Bredase uitgeverij legt zich toe op literatuur van vrouwen en migranten; De Geus: snel de achterkamer ontgroeid

Tien jaar geleden begon de voormalige vormingswerker Eric Visser in zijn flat in Breda een klein uitgeverijtje. Nu behoort De Geus tot de interessantste uitgevers van buitenlandse literatuur. “Onze fondslijst is ons visitekaartje geworden.”

Heeft een literaire uitgeverij die buiten de Amsterdamse grachtengordel is gevestigd nog kans om te overleven? Begin deze maand werd bekend dat uitgeverij Unieboek in Houten na twintig jaar stopt met het uitgeven van literatuur. De boeken die hier onder de imprints Agathon, Wereldvenster en De Haan op de markt werden gebracht zouden volgens uitgever-directeur T. Akveld door de excentrische ligging van het bedrijf onopgemerkt blijven.

Voor Eric Visser (42) van de Bredase uitgeverij De Geus klinkt dit argument weinig overtuigend. Over een gebrek aan aandacht heeft hij niet te klagen. Tien jaar geleden begon de voormalige vormingswerker in een achterkamertje in zijn flat in Breda een literaire uitgeverij die inmiddels is uitgegroeid tot een van de grootste en interessantste in z'n soort. Van een stagnerende afzet, waar veel collega's nu over klagen, merkt hij niets. Inmiddels heeft De Geus een kantoor van honderd vierkante meter en zijn er acht mensen in dienst. De laatste jaren is de omzet gestegen met gemiddeld dertig tot veertig procent. Zijn jaaromzet ligt nu tegen de drie miljoen. In de literatuur komt dat neer op een middelgrote uitgeverij: grote uitgeverijen als De Bezige Bij hebben gemiddeld een omzet van zeven à acht miljoen.

Hoe komt het dat De Geus in een overigens stagnerende markt nog altijd zo snel groeit? Het ligt niet aan het soort boeken dat Visser uitbrengt. Die verschillen weinig van wat Unieboek vroeger deed. Bij de ondergang van Agathon en Het Wereldvenster stond De Geus zelfs vooraan om enkele van de moeilijkst verkopende auteurs en titels over te nemen. Het fonds bevat veel auteurs uit de Aziatische landen en Midden Europa, en verder veel Turken, Egyptenaren en Engelsen. Op de fondslijst prijkt de Egyptische auteur Nagieb Mahfoez naast de Indonesiër Pramoedya Anata Toer en de Frans-Algerijnse Tahar Ben Jelloun. Van de laatste auteur nam de Geus onlangs de nog resterende exemplaren van Het Wereldvenster over. Op die manier werd een gewaardeerd auteur de ramsj bespaard.

Visser verklaart het succes van zijn uitgeverij vooral uit de grote aandacht die hij besteedt aan de distributie. Hij heeft gemerkt dat boekhandels die hij voor zijn fonds heeft kunnen winnen, soms vijftig of zestig exemplaren van één titel verkopen. Een andere oorzaak van zijn succes zijn waarschijnlijk de goede contacten die hij met een aantal buitenlandse collega's heeft opgebouwd. “Er is een aantal uitgevers in het buitenland die ongeveer dezelfde smaak hebben als wij. Wij tippen elkaar nu over en weer over bepaalde titels.” Daarnaast leest hij natuurlijk veel en houdt hij, samen met publiciteitsman Ad van Rijsewijk, de kranten en literaire bladen bij. “Bij veel auteurs die nu internationaal bekend zijn, waren wij er heel snel bij om hen te contracteren. Van de Roemeens-Duitse Herta Müller en de Chinese Zhang Jie was De Geus de eerste buitenlandse uitgever. Hetzelfde geldt voor de Frans-Algerijnse schrijfster Nina Bouraoui, die op dit moment in Amerika wordt vertaald.”

De keus voor dit soort auteurs is wat Visser betreft niet toevallig. Toen hij tien jaar geleden met zijn uitgeverij begon, wilde hij zich op twee terreinen specialiseren: literatuur van migranten en van vrouwen. Hij begon met enkele in Nederland wonende Turkse auteurs, soms in een Turkse en een Nederlandse editie, waarna een uitbreiding naar de rest van de islamitische wereld voor de hand lag. Wat het vrouwelijke betreft, probeerde hij een evenwicht te vinden tussen mannelijke en vrouwelijke auteurs. Hij kocht al vroeg de Amerikaanse Maya Angelou, later gevolgd door de succesvolle Australische Janet Frame en Zhang Jie.

Door de faam die sommigen van deze vroege titels inmidddels hebben verkregen, is het voor De Geus nu geen enkel probleem meer om bekendere buitenlandse auteurs aan te kopen. “Onze fondslijst is ons visitekaartje geworden.” Dat geldt ook voor De Geuzenpockets, de eigen pocketreeks die vorig jaar werd gestart. Daarin worden gedegen maar goedkope literaire boeken uitgegeven die vaak met vele duizenden tegelijk via de AKO- en Brunawinkels worden afgezet. Dank zij de pockets is De Geus nu ook in staat om een aantal titels uit te brengen die men eerder had gemist. Visser: “Soms is een pocket voor ons een inhaalmanoeuvre. Tahar Ben Jelloun wilden we bijvoorbeeld altijd al hebben. Hij stond hier al lang in de boekenkast, toen we hem eindelijk in licentie van het Wereldvenster konden overnemen. Datzelfde geldt voor De vrouw in het riet van de Chinese X.L. Zhang.”

Over het debâcle bij Agathon en Het Wereldvenster wil Visser niet al te veel zeggen. “Er is daar erg veel kwaliteit uitgegeven, maar ze hebben het niet goed gebracht.” Het bevestigt hem in ieder geval in zijn angst te worden opgekocht door een groter bedrijf. Het nadeel van zijn zelfstandigheid is dat hij extra kosten moet maken voor de verkoop en de boekhouding - “bij een concern wordt dat allemaal centraal gedaan” - maar het voordeel is dat zijn voorkeuren niet bedreigd worden. Hij wijst erop dat De Geus relatief veel titels uitbrengt waarmee geen winst wordt gehaald, maar waar toch ook weinig op wordt verloren. “Bij de meeste uitgevers is het zo dat ze een paar bestsellers uitgeven en op de rest zwaar verliezen. Wij geven in verhouding veel boeken uit waar we quitte mee spelen.”

Daar komt bij dat De Geus nu niet op hoge lasten zit. De uitgeverij is gevestigd in een bedrijvencentrum van de gemeente Breda, in een vroegere sociale werkplaats, voor een prijs waarvoor je aan de Amsterdamse grachtengordel net één klein kamertje kunt huren. En in de goede tijd, “toen er achter elkaar een paar bestsellers waren”, is er verregaand geautomatiseerd. Visser: “We kunnen daardoor nu dingen doen waarvan anderen denken dat ze niet kunnen.”

Het afgelopen jaar gaf De Geus 33 nieuwe titels en 15 pockets uit, een gemiddelde produktie van bijna één titel per week. Dit tempo wil hij voorlopig aanhouden. “We zijn nog steeds druk bezig met het introduceren van nieuwe auteurs. Nu het slechter gaat, zie je hoe veel uitgevers maar wat uit de oude pot halen. Wij komen dit najaar echter met drie Nederlandse debuten. We brengen weer een aantal hier nog onbekende buitenlanders, zoals de Rus Vasili Grossman en de Turks-Duitse Emine Sevgi Özdamar. Van de Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer komt dit najaar weer een boek van zevenhonderd bladzijden, en er volgen van hem nog zes. We gaan met hem nog tenminste tot in het jaar 2000 door.”