VEB EN FOKKER

In NRC Handelsblad van 20 juli schiet mr. W.J.M. Derks de Centrale Trust Compagnie te hulp in de kwestie inzake vervroegde aflossing van de converteerbare lening van Fokker. De heer Derks verloochent daarbij zijn vroegere werkgever niet aangezien hij nog niet zo lang geleden werkzaam was bij de ABN emissie-afdeling en dus evenals de Centrale Trust Compagnie uit de ABN-stal komt.

Eerstens wil ik er toch op wijzen dat uit de bedoelde bepalingen in de Trustakte helemaal niet valt af te leiden dat de mogelijkheid tot vervroegde opeising moet worden beperkt tot die gevallen waar de kwaliteit van de debiteur na overdracht aan een derde van (de meerderheid van) de aandelen (lid e) of de zeggenschap (lid f) achteruit gaat. De overdracht sec is voldoende om de trustee de mogelijkheid (en niet: de verplichting) te geven tot vervroegde opeising over te gaan. Wellicht is het verstandig als de heer Derks toch eerst nog even kennis neemt van de tekst van de Trustakte.

Los van het bovenstaande maakt het wel degelijk een groot verschil of de Staat der Nederlanden (30 procent) als grootaandeelhouder wordt vervangen door het Duitse DASA, dat met 51 procent de absolute zeggenschap krijgt.

Tweedens lijkt bij de heer Derks een misverstand te bestaan omtrent de rol van de trustee. Een essentieel verschil met een administratiekantoor is, dat de trustee uitsluitend gehouden is de belangen te behartigen van de door haar vertegenwoordigde obligatiehouders. De kernvraag is dus: wat is hier het belang der obligatiehouders. Aangezien die vraag het best door de obligatiehouders zèlf beantwoord kan worden is het misschien dienstig te bezien hoe de stemming van de beide afgelopen vergaderingen is uitgevallen. Daar waren honderden obligatiehouders aanwezig of vertegenwoordigd, die op één na (eerste vergadering in mei), respectievelijk op twee na (tweede vergadering in juni) kenbaar hebben gemaakt vóór vervroegde aflossing te zijn. De beide obligatiehouders die zich hier tegen hebben verklaard waren de Stichting Aandelenbezit Fokker Personeel en de verzekeringsmaatschappij Delta Lloyd. Het bestuur van de Stichting wordt gevormd door topfunctionarissen van Fokker en naar de mening van de personeelsleden, voor wie toch de door de Stichting beheerde obligaties zijn bedoeld en waar zij risico voor lopen, wordt niet gevraagd. Een aantal personeelsleden heeft ons meegedeeld ook vóór vervroegde aflossing te zijn. Het standpunt van Delta Lloyd wordt wellicht duidelijker als bekend wordt waar Fokker N.V. haar verzekeringen heeft lopen.

Laatste opmerking: onze reeds sinds 1924 bestaande organisatie hééft zich ontwikkeld tot een belangenbehartiger van institutionele en particuliere beleggers in binnen- en buitenland, die ons ook in de onderhavige casus steunen en waarbij het gaat om ruim ƒ 40 miljoen nominaal aan obligaties. Als de heer Derks meent dat de VEB zich nog moet ontwikkelen tot een gerespecteerde belangenbehartiger van kleine beleggers is hij helaas, zoals ook op andere punten van zijn suggestieve en denigrerende brief, niet geheel van de feiten op de hoogte.