DEMOCRATIE

Daargelaten dat "verdragstheorie' een germanisme is, gaat S.W. Couwenberg in zijn bijdrage op de opiniepagina van 23 juli ("Voorstel tot revitalisering van de Nederlandse democratie') geheel voorbij aan het Middeleeuwse constitutionele recht.

Althusius borduurde gewoon voort op het pactum (contract) dat de wederzijdse rechten en plichten van vorst en volk regelde en dat zo oud was als de weg naar Rome. Zo legde bijvoorbeeld Manegold van Lautenbach al rond 1085 met een bukolisch voorbeeld de mogelijkheid uit om een slechte vorst af te zetten: ""Als je iemand tegen een behoorlijk loon aanstelt om je zwijnen te hoeden en hij je beesten vervolgens kwijtraakt of doodt, dan mag je hem zonder betaling wegsturen.''

Zoals al zijn voorgangers in Spanje werd Karel V in 1518 door de Cortes aan dat pactum herinnerd. Meteen bij zijn eerste optreden als koning werd hij erop gewezen dat hij een mercenario (huursoldaat) van het volk was, en dat de tributos die hij van het volk ontving, bedoeld waren als soldada (soldij). Ook bij ons werd hij regelmatig met het pactum geconfronteerd; de Staten van Holland beriepen zich er bijvoorbeeld in 1548 op, in een (succesvolle) procedure tegen een onrechtmatige exportbelasting.

Eenzijdige ontkenning van deze "volkssouvereiniteit' avant la lettre door verschillende vorsten (bijvoorbeeld door toevoeging van het hatelijke "bij de gratie Gods' - met andere woorden "niet door het volk aangesteld' - aan hun titels) kon niets afdoen aan de rechtskracht van dit "original contract', zoals de Whigs het later zouden noemen.

De absolutistische vorsten konden hun macht pas echt uitbreiden toen zij financieel onafhankelijk waren geworden van het volk, door de goudstromen uit de nieuwe koloniën. Althusius' theorie over de souvereiniteit van de standenvergadering moet tegen deze achtergrond gezien worden: zij was een reactie op de door Bodin in 1576 gentroduceerde extensieve definitie van de vorstelijke souvereiniteit.