Vluchten voor raketten is geen taboe meer in Israel

TEL AVIV, 27 JULI. Ondanks het permanente gevaar van inslaande raketten staan bij het busstation in het Noordisraelische Kiryath Shmona rijen mensen te wachten om te vluchten naar Tel Aviv, Jeruzalem en Eilath. Tien jaar geleden zouden deze vluchtelingen nog voor lafaards zijn uitgemaakt.

Sinds de massale uittocht van honderdduizenden inwoners van Tel Aviv uit angst voor de Iraakse Scud-raketten tijdens de Golfoorlog is het echter geen schande meer om er ook voor de minder gevaarlijke katjoesja-raketten vandoor te gaan. Dat taboe is doorbroken. Wie een auto heeft en een tante in het veiliger zuiden van Israel, gaat er als een haas vandoor.

Bij het begin van de Israelische "afrekeningsactie' tegen Hezbollah waarschuwde opperbevelhebber generaal Ehud Barak dat de bewoners van Noord-Israel “het niet gemakkelijk zullen hebben”. Die Jeruzalemse profetie is uitgekomen. Ondanks het hevige Israelische lucht- en artillerieoffensief tegen Hezbollah-posities ten noorden van de zogeheten veiligheidszone in Zuid-Libanon zijn er meer katjoesja's richting Kiryath Shmona afgeschoten dan ooit tevoren. Nu er in regeringskringen gesproken wordt over nog ten minste een week strijd in Libanon tegen Hezbollah verliezen duizenden van de 27.000 inwoners van Kiryath Shmona hun geduld. Thuis slapen of winkelen is er niet meer bij.

Militaire patrouilles jagen de mensen om veiligheidsredenen van de straten. Een of twee dagen is het in de schuilkelders wel uit te houden. Maar dan wordt het in deze hete zomermaanden wel erg benauwd en drukkend onder de grond. De kinderen worden zenuwachtig, er ontstaan spanningen en om daaraan te ontsnappen negeren vooral jongeren en mannen de strikte orders van het leger om binnen te blijven.

Verscheidene steden in Israel hebben inmiddels kinderen uit Kiryath Shmona uitgenodigd om in afwachting van betere tijden de vakantie bij families in hun woonplaatsen door te brengen. Het Israelische vrijwilligersnetwerk draait weer op volle toeren.