Over golf

Ik ben niet aan het golfen te krijgen. Er zijn vreselijker bekentenissen denkbaar, maar het is toch een hele stap, anno 1993 te bekennen dat je niet met deze trend meegaat.

Ik heb het geprobeerd, nadat van relatiezijde vriendelijk maar dringend was verzocht de stokken eens ter hand te nemen. Er werd ook massaal “volhouden” geroepen toen ik na de prilste poging neerslachtig het clubhuis betrad, maar ik wist het van tevoren: dit is een bezigheid, welke mij niet echt aantrekt. Je kunt het doen, maar diepe bevrediging zal nimmer je deel worden. Wat het is, weet ik niet.

Eerder dit jaar riep ik tegen enthousiaste golfers dat het geen echte sport was, omdat je je tegenstander niet tegenover je hebt en je hem niet kunt passeren zoals voetballers, tennissers, hockeyers en dergelijken dat plegen te doen. Het leek me altijd al te onpersoonlijk. Je duelleert met iemand, maar op afstand. Hij of zij is vaak een eindje verder met zichzelf en met de problemen bezig.

In de Volkskrant van vorige week zaterdag stond een uitvoerig interview met minister Relus ter Beek. Hij noemt zichzelf een sociaal-democraat, want het begrip socialist sloeg meer op zijn vader, secretaris destijds van de afdeling Coevorden van de Vara. Moeder was actief in de Vrouwenbond en de boodschappen werden gedaan bij de Coöperatie. Plotseling zegt de interviewer: “En nu speelt u golf.” Ter Beek heeft zijn repliek bij de hand en vertelt dat het communistische Kamerlid Lou de Visser al voor de Tweede Wereldoorlog betrapt werd in een eerste klascoupé van de Nederlandse Spoorwegen en zich verdedigde met de slagzin: “voor het proletariaat is het beste nog niet goed genoeg.” Een slagvaardig antwoord, maar als wezenlijk argument lijkt het niet veel waard.

Ook Relus ter Beek verdedigt zijn animo voor golf op een geheel eigen manier. “Golf moet in de ogen van uw vader een rijkeluissport zijn geweest”, oppert de interviewer. In plaats van dit duidelijke feit gewoon toe te geven - tijden veranderen immers - put de minister zich uit in een verhaal hoe betrekkelijk goedkoop golf wel is. “Een jaar lang golf spelen met je gezin kost minder dan een weekje wintersport met datzelfde gezin”.

Intussen valt niet te ontkennen dat zeer veel Nederlanders zich aan golf zijn gaan wijden en er ongetwijfeld veel genoegen aan beleven. Aan mijn zegen hebben ze niet veel, maar ze krijgen hem toch. Het is nu eenmaal met sporten zo dat er zelden een eerbiedwaardige reden valt te noemen die de mens dwingt om juist die sport te beoefenen. Je kunt voetbal, tennis en andere balsporten gemakkelijk onderuit halen. Waarom zou men achter grote of kleinere ballen aanlopen om die ten spoedigste weg te trappen of te slaan? Maar dat is nu juist zo aardig aan deze bezigheden: het is niet zozeer logisch dan wel leuk. Maar dan moeten die golfers niet tot hun verdediging aanvoeren dat je zo lekker in de buitenlucht vertoeft. Het is waar, maar op zichzelf geen reden om dat kleine balletje een mep te geven. Je kunt ook de hond uitlaten of gewoon een wandeling maken. Terwijl lichaamsbeweging op zichzelf door niemand onzinnig wordt gevonden, is het voor velen pas interessant als er sport dus strijd aan te pas komt. “Het is een kinderachtig spel waarbij niemand wint”, heeft ooit iemand gezegd. Golf is een virtuoos spel, soms gewonnen door wereldbekende cracks met een embonpoint en een sigaret in hun mond.

Zou het dat zijn, wat mij verhindert die bezigheid fascinerend te vinden?