Nijenrode wil doorstoten naar Europese top

Aan ambities en zelfvertrouwen ontbreekt het niet. Het nieuwe Nijenrode wil doorstoten naar de top-vijf van de business schools in Europa. “U ziet hier een optimistisch mens voor u zitten, al is het een werk van bloed zweet en tranen”, zegt president drs. Neelie Kroes.

De ambiance van Nederlands oudste "business school' is onveranderd. Nog altijd klingelt het carillon, grazen de herten op het landgoed met rozentuin en staan de eeuwenoude kastanje- en lindebomen in het gelid rond het dertiende eeuwse kasteel van ridder Gerard Splinter van Ruwiel. Achter die façade is het echter gedaan met het oude Nijenrode. De nieuwste brochures spreken ronkende taal: "Nijenrode - pronounced nay-en-roader - is a leading European business school'. President drs. Neelie Kroes opende het Academisch Jaar 1992-1993 met de woorden: "It marks the opening of a new Nijenrode, the start of a new educational concept'.

Hoog op het menu staan nu de studie Master of Business Administration, een intensief programma van 13 maanden voor studenten met minimaal twee jaar werkervaring en het Intensive Doctorandus Programme voor HBO en universitair afgestudeerden met een studieduur van 16 maanden, "designed for highly motivated individuals seeking a career boost'. Voorts het gedurende twee jaar in de weekeinden gegeven Executive MBA Programme - 85.000 gulden per persoon, voor universitair geschoolde managers met ongeveer tien jaar werkervaring. En dan zijn er nog talloze "tailor made Executive Programmes', het Senior Management Forum en exclusief voor topmanagers het Advanced Management Programme.

Daar is geen woord Nederlands meer bij, en dat past volledig bij de nieuwe koers: Nijenrode University wil doorstoten naar de top, in Europa passend in een rijtje van vijf: IESE-Barcelona, IMD Lausanne, INSEAD Fontainebleau, London Business School en Nijenrode Breukelen. Zelfs het telefoonnummer staat in de folders alleen nog maar afgedrukt voor opbellers vanuit het buitenland.

Ambities genoeg en ook aan zelfvertrouwen ontbreekt het niet. “U ziet hier een optimistisch mens voor u zitten, al is het een werk van bloed zweet en tranen”, zegt president Kroes, majesteitelijk zetelend achter haar bureau in een zachtgroene kamer aan de slotgracht. Dik twee jaar is zij nu in functie en zij veronderstelt dat haar aanstelling destijds te maken heeft gehad met haar “ondernemersbloed, politiek bloed, vasthoudendheid en motiverend optreden”. De verantwoordelijkheid voor de inhoudelijke kant van het onderwijs - het eigenlijke produkt dat Nijenrode de internationale markt wil bieden - heeft zij in handen gelegd van prof.dr.ir. Philippe Naert, de huidige "dean' ofwel decaan van Nijenrode. Naert werkte nog in dezelfde functie bij het prestigieuze Insead, toen Kroes hem in april vorig jaar belde. Hoorbaar van Vlaamse afkomst, in korte hemdsmouwen en goedlachs zetelend in een andere kasteelkamer met aan de schouw het motto "Cedo Nulli' (Ik wijk nergens voor), herinnert hij zich: “Ze vroeg of ze met mij eens kon babbelen over het internationaliseren van een business school. Ik heb gezegd dat ik absoluut geen tijd had, omdat ik volop bezig was met een studieprogramma aan Insead voor Heineken. Maar toen zei ze: u moet tussendoor toch eten, kunnen we dan misschien samen eten? De andere dag reeds is ze naar Fontainebleau gekomen en hebben we een ganse avond gepraat over internationale business schools in het algemeen. Een week nadien hebben we weer gedineerd in de Aigle Noir en toen heeft ze mij gevraagd dit te doen.” Als er op Nijenrode geen grote veranderingen op til waren geweest had Naert nee gezegd: “Zeker en vast. Wat me aantrok was de uitdaging van een turn-around die ik kon realiseren.”

Naerts eerste daad bij Nijenrode was het aanpassen van het "businessplan' dat de president, de voormalige decaan en enkele adviseurs hadden gemaakt. “Dat was op bepaalde onderdelen nogal onrealistisch, veel te ambitieus”, oordeelt Naert. “Wat ze in feite wilden was: je neemt de beste business schools van Europa en de som daarvan is het nieuwe Nijenrode. Ik heb gezegd: daar heeft Nijenrode zeker op korte termijn de middelen niet voor en wat ik in het plan miste was een analyse van de sterkten en zwakten van Nijenrode.” Sterkste punt, analyseert Naert, was een "fantastisch commitment' voor de kwaliteit van het onderwijs. “Die kwaliteit zagen ze hier oprecht als hun eerste opdracht en dat beschouw ik als een sterkte, want er is allerwege kritiek op de kwaliteit van de beste business schools, zoals te veel aandacht voor specialistische vakfuncties, te weinig voor integratie, men leert te verticaal denken in marketing- en produktietermen, maar je moet mensen juist leren horizontaal te denken. Ook is er te weinig aandacht voor het aankweken van leadership, van teambuilding, van communicatievermogen. Op het oude Nijenrode kweekten ze vanouds generalisten en persoonlijkheden. Dat is de tweede sterkte. De derde sterkte is de binding met het bedrijfsleven.”

