Aanslagen komen op moment van grote veranderingen; "We moeten de democratie redden'

ROME, 28 JULI. Van het voorportaal van de San Giorgio in Velabro is vrijwel niets meer over. Een van de drie muren staat nog overeind, met een stenen balk eroverheen. Een rijtje pilaren draagt niets meer. Lange houten balken liggen en staan schots en scheef door elkaar, als een onoplosbaar mikado. Stukken ijzeren hek liggen verwrongen verspreid over dit kleine straatje in het hart van het oude Rome, op een steenworp afstand van het forum.

“Beesten zijn het,” zegt een man achter de dranghekken die vertelt dat zijn bedrijfje net was begonnen met de restauratie van de kerk. Mafia, geheime diensten, terroristen, hij weet niet wie er achter de aanslag zit. Maar wel wat het doel van de aanslagen in Rome en Milaan is: voorkomen dat het proces van verandering in Italië doorgaat.

Het politie-onderzoek is nog maar net begonnen. Borden met nummers staan bij de voorwerpen tussen het puin van steen, glas en hout die mogelijk een spoor vormen naar de daders. Voorzichtig bewegen drie agenten van de polizia scientifica zich tussen de brokstukken. Een witte Fiat Ritmo, het dak ingedeukt, wordt zorgvuldig doorzocht.

De karakteristieke Romaanse klokketoren van dit lieflijke, eenvoudige kerkje is op het eerste gezicht niet beschadigd, maar verder is de verwoesting volledig. De explosie was zo hevig dat de motor van de auto waarin de bom was verstopt, tachtig meter verder is gevonden. Het mag een wonder heten dat hier, in tegenstelling tot Milaan, geen doden zijn gevallen. In deze oude straten lopen 's avonds altijd veel toeristen.

Van de San Giorgio in Velabro naar de Sint Jan van Latheranen is het hemelsbreed minder dan een kilometer. Eerst zie je overal glasscherven liggen en kapotgeslagen ramen van de bom bij de San Giorgio, dan even niets bijzonders, en dan kom je weer de scherven tegen van de autobom die was geparkeerd bij de achteringang van de Sint Jan, in de hoek die het aan de kerk vastgebouwde bisschoppelijk paleis en het gebouw van het vicariaat met elkaar maken.

Het verkeer over het drukke plein, een belangrijk knooppunt, kruipt nog langzamer voorbij dan anders. Iedereen probeert wat van de ravage te zien. Achter de dranghekken staan honderden mensen, want de Sint Jan is nauw verbonden met de geschiedenis van Rome. Eeuwenlang, van de vijfde tot de veertiende eeuw, woonde de paus hier, en na de Sint Pieter is deze kerk de tweede basiliek van Rome. Daarom heeft het Vaticaan aangekondigd dat de paus vanmiddag een bezoek zou brengen aan de Sint Jan, officieel grondgebied van het Vaticaan, om met eigen ogen de schade op te nemen.

De auto met de bom was precies in de hoek van de twee gebouwen geparkeerd, om de schade zo groot mogelijk te laten zijn. De explosie heeft een gat in de grond geslagen van twee meter doorsnee en een meter diep. Het statige ijzeren hek dat de achteringang van de kerk afsluit, is helemaal verbogen. Achter de vierkante tralies voor de ramen op de begane grond van het Vicariaat hangen de ramen uit hun sponningen. Het glas is bijna overal kapot, maar ook het houtwerk is gebroken, als ging het om lucifersstokjes. De balustrade en de stenen lijst bovenaan het gebouw zijn op een aantal plaatsen beschadigd.

De politie laat geen journalisten het gebouw in, maar monseigneur Liberio Andreatta heeft voor de Italiaanse tv verteld dat ook binnen, in het transept van de grote basiliek, de schade enorm is. “Stoelen zijn door de lucht gevlogen, en veel van het houtwerk is beschadigd,” zei Andreatta. “Reusachtige zware deuren zijn uit hun hengsels geslagen. Het is een triest gezicht. Alles wat van hout was is beschadigd of vernietigd.”

Buiten, achter de dranghekken, staan geestelijken in hun zwarte priesterkleren triest naar de ravage te kijken. Onder de mensen overheerst de woede. Zowel in Rome als in Milaan zijn protestacties georganiseerd, marsen door de stad en stakingen, en verwacht wordt dat veel mensen daaraan zullen meedoen.

Deze nieuwe aanslagen, die volgen op soortgelijke aanslagen eerder dit jaar in Florence en Rome, komen terwijl Italië zich opmaakt voor een reeks ingrijpende veranderingen. Het parlement is vrijwel klaar met de behandeling van een nieuwe kieswet, die de weg moet vrijmaken naar vervroegde parlementsverkiezingen. De christen-democratische partij, sinds de oorlog de spil waar de Italiaanse politiek om heeft gedraaid, is zich aan het hervormen. Raul Gardini, een van de topondernemers van Italië, heeft vorige week vrijdag zelfmoord gepleegd in een daad die algemeen is gezien als een symbool voor het einde van een tijdperk. En in Milaan lijkt de justitie op een belangrijk punt in het smeergeldonderzoek te zijn gekomen: er wordt al een paar dagen gespeculeerd op nieuwe beschuldigingen tegen vooraanstaande politici.

De ex-communistische Democratische Partij van Links spreekt over “duistere krachten die geweld gebruiken in een moment van crisis”. Burgemeester Marco Formentini van Milaan, lid van de protestpartij Lega Nord, zei: “Iemand probeert het proces van vernieuwing te blokkeren dat in heel Italië aan de gang is. We moeten de democratie redden.”

De bomaanslag in Milaan heeft minder schade aangericht aan historische gebouwen, maar daar zijn de vijf doden gevallen. Een ooggetuige heeft verteld hoe hij een paar brandweerlieden rondom een grijze Fiat Uno zag staan die in brand stond. “Toen ze de motorkop openden, riep iemand, het is een bom, en iedere rende weg. Kort daarna was er een enorme explosie. Van afstand zag ik een vlam zo hoog als een gebouw, zeker tien meter.”

De slachtoffers zijn drie brandweerlieden, een politie-agent en een Marokkaanseimmigrant die op een bankje in het park in de buurt lag te slapen. Volgens de politie zou het aantal slachtoffers zeker hoger zijn geweest als de straat niet eerst was afgezet om de brandende auto te kunnen blussen.