Witte jas niet zaligmakend

Oud-rechter mr. B.J. Asscher schrijft dat het dragen van de toga door de rechterlijke macht een nuttige functie heeft. Hij adviseert de medicus de witte jas weer aan te trekken om gesignaleerde agressie in spreekkamers van artsen te reduceren (NRC Handelsblad, 17 juli).

Asschers artikel behoeft enige aanvulling. Het advies dat het dragen van de witte jas een barrière tegen agressie van patiënten is, gaat voorbij aan het feit dat in die bepaalde steden of buurten waar Asscher op doelt voor het merendeel patiënten wonen die er niet aan denken hun arts te molesteren. Het gaat ook voorbij aan het feit dat de aard van de mededeling die een arts aan een hem vrijwillig consulterende patiënt doet, van geheel andere aard is dan de rechter aan de onvrijwillig voor hem staande verdachte (of in het ongelijk gestelde partij) moet doen.

Agressie tegen artsen komt wel voor na niet welgevallige mededelingen over zaken die niet stroken met de opvatting van de patiënt over onderwerpen die financiële gevolgen hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld over het weigeren van medewerking aan verzuimverlengende activiteiten. Ook in het kader van verslavingsproblematiek kunnen gemakkelijk conflicten tussen arts en patiënt optreden. Men hoeft dan niet meteen aan opiaten te denken: het niet (meer) verstrekken van pijnstillende medicamenten of slaapmiddelen kan agressie opwekken. Bij weigering van een verwijzing naar een specialist is dit eveneens denkbaar.

De meeste patiënten zijn echter redelijke mensen aan wie dergelijke verschillen van opvatting goed uit te leggen zijn. Voor zover dat niet het geval is, helpt een witte jas niet tegen de uitbreiding van verbale agressie naar lichamelijk geweld. Het tegendeel zou best eens waar kunnen zijn, namelijk dat de witte jas lichamelijk geweld provoceert.

In een discussie van destijds (niet gevoerd in vakbladen, doch in huisartsenkringen, zoals Balintgroepen) is als argument naar voren gebracht dat de patiënt in het contact met zijn huisarts geen behoefte heeft aan depersonificatie. Vooralsnog zie ik alleen maar voordelen in het feit dat de dokter zich in de kleding waarin hij zich het gemakkelijkst voelt een moeilijke boodschap overbrengt. De meeste patiënten stellen het gesprek op gelijkwaardig niveau op prijs. Dit heeft een goede invloed op de attitude van de patiënt ten opzichte van de te verwerken problematiek. Kennelijk wordt er door sommige kinderrechters ook zo over gedacht.