwen aan de Theems. Zijn kapel wordt nu in oude luister hersteld: “Dat kost ons voorlopig 250.000 pond, maar we voelen ons verplicht een deel van de winst aan dergelijke doeleinden te besteden”, had Nick Varney verteld. “Tenslotte is dit landgoed, net als Buckingham Palace en Stonehenge, een symbool van de Engelse cultuur.”

Ook in dit opzicht spreekt men bij De Efteling dezelfde taal. “Ons park is een stukje cultuurgoed voor ieder die in dit land woont”, stelt Van Assendelft de Coningh. “Het is niet voor niets dat 79 procent van de Nederlanders boven de achttien jaar hier al eens is geweest. De mensen weten dat wij ze kwaliteit bieden.”

Vandaar dat vorig jaar werd besloten de ingebruikneming van de nieuwe attractie Droomvlucht een heel seizoen uit te stellen. Verbetering van de gondels vergde enkele miljoenen extra, een onvoorziene post die het jaarresultaat onder druk zette. Desondanks bedroeg de netto winst over 1992, het eerste Disney-jaar, circa 6 miljoen gulden. Weliswaar bijna 2,5 miljoen minder dan na het topjaar 1991, maar toch nog altijd twee miljoen meer dan de winst over 1989. Bovendien steeg de cash-flow in een jaar tijd van 19,5 tot 26 miloen gulden. Alle reden, vindt Van Assendelft, om verder te werken aan enkele grootschalige projecten die moeten leiden tot een complete "uitgaanswereld' in de Brabantse bossen.

Op stapel staat in de eerste plaats een golfbaan "van topniveau', waarvoor volgens de directie nauwelijks bomen hoeven te wijken. De plannen hiervoor bestaan al enkele jaren, maar konden tot nu toe om redenen van miliebehoud niet worden verwezenlijkt. Volgend voorjaar echter staat niets de aanleg van de baan nog in de weg, zo stelt men in het sprookjespark. De plaatselijke milieugroep denkt daar anders over. “Sinds het kabinet de regels voor de groene ruimte heeft aangescherpt, is het nog moeilijker geworden dit soort plannen uit te voeren”, zegt een woordvoerder. “Bij De Efteling denkt men daar veel te makkelijk over.”