En de zwakten? “De grootste zwakten van het oude Nijenrode waren er eigenlijk twee. Het was een gesubsidieerde instelling, en dat betekent vaak: geen dwingende noodzaak tot uiterste efficiency. Krijg je zomaar twaalf miljoen per jaar van het rijk toegestopt, dan hoef je daar alvast niet voor te werken. Tweede zwakte, in het verleden vaak door universiteiten naar voren gebracht, en terecht, is de wetenschappelijke produktie. Die was op Nijenrode buitengewoon gering.”

Pag.14: Het nieuwe Nijenrode wil alleen "A1-kwaliteit'

Het uit 1946 daterende Nederlandsch Opleidingsinstituut voor den Buitenlandsche Dienst Nijenrode was een initiatief van Albert Plesman, de aartsvader van de KLM, en werd gesteund door de Koninklijke Shell, Philips, Unilever, de Scheepvaartvereniging Zuid, de PTT en andere bedrijven, die een deel van het startkapitaal bijeenbrachten en zitting namen in het eerste bestuur. Plesman wilde een mogelijkheid creëren om "jonge Hollandse kerels' op te leiden voor het internationale zakenleven, de journalistiek, het hogere hotelbedrijf en de diplomatieke dienst. Geboden werd een tweejarige opleiding. Op het programma stonden onder meer bedrijfseconomie, talen (met behulp van door Philips geschonken bandrecorders), sociaal beleid en personeelsbeleid, inleiding in de rechten, filosofie, boekhouden en - op aandringen van Plesman - een flinke portie lichamelijke opvoeding, van rugby tot boksen.

Tot 1972 werden geen meisjes toegelaten. Een jaar eerder ging een driejarige opleiding van start, naar het Angelsaksische voorbeeld van het Bachelors of Business Administration-programma (BBA), in 1982 (het jaar waarin Nijenrode na jarenlang lobbyen de felbegeerde universitaire status kreeg) gevolgd door een nog intensievere studie Master of Business Administration (MBA).

Die BBA loopt op zijn laatste benen; alleen zij die nog in dat studieprogramma zitten mogen het afmaken. Neelie Kroes was koud een half jaar president of zij schokte de zeshonderd studenten en zesduizend alumni door te melden dat de BBA moest worden gestopt omdat minister Ritzen had besloten de subsidiekraan dicht te draaien. Wie zo graag naar Nijenrode wilde, moest dat zelf maar betalen, vond de minister. Kroes kondigde daarop aan dat het nieuwe Nijenrode een private universiteit zou worden voor post-academisch MBA-onderricht met leergangen van hooguit zestien maanden, drijvend op inkomstenbronnen uit onderwijs en onderzoek. De Nijenrodianen voelden zich verraden en bekocht, de nieuwe president werd "het paard van Troje' genoemd. Het idee dat al vóór de komst van Kroes en de mededeling van Ritzen plannen bestonden om Nijenrode grondig te gaan hervormen en dat dáárvoor de nieuwe president was ingehuurd door Jeelof (de vice-president van Philips en voorzitter van het Nijenrodebestuur) wordt door president Kroes heftig bestreden: “Hoho, even voor het goede begrip: niemand wist op dat moment dat er een mogelijkheid was dat Den Haag niet meer zou blijven subsidiëren. Mijn aanvankelijke opdracht was het bestaande pakket uit te breiden en in de vaart der volkeren te brengen. Door het besluit van Ritzen is dat streven in een stroomversnelling gekomen. Dat het een geschenk uit de hemel was zult u mij nooit horen zeggen, wel dat het er extra toe geleid heeft dat wij ons hebben afgevraagd of de oude formule nog aansloot bij wat de markt vraagt. Voor mij had de hele ombuiging op een andere manier gemogen, maar achteraf zeg ik: we hebben van een nadelige situatie een voordelige gemaakt. Daar geen misverstanden over.”

