Mungra eist intrekking beschuldiging drugshandel

DEN HAAG, 27 JULI. De Surinaamse zakenman en oud-directeur van de Surinaamse luchtvaartmaatschappij A. Mungra sommeert het openbaar ministerie in Den Haag voor vrijdag de verdenkingen te laten vallen dat hij in cocane heeft gehandeld.

Als justitie geen gehoor geeft aan zijn eis, dan zal hij via zijn raadsman, de Amsterdamse advocaat mr. A. Moszkowicz, een schadevergoedingsprocedure beginnen tegen het OM wegens het in diskrediet brengen van zijn reputatie.

Het Haagse openbaar ministerie heeft op 22 juni een gerechtelijk vooronderzoek geopend tegen Mungra, de Surinaamse politicus Sardjoe en nog enkele Hindoestanen. Samen met twee Nederlandse handlangers worden ze ervan verdacht een criminele organisatie te hebben gevormd die zich bezighield met handel in cocane, het witwassen van drugsgelden en het betalen van smeergeld. Volgens de FIOD in Haarlem hebben de Nederlanders de afgelopen twee jaar ruim negen miljoen gulden betaald aan smeergeld om contracten te kunnen binnenslepen voor het leveren van levensmiddelen en cement aan Suriname.

Voor het onderzoek tegen de Surinamers zijn op 7 juli op verscheidene plekken in Nederland huiszoekingen verricht. Volgens Moszkowicz is de beschuldiging dat zijn cliënt in cocane handelt er met de haren door de justitie bijgesleept. “De verdenking van handel in drugs is alleen geuit om huiszoekingen mogelijk te maken. Uit de dossiers blijkt evenwel dat er niet eens een begin van bewijs op dit punt is.”

Volgens de advocaat betekent de beschuldiging van cocanehandel dat de reputatie van Mungra van “alom gerespecteerd zakenman” ernstige schade heeft opgelopen. Bedrijven waarvoor Mungra als adviseur werkt, willen geen zaken meer met hem doen. Moszkowicz voorspelt hoge claims wegens immateriële schade.

Het openbaar ministerie in Den Haag zegt geen mededelingen over het onderzoek in de smeergeldzaak te willen doen.