Nederland zegt deel steun aan Suriname op

DEN HAAG / PARAMARIBO, 27 JULI. De betalingsbalans-steun aan Suriname wordt op 1 augustus gestaakt. Naar gisteren bekend is geworden heeft het kabinet hiertoe vrijdag besloten omdat de Surinaamse regering te weinig vordert met de sanering van de economie.

De Nederlandse ambassadeur in Suriname, P. Koch, heeft zaterdag aan president Venetiaan meegedeeld dat Nederland geen nieuwe verplichtingen zal aangaan voor voortzetting van de betalingsbalanssteun, financiële steun voor de produktieve sector (waaronder financiering van het Industriefonds), steun aan de infrastructuur, aan de sociale programma's en steun voor de schuldenlast van Suriname.

Vorige maand was een EG-missie tot de conclusie gekomen dat het Surinaamse "structureel aanpassingsprogramma' faalde. De EG weigerde daarop in Suriname een "monitor-rol' te vervullen om na te gaan hoe het aanpassingsprogramma, dat nauwelijks van de grond was gekomen, verder zou verlopen. Nederland had daar bij de EG op aangedrongen.

Tot nu toe heeft Nederland sinds vorig jaar 66 miljoen gulden overgemaakt voor betalingsbalans-steun. Bij het raamverdrag tussen Nederland en Suriname dat vorig jaar werd gesloten is Suriname 300 miljoen gulden betalingsbalanssteun toegezegd. Het geld wordt gebruikt voor valutaveilingen, waar Amerikaanse dollars te koop worden aangeboden aan Surinaamse producenten. Tot nog toe zijn negen valutaveilingen gehouden.

In Suriname is met verbazing gereageerd op de bekendmaking. De regering liet gisteren weten dat ze “de ontwikkelingen in de kringen van zowel de Nederlandse regering als van de Europese commissie gevolgd heeft en tevens kennis heeft genomen van de Nederlandse beslissingen en de argumenten die daarvoor zijn aangevoerd”. Ze “zal deze beslisssingen beoordelen en na overleg met de daarvoor in aanmerking komende instanties het Surinaams standpunt terzake bekend maken”. De oppositiepartijen hebben boos gereageerd op de bekendmaking van Nederland en verwijten de regering dat ze niet in staat gebleken is het land te leiden.

Den Haag raadt Paramaribo nu aan zijn heil te zoeken bij de Wereldbank en het IMF. Dat was ook het oorspronkelijke plan maar Suriname maakte daar bezwaar tegen omdat Wereldbank en IMF te zware eisen zouden stellen aan het Surinaamse kabinet en de bevolking daarvan de dupe zou worden. Volgens de Surinaamse regering zouden IMF en Wereldbank te weinig oog hebben voor de sociale gevolgen van de economische saneringen. Een broze democratie zou dergelijke spanningen niet overleven, zo was de redenering. Inmiddels zouden Wereldbank en het IMF, ook volgens Ontwikkelingssamenwerking, meer oog hebben gekregen voor de sociale gevolgen van aanpassingsprogramma's.

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer is het met de nieuwste maatregel van het kabinet eens. De VVD wil na het reces wel een debat over “hoe het nu verder moet met Suriname”, aldus Kamerlid F. Weisglas.