Gevraagd naar wat het nieuwe Nijenrode zo bijzonder maakt, of om in haar termen te blijven, wat zij als de Unique Selling Proposition (USP) beschouwt, komt zij niet verder dan: “Die zit 'm in de onderwijsfilosofie, de methodiek, zelfs de kleinschalige aanpak en de kwaliteit van de medewerkers.” Philippe Naert is uitvoeriger: “We proberen alleen datgene te doen waarin we kunnen excelleren. Op het gebied van onderzoek is dat allereerst een centrum voor Management of Change voor de bestudering van processen en instrumenten. Zo zullen daar de culturele verschillen tussen Amerika, Europa en de Pacific Rim aan de orde komen en in het bijzonder de verschillende managementculturen binnen Europa. Een tweede domein zien we in marketing en retailing. Nijenrodianen kwamen in het verleden het meest in die richtingen terecht, dus op die sterkte bouwen we verder door de studie marketing en retailing te gaan koppelen. Waarom? Omdat de detailhandel in Europa zeer geconcentreerd is, anders dan in Amerika, dus daar bestaat de noodzaak niet om die studiecombinatie te bieden. Een derde domein wordt Business Ethics, waar studies worden gedaan naar problemen op dat gebied bij bedrijven, bij voorbeeld het managen van milieuproblematiek. Daar hadden we al een leerstoel voor - de eerste in Europa - en daar gaan we een researchcentrum omheen bouwen.”

Om de nieuwe ambities waar te maken zijn nieuwe professoren en docenten nodig. “Van een aantal docenten, ongeveer dertien, nemen wij afscheid”, zegt Naert onaangedaan. “Voor een deel omdat wat zij doceerden niet meer op het programma staat, voor een ander deel omdat mensen voor zichzelf uitgemaakt hebben dat ze hier niet meer passen. We proberen de faculteit binnen zo'n jaar of drie aan te vullen met vijftien tot twintig mensen. Als docenten wil ik relatief jonge persoonlijkheden die aan goede instellingen gepromoveerd zijn, die geleerd hebben wetenschappelijk onderzoek te doen. Daarnaast wil ik een aantal hoog gekwalificeerde hoogleraren binnenbrengen. De lat moet zo hoog mogelijk liggen. Niet simpelweg een advertentie plaatsen, want daar krijg je alleen maar honderden mensen op die ergens weg willen, en daar deugt meestal niets van. De personen die wij willen zijn al ergens hoogleraar, die moet je vragen, iets te bieden hebben.”

De oogst is nog mager: enkele nieuwe docenten, en uit de hoogleraarhoek slechts één man, maar dan wel prof.dr.ir. Gerrit Broekstra, de voormalige decaan van de Rotterdam School of Management. Naert is daar blij mee: “Broekstra heeft in de bedrijfskunde een internationale reputatie. Die heb ik persoonlijk over de brug gehaald. Daarnaast ben ik met verschillende buitenlandse hoogleraren bezig.”

De ideale Nijenrode-hoogleraren moeten Roel in 't Veldjes zijn? “Jaja, haha”, lacht Naert, “inderdaad, zulke mensen wil ik. Want wie aan een business school management wil doceren, die moet de praktijk kennen. Dus zeg ik zelfs: ze mòeten bijklussen. De maat is voor mij zeer eenvoudig. Wat publiceren ze, welke impact hebben ze in het vak en binnen het bedrijfsleven, hoe goed kunnen ze doceren. Dat heeft niets te maken met hoeveel uren ze achter hun bureau in het faculteitsgebouw zitten. Dus ik kan het echt niet in uren uitdrukkken. Het ligt geheel aan de genialiteit van de persoon. Ik zal niemand verbieden 100 uur per week te werken. Van de andere kant kunnen ze niet zomaar hun gang gaan, ik wil nauwkeurig weten wat ze allemaal doen en dat moet mijn instemming hebben.”

Naert en Kroes zijn zelf uit dat hout gesneden. Naert gaat er prat op: “Ik doe er zoveel mogelijk naast. Ik doe dingen voor Heineken en Bols, ben adviseur van de raad van commissarissen van Campina Melkunie. In België ben ik bij Comelco, en bij Bekaert, en zo verder.” (In zijn CV staan nog genoemd adviseurschappen en andere functies bij C&A, Ciba-Geigy, Europese Gemeenschap, Ippa Bank, Singapore Airlines, Unilever en Oki-Doki - zijn volledige CV telt 17 pagina's.) Neelie Kroes: “Bij al die publicaties over bijklussen hebben we stomverbaasd gestaan om te zien hoe alles wat in Nederland boven het gras uitsteekt wordt neergemaaid.” Zijzelf bekleedt naast het presidentschap van Nijenrode nog zeventien nevenfuncties en bestuurslidmaatschappen. Zo is ze voorzitter van de Stichting Nederland Distributieland, president-commissaris bij de Nationale Investeringsbank, commissaris bij McDonald's Nederland, Ballast Nedam, Nedlloyd en Total Raffinaderij Nederland, adviseur van Coopers & Lybrand Dijker van Dien, enz.

