"Entente Cordiale is gezond'

PARIJS, 27 JULI. De Franse en Britse regeringen hebben gisteren gedemonstreerd dat de “Entente Cordiale in goede gezondheid verkeert”, zoals de Britse premier John Major zei na afloop van topoverleg in Londen.

Frankrijk was op de zestiende Frans-Britse top vertegenwoordigd door president Mitterrand, premier Balladur en acht ministers. Met deze opmerkelijk zware delegatie wilde de Franse regering aantonen dat ze behalve met Bonn ook met Londen intensieve betrekkingen wil onderhouden. De Britse regering had al eerder laten blijken dat het aantreden van de conservatieve regering-Balladur een betere samenwerking met Parijs mogelijk maakt.

Vraagstukken waar Londen en Parijs uiteenlopende opvattingen over hebben - zoals de GATT-onderhandelingen en vooral het landbouwakkoord met de Verenigde Staten - werden in een sfeer van “vooruitgang” (Balladur) besproken, overigens zonder dat er concrete besluiten vielen. In naam van het beginsel van de zogeheten subsidiariteit werden Londen en Parijs het wel eens dat 21 EG-richtlijnen, onder andere over de kwaliteit van drinkwater, als “te gedetailleerd” kunnen worden afgeschaft.

Groot-Brittannië en Frankrijk zijn het volledig eens over het beleid inzake Bosnie: VN-resolutie 836 over de bescherming van veiligheidszones in Bosnië en Kroatië moet “volledig worden gerespecteerd”. De defensie-samenwerking tussen beide landen, o.a. op nucleair gebied, zal worden versterkt. Mitterrand en koningin Elizabeth zullen op 6 mei volgend jaar de Kanaaltunnel openen. De Franse president nodigde het Britse staatshoofd ook uit voor de herdenking volgend jaar juni, vijftig jaar na dato, van de geallieerde invasie in Normandië. Daaraan wordt in beginsel deelgenomen door alle staatshoofden van landen die met troepen aan de invasie deelnamen.

Mitterrand pleitte voor de benoeming van Jacques de Larosière, de huidige directeur van de Banque de France, tot opvolger van Jacques Attali als president-directeur van de BERD, de Europese bank die de economische ontwikkeling in Oost-Europa moet bevorderen. Hij herinnerde eraan dat Frankrijk bij de oprichting van de bank akkoord was gegeaan met Londen als plaats van vestiging in ruil voor de benoeming van een Fransman tot directeur. De Britse minister van financiën Kenneth Clarke noemde De Larosière “zeer gekwalificeerd” maar hij herinnerde eraan dat over de opvolging van Attali een Europese consensus nodig is.