Kersen etende somberheid

Tirade 346. Van Oorschot, 96 blz. ƒ 17,50

Bijna alleen maar moois in Tirade 346: werk van zes jonge en/of onbekende dichters; proza van Vonne van der Meer, Brandt Corstius, Paul Meeuws, en de onbekende Michaël Spaan; beschouwend proza van de redacteuren Otten, Lieske en Anker. Opmerkelijk is een opgedoken artikel uit De Baanbreker van 30 juni 1945 geschreven door Ruslandkenner Charles B.Timmer bij de herdenking van Majakovski's zelfmoord in 1930. Inleidend schrijft Marko Fondse, heel eerlijk, dat de Koude Oorlog en de uitwassen van het stalinisme het voor hem onmogelijk hebben gemaakt zich te verplaatsen in het vroege revolutionaire "élan', in Majakovski's propagandistische gedichten voor het Leninisme. “De geschiedenis heeft tussen mij en dat werk - de literaire waarde ervan daargelaten - een ondoordringbare wand opgetrokken.” Bij Russische kunst is een louter esthetisch oordeel onmogelijk, schreef Timmer in '45, een politieke stellingname is onvermijdbaar. “Wie zich bezig wil houden met de Russische literatuur sinds 1917 moet zich werpen in het strijdgewoel. (-) Is het een wonder, dat één bijkomstigheid dikwijls in het gedrang moest komen en onder de voet werd gelopen, n.l. dat vage iets dat wij "schoonheid' noemen?”

Een vondst, en uitstekend uitgewerkt daarbij, is het verhaal "Het zingen, het water, de peen' van Vonne van der Meer over een opgroeiende jongen die hardnekkig weigert zijn geloof in Sinterklaas te verliezen. Tegelijkertijd speelt, natuurlijk voor wie in Freud gelooft, moeders langzaam maar zeker slechter wordende relatie met vader. Op zijn negentiende, bij het eerste echte vriendinnetje, zingt de jongen nog altijd 's avonds voor de Sint en zet zijn schoen. Tegen die tijd zit de lezer wel met een niet meer te negeren brok in de keel.

Katrien Hirs schreef drie boeiende gedichten op de maagd Maria, " - ik ben overmand / door een vrucht, een dor gegeven'. Opvallend veel Emily Dickinson-achtige gedachtenstreepjes gebruikt Hirs: “Mijn lijden wil geen statie zijn - / ik wil niet in gedachten blijven als / de huilebalk - de kersen etende somberheid.”

Curieus is het stuk "Wreed?' van Michaël Spaan over rotstreken van kinderen met dieren anno toen de otter nog gewoon voorkwam; het past wonderwel bij de tijd en sfeer in de gedichten van L.F. Rosen. Intrigerend als altijd zijn de gedichten van Marieke Jonkman, en die van Pieter A. Kuyk over de oorlog: “vertimmer geen lucht / stenig geen tranen.”

Dan is er ook nog de tekst van een hoorcollege dat Willem Jan Otten gaf over Arthur Schnitzler en Anker over Claus' lekker broeierige Een bruid in de morgen - een heerlijk nummer van Tirade.