De selectie van Nieuwe Nijenrodianen is streng, zegt Kroes: “We willen uitsluitend A1 kwaliteit. We doen geen druppeltje water in de wijn om toch aan een kwantum te komen.” Haar melding van het aantal geselecteerden verschilt evenwel van die van haar decaan. Kroes zegt dat een op de zes kandidaten wordt aangenomen, Naert schat dat het een op vier is. Achteraf meldt het hoofd externe betrekkingen: “Het aantal geselecteerde kandidaten voor het Intensieve Doctorandus Programma is een op zes, en voor het internationale MBA een op vier.” De gegadigden stromen nog niet toe, al zit er progressie in. Bij het internationale MBA-programma bleef de eerste selectie beperkt tot 42; voor het komende jaar worden naar verwachting 55 kandidaten toegelaten. Het "businessplan' maakt melding van een maximale toelating van 160 kandidaten in 1997, bij een dalende MBA-markt geen eenvoudige opgave, maar Naert noch Kroes zijn geneigd tot een versoepeling van de selectiecriteria. “Zeker niet”, zegt Philippe Naert. “Wij willen nu eenmaal gepositioneerd worden als een van de leidende business schools van Europa en dan moet je je kwaliteitsnormen hooghouden. Op dit moment moeten we even interen op de inkomsten om op langere termijn aantrekkelijk te zijn.” Grootschalig zoals bij voorbeeld Insead mag het Nieuwe Nijenrode niet worden. Ook wordt er zorgvuldig voor gezorgd dat de deelnemers aan het MBA-programma uit alle delen van de wereld afkomstig zijn. De voertaal is Engels. Nijenrode telt nu ruim 70 procent buitenlandse MBA-studenten van twintig nationaliteiten, waarvan 30 procent vrouwen.

Zoals te verwachten was is de begroting van Nijenrode nog lang niet sluitend. Ter dekking dient een deel van de 62,8 miljoen gulden, die Kroes naar eigen zeggen "voor de poorten van de hel' heeft weggesleept toen minister Ritzen de subsidiekraan dichtdraaide. Verder wordt aan kostenbesparingen gewerkt, probeert Kroes bedrijven te werven voor op maat gemaakte Nijenrode-programma's en ook probeert zij - zoals in het buitenland gebruikelijk is - bijdragen van het bedrijfsleven los te krijgen. “Onze fondsenwerving moet straks miljoenen gaan opbrengen. Niet alleen aan donaties, maar ook door het financieren van leerstoelen. Een aantal vogels lijkt gevangen te kunnen worden, maar ik wil nog geen namen noemen.”

In het huidige bestuur, overigens omgezet van een algemeen bestuur van 30 leden in een raad van toezicht met twaalf leden, zijn bedrijven vertegenwoordigd als ABN Amro, Akzo, Fokker, Philips, Unilever, PTT, Centraal Beheer en Heineken. Wat Naert verheugt is dat Heineken-baas Karel Vuursteen tot het bestuur is toegetreden. “Heineken had al wel een afgevaardigde in het bestuur, maar nu dan de topman zelf.' Het drankenconcern heeft altijd hechte banden gehad met Insead en financierde daar een eigen leerstoel in marketing, bekleed door Naert.

Moeilijker is het relaties te smeden met Shell, weliswaar een van de oprichters van Nijenrode, maar in het verleden nam Shell nauwelijks studenten van Nijenrode aan. Het concern heeft in Noordwijkerhout een eigen opleidingscentrum, waar de kennis uitsluitend aan eigen mensen wordt gedoceerd. Niettemin meent Naert onlangs in Barcelona een eerste veelbelovend contact met Shell te hebben gelegd over een programma voor meerdere bedrijven tegelijk, in samenwerking met enkele andere zakenscholen - één van de vele ideeën waaraan hij werkt. Van de ruim twintig universitaire en buiten-universitaire Nederlandse opleidingen bedrijfskunde beschouwt Naert alleen die van de Rotterdam School of Management (gelieerd aan de Erasmus Universiteit) als een serieus te nemen concurrent. Op termijn sluit Naert een samenbundeling van krachten of zelfs een fusie niet uit. Wat hem betreft mag Nijenrode dan verder gaan onder een nieuwe naam, bijvoorbeeld the Netherlands School of Business, maar voorlopig gaat hij op eigen krachten verder.

De ontwikkeling van Nijenrode University, dat zou een mooie marketing-case kunnen zijn voor de eigen studenten! Naert, droogjes: “Zeker, maar dan moeten we eerst de afloop kennen.”