Binnenschippers en verladers niet blij met akkoord; Biesheuvel: Minister Maij-Weggen stelde zich pragmatisch op

DEN HAAG, 27 JULI. “Een doorbraak” noemde bemiddelaar mr. B. Biesheuvel het "akkoord van Eindhoven' gisteren. In huize Maij hadden de minister en staatssecretaris van Rooij, tot nu toe uitgesproken tegenstanders van een wettelijk verplicht internationaal toerbeurtsysteem, zich zondagavond buitengewoon “pragmatisch” betoond. Ze hadden zich, aldus Biesheuvel, gerealiseerd dat alleen zo'n wettelijke status “een groot maatschappelijk probleem” uit de wereld kon helpen.

De volgende morgen was de minister in alle vroegte naar Brussel afgereisd om daar over een wettelijk verplicht toerbeurtsysteem te overleggen met haar Belgische collega Coëme en EG-commissaris Van Miert van mededinging. Ook die hadden tegen de verwachting in “ja” gezegd. “Dus als ik u was, zou ik de toezegging met beide handen aangrijpen.”

Dat de meeste binnenschippers dit toch niet hebben gedaan, heeft veel te maken met het tijdelijke karakter van het wettelijke verplichte toerbeurtsysteem in het noord-zuidverkeer op België. Actieleider G. Veuger zei dat hij zijn “peuk zou opvreten” als de schippers op basis van Biesheuvels concessie zouden besluiten weer te gaan varen.

Het voorstel van Biesheuvel behelst niet meer dan een overgangsregeling, geldig totdat de EG een marktordening voor de binnenvaart heeft uitgedokterd. En hoewel de binnenschippers er ook gisteren weer op aandrongen dat minister Maij-Weggen zich inzet voor een systeem van schippersbeurzen en bodemprijzen in heel Europa, is het hoogst onwaarschijnlijk dat dit tot stand komt. Commissaris Van Miert mag dan weliswaar akkoord zijn gegaan met een wettelijke status voor België en Nederland, vanmorgen nog deelde het ministerie van verkeer en waterstaat mee desondanks “geen enkele aanwijzing” te hebben dat de EG iets anders voor ogen staat dan liberalisering van de binnenvaart.

De vraag is dus wanneer het "akkoord van Eindhoven' zal worden ingehaald door de marktordening van de EG. Deze zou aan het einde van dit jaar gestalte moeten krijgen, maar Biesheuvel zei gisteren te geloven dat de EG daarin niet zal slagen. “Mijn ervaring is dat tijdelijke regelingen altijd langer duren dan voorzien.” Dat was ook zijn belangrijkste reden om de voorlopige wettelijke status van harte bij de binnenschippers aan te bevelen. Tegelijk gaf ook hij toe dat een Europees systeem van toerbeurten er niet in zit. “Met zo'n voorstel kom ik niet, en ik kan u verzekeren dat minister Maij-Weggen er ook niet mee komt.”

Aan de andere kant kon Biesheuvel evenmin zeggen wanneer de wettelijke status van het toerbeurtsysteem met België geregeld zal zijn. In België zal het bij Ministerieel Besluit worden geregeld, maar in Nederland moet een wetsontwerp worden voorbereid en moeten de Tweede en Eerste Kamer erover oordelen. In de tussentijd zal er dus een tweede overgangsregeling moeten komen, in de vorm van vrijwillige afspraken tussen verladers, expeditiebedrijven en de binnenschippers. Biesheuvel verwacht dat verladers en expeditiebedrijven die vrijwillige afspraken zullen willen maken: “Ze willen in de eerste plaats dat de schippers weer gaan varen. Dan zullen ze ook accepteren dat er pijnpunten worden opgelost.”

Biesheuvel informeert de verladers en expediteurs vanmiddag over zijn voorstel. De ondernemingsorganisatie EVO, die de belangen behartigt van opdrachtgevers en verladers in de binnenvaart, staat op voorhand sceptisch tegenover het plan. Het staat volgens de EVO op gespannen voet met het anti-kartelbeleid in de EG.

De EVO wijst erop dat een (tijdelijke) wettelijke regeling van het toerbeurtsysteem onlosmakelijk is verbonden met bodemprijzen. “Het is toch merkwaardig dat we in de binnenvaart kartelachtige toestanden handhaven. Wij vragen ons af wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor andere vervoerssectoren, zoals de luchtvaart en het goederenvervoer over de weg, die op het ogenblik ook zware tijden doormaken”, aldus woordvoerder P. Romijn.