Oorlog en vrede

DE "KLEINE OORLOG' in het Israelisch-Libanese grensgebied roept herinneringen op aan de Israelische inval van 1982 die tot in Beiroet reikte. Andermaal poogt de joodse staat het geweld van zijn grenzen te verdrijven en andermaal raakt hij ongelukkigerwijs juist in een geweldsspiraal verzeild. De tegenstander, ditmaal de door Iran gesponsorde en door religieus fanatisme gedreven Hezbollah-beweging, laat zich immers niet gemakkelijk intimideren. Integendeel zij floreert op een ondergrond van bloedige escalatie. De burgerbevolking in het oorlogsgebied is het lijdelijke slachtoffer.

De Israelische operaties zijn een reactie op een gecompliceerde toestand. Libanon vegeteert sinds het einde van de burgeroorlog als zogenaamd soevereine staat onder de neerdrukkende bescherming van buurland Syrië. Om aan Syrisch opportunisme tegemoet te komen moet het Hezbollah op zijn grondgebied toelaten, zoals het zijn uiterste zuiden heeft moeten afstaan als veiligheidszone voor Israel. De Libanese klacht over Israel bij de Veiligheidsraad doet in haar eenzijdigheid nogal gewrongen aan. Want Libanons aanvaarding van Hezbollah is, anders dan Beiroet voorgeeft, allesbehalve vrijwillig en spontaan. Hezbollah dient geen Libanese belangen. Integendeel.

DE ISRAELISCHE regering wekt de indruk weinig af te wijken van de onbuigzame aanpak van haar voorgangster. Mocht worden besloten tot een invasie van grondtroepen dan is de gelijkenis vrijwel compleet, hoewel van premier Rabin mag worden verwacht dat hij anders dan zijn voorganger dertien jaar geleden weerstand zal weten te bieden aan de zuigkracht die per definitie van de militaire situatie in Libanon uitgaat. Als minister in 1985 verantwoordelijk voor de terugtocht van het Israelische leger uit Libanon kent hij de militaire en diplomatieke consequenties van een wilde expansie noordwaarts te goed om opnieuw in deze val te lopen. Bovendien heeft het Israelische publiek geen goede herinneringen aan dat avontuur.

Gevangen tussen "the devil' van de op te houden militaire geloofwaardigheid en "the deep blue sea' van een nieuwe invasie beperkt de regering-Rabin zich tot een tactiek van afstraffing op afstand. Noodgedwongen is de nauwkeurigheid daarvan beperkt en zijn de publicitaire gevolgen evengoed negatief. Na de verbanning van leiders van de Palestijnse Hamasbeweging naar het Libanese niemandsland heeft Israel zichzelf zodoende opgezadeld met een nieuwe diplomatieke handicap. De beelden van in puin geschoten Libanese dorpen wedijveren met die van uit Noord-Israel wegvluchtende bewoners.

HOEWEL ISRAEL na het lijdzaam incasseren van Saddams Scuds tijdens de Golfoorlog niet opnieuw voor agressie het hoofd kon buigen, blijft de beslissende vraag hoe de jongste escalatie het vredesproces zal benvloeden. De verstolen suggestie van Amerikaanse en Israelische kant als zou nu in feite Syrië naar de onderhandelingstafel worden gebombardeerd, klinkt nogal spitsvondig. En als dat al mede een oogmerk van de aan de gang zijnde operaties zou zijn, zou er sprake zijn van een wel zeer bot instrument in een uiterst ingewikkelde relatie. Inderdaad hebben Israel en Syrië elkaar iets te bieden, maar in het Midden-Oosten lokt geweld meestal geen overeenkomst uit maar tegengeweld. Het aanstaande bezoek van Clintons minister Christopher aan de regio had dan ook onder een beter gesternte kunnen plaatshebben.