9 kilo à 17 cent

Vandaag tussen de rommel een ouwe agenda gevonden. Uit 1957. Dertien jaar was ik toen.

Ik heb er telefoonnummers in geschreven (kengetal Amsterdam 02900), verjaardagen, de Romeinse cijfers, het Griekse alfabet, het morse-alfabet, rapportcijfers, een vergelijkingstabel tussen Celsius, Fahrenheit en Réaumur, "enige niet alledaagse maten' (schepel, stoter, maatje, bunder), het langste Nederlandse woord en het langste woord van de wereld, de voornamen van de leden van het Koninklijk Huis (Beatrix Wilhelmina Armgard), de titels van koningin Juliana (gravin van Katzenellenbogen, markiezin van Veere en Vlissingen, vrouwe van Butgenbalk, drie bladzijden lang), een bladzijde scheldnamen (plebs, gepeupel, janhagel, geboefte), een lijst van de Duitse voorzetsels met tweede, derde of vierde naamval, algebrasche vergelijkingen, geruilde boeken (De jacht op de Egyptische vaas in ruil voor Pinkie Pienter, Wie Wat Waar in ruil voor een doos Wasco-krijtjes), uitgeleende boeken (Tom Poes-boekjes: drie stuks) en lijstjes met de besteding van het zakgeld (ƒ 1,-).

Ook wat tekeningetjes heb ik er in gemaakt. Rebussen, doedels, een portret van "Dorus" alias Tom Manders.

Halverwege blijk ik waarachtig zelfs een soort dagboekje te hebben bijgehouden. De hele maand mei 1957 staat volgepriegeld.

Ik heb altijd gedacht dat mijn tweeregelig vers over de Spoetnik

De kunstmaan, nu alreeds door Rusland afgeschoten,

Heeft Rusland zeer verblijd, d'Amerikaan verdroten

mijn eerste letterkundige proeve was.

Dat was evenwel in oktober 1957.

De teksten in het dagboekje zijn ouder, maar beslist niet zo poëtisch. Weinig meer dan het bewijs dat ik een balpen kon vasthouden. En dát vaak nog met moeite. Dat rekken van letters, om te laten zien dat je geen zin meer had of "ontzettend suf' was! Dat eigenwijze uitproberen van achteroverhellende of hossebossende letters!

Er is niets letterkundigs bij.

Alleen, soms dringt zich een lichte weemoed op...

1 mei. Optocht van de P.v.d.A. 's Avonds op de Radio (V.A.R.A.) van pl.m. 9 tot pl.m. 10 uur: Dit is uw leven!

8 mei. 's Middags laatste uur vrij. Mijnheer de Bruin ziek. Hiep Hoy! 's Avonds na het eten natuurkunderip geleerd (licht, vlakke, holle, bolle spiegels, terugkaatsing). Om kwart voor 10 naar bed.

9 mei. 's Middags 2 uren van 45 minuten, omdat wij om 10 voor 3 naar de film in Luxor moesten. 20 cent. Begon om 3 uur. De Prins in Liberia, het Engelse staatsbezoek aan ons land en Prinses Beatrix in de West. Om 10 voor half 5 afgelopen. AO-boekje van vandaag: Afrika danst!

12 mei. Moederdag. Zij heeft van mij 1 tafelzeiltje gehad dat wij gisteren samen bij de Zon (ƒ 3,95, ieder de helft) hebben gekocht.

15 mei. Ik ga morgen met Ome Jan dauwtrappen in Duitsland. Moeder heeft vandaag al dropjes, pinda's, droptoffees en broodjes gekocht. Om 10 voor 10 naar bed.

20 mei. 12 uur naar postkantoor om de draadomroepkwitantie in te leveren. 25 cent verdiend. 's Middags bij Kramer De kok van Marienbad (ƒ 0,50) gekocht. Ik heb nu pl.m. 155 boeken. Het weer is vanmiddag omgeslagen.

21 mei. Duitse rip en Engelse rip terug. Tante Marie heeft linoleum (asbest) in de keuken gekregen. Naar het badhuis.

27 mei. Ik wou graag een Aula boek kopen, nl. het Etymologisch woordenboek ƒ 2,75. Daarom heb ik oud ijzer en lompen bij mekaar geschooierd en 's middags weggebracht. Ik heb veel lompen van tante Molenkamp gekregen. Voor de lompen (bij van der Leeuw) heb ik ƒ 1,53 (9 kilo à 17 cent) gekregen en voor het ijzer (bij Wevers) ƒ 0,12. Daarna heb ik (met het zakgeld) het boek kunnen kopen.

Brave Hendrik!

Na een maand al houdt het dagboekje op, compleet. Waarom, ik zou het niet weten. Misschien begon het me te vervelen, dat niet aflatende noteren van proefwerkcijfers, geruilde boeken, fietsroutes, het weer, de uitgaven voor Hero-limonade en patat, en de tijden dat ik naar bed ging.

Misschien ook broedde ik al op een distichon, wachtend op een Spoetnik die me zou komen verlossen.