VISSELEER

“Visseleer past goed in het huidige eco-tijdperk. De vissehuid die anders weggegooid zou worden, wordt nu verwerkt tot een kostbare grondstof”, aldus Dorothé Duijves in "Vis aan je voet' (Weekagenda, NRC Handelsblad, 8 juli).

Hiermee wordt de suggestie gewekt dat andere delen van die vissen reeds werden en nog worden gebruikt, bijvoorbeeld het visvlees voor menselijke consumptie. Daar de benamingen “van vier vissoorten: haai, rog, karper en baars” niet op vissoorten slaan, maar op orden of families van vissen die ieder in de diverse werelddelen zijn vertegenwoordigd door tientallen tot honderden soorten, valt dat niet zonder meer na te gaan.

Wat betreft het "anders' weggooien van visafval: dat wordt dikwijls reeds voor velerlei doeleinden verwerkt, onder andere voor diervoer. Bovendien worden er ook vissoorten gevangen juist omdat ze in het bezit zijn van een voor de verwerking tot leer buitengewoon geschikte huid. Dit geldt bijvoorbeeld voor diverse soorten slijmprik, tot de orde van Myxiniformes behorende vissen met een aalachtig uiterlijk, die voorkomen in de kustwateren van Noordoost-Amerika (Heiser en Martini, 1991). Het leer wordt agressief aan de man gebracht. De gevolgen voor de populaties en het ecosysteem zijn nog niet duidelijk.

Dat de vissen waarvan de huid “wordt verwerkt tot een kostbare grondstof, waar je prachtige schoenen van kunt maken” eens leefden en dus moesten worden gedood dreigt wellicht te worden vergeten. De bij visvangst en visverwerking betrokkenen blijken zich nog te moeten instellen op recente ontwikkelingen in de biologische wetenschap. Zo worden er steeds meer aanwijzingen gevonden dat alle gewervelde organismen, dus ook de vissen, emotionele hersenen bezitten. Daardoor ervaren ze gewaarwordingen als pijn en angst. Bovendien blijken de hersenen van sommige vissoorten behandelingen die bij zoogdieren vrijwel onmiddellijk de dood tot gevolg hebben, zelfs het scheiden van kop en romp, urenlang te overleven.

Een extra probleem is dat er over criteria om bij vissen de dood van de hersenen vast te stellen nog vrijwel niets bekend is. Onlangs is aangetoond dat gebruikelijke methoden om paling te slachten als ernstige mishandeling moeten worden veroordeeld (Flight en Verheijen, 1993). Vermoedelijk doen zich dergelijke problemen voor bij bovengenoemde slijmprikken. Herhaalde navraag over de wijzen waarop deze vissen worden gedood voor de leerindustrie werd tot nu toe niet beantwoord.

Ik wil beslist niet uitsluiten dat visseleer afkomstig kan zijn van “vissehuid die anders weggegooid zou worden”, maar ik hoop duidelijk te hebben gemaakt dat de modieuze ecovlag niet vanzelfsprekend iedere visseleerlading dekt.