H. Grabijn- Van Putten, SGP-lid; "Ik ben partijlid en van plan dat te blijven'

DEN HAAG, 27 JULI. “Een totaal verkeerde zaak”, oordeelt mevrouw H. Grabijn-Van Putten over de voorstellen van het hoofdbestuur van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) om vrouwen voortaan geen volwaardig lidmaatschap meer toe te kennen. Mevrouw Grabijn is lid van de SGP en zegt “onthutst” te zijn over de voorstellen: “Dit getuigt van een volstrekt gebrek aan politieke visie”.

Het hoofdbestuur van de SGP stuurde vorige week een brief aan alle leden van de partij met een aantal voorstellen om het lidmaatschap van vrouwen te beperken. Het hoofdbestuur is van mening dat in de bijbel kan worden gelezen dat het “regeringsambt” aan de man is toevertrouwd. Die mening strijdt met de huidige statuten van de SGP, waarin vrouwen geen strobreed in de weg wordt gelegd om Eerste of Tweede-Kamerlid te worden.

Het hoofdbestuur stelt daarom een wijziging van de statuten voor, zodat vrouwen geen regeringsambt mogen vervullen, niet mogen deelnemen aan stemmingen binnen de partij, geen bestuursfunctie mogen vervullen en geen lid van een kiesvereniging mogen zijn. De statuten laten dat nu allemaal toe, omdat vrouwen traditioneel nooit actief waren binnen de partij.

Mevrouw Grabijn raakte in 1984 betrokken bij de SGP, nadat ze in een krant een interview had gelezen met een “zeg maar zeer vrouwonvriendelijke SGP'er”. Ze stuurde een boze brief aan deze SGP'er en een kopie van die brief aan het hoofdbestuur. “Het hoofdbestuur had toen net besloten vrouwelijke leden toe te laten. Ze vonden mijn brief fantastisch en adviseerden mij lid te worden. Sindsdien ben ik volwaardig lid”, zegt Grabijn.

Ze zit in de SGP-werkgroep "Bouwen' die tegen de voorstellen van het hoofdbestuur is. “Sinds de discussie over vrouwen binnen de SGP is opgekomen, heb ik er me altijd tegen verzet dat vrouwen geen volwaardig lid zouden mogen zijn. Ik vind het voorstel van het hoofdbestuur een volstrekt verkeerde zaak. Als de leden dit voorstel aannemen, wordt het besluit in 1984 om vrouwelijke leden toe te staan weer helemaal teruggedraaid.”

Mevrouw Grabijn bestrijdt de uitleg van de bijbel door het hoofdbestuur: “Je moet de bijbel lezen in de context. Man en vrouw zijn geschapen in aanvulling op elkaar. De man is in de eerste plaats het aanspreekpunt en als laatste ook verantwoordelijk. Maar de bijbel gaat uit van dienstbaarheid aan elkaar, niet van macht. Als zodanig is het niet de emancipatiebeweging die ruimte voor vrouwen eist, maar de bijbel die die ruimte geeft”.

Grabijn schrijft de brief toe aan een actie van de rechtervleugel van de SGP. “Ze hebben een mening en zoeken daar een bijbeltekst bij. Ik noem dat voorgeprogrammeerd bijbeldenken.”

Volgens het SGP-lid bestaat meer dan de helft van de kiezers uit vrouwen. Ze noemt het voorstel van het hoofdbestuur een “volstrekt gebrek aan politieke visie”. Ze voegt eraan toe: “Ik denk dat er ook heel wat mannen zich van de SGP zullen afkeren, als dit voorstel wordt aangenomen. Die zullen het niet nemen dat hun vrouw geen lid mag zijn”. Ze vindt het nu te prematuur om naar de rechter te stappen, zoals door woordvoerders van Binnenlandse Zaken en enkele politieke partijen is gesuggereerd.

Op 25 september zullen de leden van de SGP tijdens een huishoudelijke vergadering over de voorstellen stemmen. De voorlichter van de SGP zegt dat als de voorstellen worden aangenomen, het hoofdbestuur overweegt de ongeveer twintig vrouwelijke leden te vragen of ze hun lidmaatschap willen intrekken. Mevrouw Grabijn-Van Putten is echter vastbesloten: “Ik ben nu lid en ben van plan dat te blijven, ook na 25 september.”