d'Ancona wil voor 120 mln aan panden kwijt

DEN HAAG, 27 JULI. Minister d'Ancona (WVC) wil voor circa 120 miljoen gulden gebouwen verkopen om aan geld te komen, maar haar collega Kok (financiën) voelt daar niet voor. De discussie binnen het kabinet loopt al maanden, maar kwam deze maand door de zogenaamde Hangpuntenbrief in een stroomversnelling.

Kok stelt verschillende eisen. Gebouwen die worden gebruikt voor de uitoefening van kerntaken van de overheid mogen niet worden verkocht. Bovendien mag de opbrengst niet worden gebruikt voor gaten in de WVC-begroting. d'Ancona is daar wel op uit.

Voor Kok is de verkoop van schoolgebouwen, zoals vorig jaar door minister Ritzen (onderwijs en wetenschap) een voorbeeld van hoe het wel kan. De opbrengst werd merendeels gebruikt om de staatsschuld te verlichten.

d'Ancona zou onder meer de studio's en andere gebouwen van de omroep (NOB) willen verkopen. Een woordvoerder van het NOB reageerde vanmorgen zeer verbaasd, omdat NOB en NOS - de splitsing kwam in 1988 tot stand - hun middelen zelf in eigendom zouden hebben. Dat is echter slechts ten dele waar: de aandelen van de vennootschap NOB zijn in handen van een beheersstichting en volgens WVC is de minister daarbinnen “de baas”. Dat wil echter niet zeggen dat d' Ancona over verkoop mag beslissen. Dat kan alleen na een wetswijziging.

Mogelijk zouden ook de gebouwen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM) in Zeist en de panden van de Keuringsdiensten van Waren, verspreid over het hele land kunnen worden verkocht. De Keuringsdiensten weten echter van niets, hetzelfde geldt voor het RIVM.

Een woordvoerder van het minisiterie van WVC zei vanmorgen dat zij de verkoopberichten niet kon bevestigen. Een woordvoerder van Financiën daarentegen verklaarde dat er inderdaad in de ministerraad en tussen beide bewindslieden een discussie gaande is. Volgens haar komt een bedrag van 120 miljoen gulden “een eind in de goede richting”.

WVC is al bezig met de verkoop van terreinen en loodsen die gebruikt worden voor de opslag van Materialen in Bijzondere Omstandigheden (MIBO). Vorig jaar werd besloten dat na het eind van de Koude Oorlog deze medische en andere hulpgoederen, die zijn bedoeld zijn voor ooorlogstijd, niet meer nodig zijn. Veel spullen werden inmiddels weggegeven aan Oost-Europa en de Derde wereld.

De loodsen en terreinen worden in 1993 verkocht aan gemeenten en bedrijven.