Sweet kan beter in de studio blijven

Concert: Matthew Sweet. Gehoord: 24/7 Melkweg, Amsterdam.

Een goede plaat houdt nog geen garantie in voor een goed concert. Matthew Sweet ontworstelde zich twee jaar gelden aan een kring van Newyorkse sessiemuzikanten met de soloplaat Girlfriend, die vol stond met subtiele popsongs. Het country-achtige liefdesliedje Winona werd een hit op de Amerikaanse universiteitsradio en Sweet hoefde niet langer als anonieme huurmuzikant met Lloyd Cole of The Golden Palominos op tournee.

Op de plaat liet hij zich begeleiden door zijn gitaarhelden Robert Quine uit de band van Lou Reed en Richard Lloyd van Television. Laatstgenoemde coryfee uit de Newyorkse new wave maakt ook deel uit van zijn podiumgroep, die zaterdag voor het eerst in Nederland speelde. Het werd een droevige vertoning. De bos haar in Sweets ogen was symptomatisch voor het gebrek aan contact dat de zanger zocht met zijn publiek, terwijl het enorme geluidsvolume geen enkele doel diende. In de hoofdpijn verwekkende geluidsbrij waren hier en daar flarden herkenbaar van liedjes als Evangeline en In Too Deep, die op de plaat veel beter klonken.

Waarom staat deze man op het podium, als hij in de opnamestudio zoveel beter uit de voeten kan? Zelf had hij er kennelijk ook geen plezier in, en na een vreugdeloos uur van zinloos lawaai vertrok hij zonder toegift richting kleedkamer. Nog nooit zag ik tijdens een popconcert zoveel mensen op hun horloge kijken, want na afloop werd de dansvloer ontruimd en was het tijd voor gezellige dansplaatjes.