Jongbloed tevergeefs in slag met centrale bank

ROTTERDAM, 27 JULI. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag heeft zich niet ontvankelijk verklaard in een zaak die drs. A.J.H. Jongbloed, ex-directeur van Staal Bankiers, had aangespannen tegen De Nederlandsche Bank. Omdat het college zich in dit conflict niet bevoegd acht, heeft Jongbloed niet zijn zin gekregen.

Jongbloed, adviseur van beleggingsfonds Groeigarant, vindt dat De Nederlandsche Bank (DNB) het hem onmogelijk maakt een leidinggevende functie bij een beleggingsinstelling te vervullen door hem zonder motivering uit te sluiten van zo'n functie. Hij noemt het een beroepsverbod.

Jongbloed wil directeur worden bij Groeigarant, maar acht een aanvraag bij voorbaat kansloos. DNB is van mening dat eerst een goedgekeurde beleggingsinstelling een aanvraag moet indienen. Pas dan wil de centrale bank een weigering tot het verstrekken van een vergunning motiveren.

Volgens mr. G.A.J. Dolk, advocaat van Jongbloed, heeft het veto van DNB over Jongbloed het karakter van een wettelijke beschikking. Dolk wilde dat het College hierover een uitspraak deed, maar het College acht zich niet bevoegd in dit conflict. Jongbloed overweegt in hoger beroep te gaan of naar het Europese Hof in Straatsburg te stappen.

Jongbloed was van 1979 tot 1989 directievoorzitter bij Vendex-dochter Staal Bankiers. DNB drong aan op zijn vertrek omdat hij volgens de toezichthouder de wet op het kredietwezen had overtreden. “Ik kan aantonen dat ik de wet niet heb overtreden in de vier gevallen waar De Nederlandsche Bank zich op baseert”, aldus Jongbloed. Sinds 1990 is Jongbloed verbonden aan Groeigarant, een aan de Amsterdamse effectenbeurs genoteerde beleggingsinstelling, die belegt met behulp van een door Jongbloed ontwikkeld computerprogramma.