Nieuwe choreografie van Wim Vandekeybus bij Julidans; Blinden tussen ruwe touwen

Julidans. Gezelschap: Wim Vandekeybus / Ultima Vez. Produktie: Her Body Doesn't Fit Her Soul. Choreografie, directie en toneelbeeld: Wim Vandekeybus. Muziek: Peter Vermeersch. Kostuums: Isabelle Lhoas. Gezien 23/7 Stadsschouwburg, Amsterdam.

De nieuwe productie Her Body Doesn't Fit Her Soul van de Belgische theatermaker Wim Vandekeybus, die de manifestatie Julidans in de Amsterdamse Stadsschouwburg afsloot, is eerder bewegingstheater dan dans. Film, tekst spel en theatrale middelen vormen in wezen de hoofdmoot, terwijl de bewegingsonderdelen door hun felle, ruwe kwaliteit weliswaar de aandacht trekken, maar nauwelijks iets aan de inhoud toevoegen.

De voorstelling begint met een fragment uit Vandekeybus' film Elba and Frederico, die door het gehele stuk verweven is. Het laat onrustige beelden zien van blinde Mexicaanse musici en het huiselijke geredder van een koppel, waarvan de man zijn slaapperiode begint, wanneer zijn partner de hare net beëindigt. Zij heeft het licht nodig, hij doet alle moeite er aan te ontkomen. Dat thema loopt als een rode draad door de voorstelling en rechtvaardigt de aanwezigheid van twee blinde uitvoerenden.

Na dit begin wordt het fraaie, geraffineerd belichte toneelbeeld zichtbaar. Dat wordt eerst gevormd door een golvend zwart achterdoek dat in beweging wordt gezet door een tastende actrice, daarna door doorzichtige gordijnen van dunne ruwe touwdraden. In die draden zweven figuren los in de ruimte en schuren er met armen en schouders langs. De touwdraden worden doorgeknipt of moeten ten behoeve van de twee blinden juist de afbakening handhaven tussen podium en zaal. Sober materiaal, uiterst effectvol gebruikt.

Sober is ook het bewegingsmateriaal ondanks alle heftigheid ervan. Er wordt heel wat afgerend en tegen de grond gevallen. Sprongen dienen om andere lichamen te ontwijken, er zich juist tegen aan te gooien of gewoon om de zwaartekracht te ervaren: wat omhoog gaat, moet onherroepelijk naar beneden. Door de sterke dynamiek en de risicofactoren die er in zitten werkt zo'n bewegingstaal opwindend, zowel voor de uitvoerenden als de kijker, maar door de eenzijdigheid en de vele herhalingen krijgt het na verloop van tijd toch veel minder zeggingskracht. Bovendien wordt die manier van bewegen in veel eigentijdse dansgezelschappen gehanteerd, waardoor het verrassende element verloren is gegaan.

Slechts een enkele maal dient die taal bij Vandekeybus ter karakterisering van een individuele gemoedstoestand. Dat is wel het geval in de korte solo's van Nienke Reehorst, waarin ze als een nerveus fladderende mot over het toneel vliegt: snel, licht, onvoorspelbaar in richting, met ledematen die in alle onderdelen door kleine stroomstootjes lijken te worden geprikkeld. Of in dat onderdeel waarin de uitvoerenden met gesloten ogen alleen maar hun heupen sensueel laten ronddraaien, volkomen opgaand in de fysieke sensatie.

De knappe mengeling van diverse theatrale middelen en de gedreven vertolking door de tien medewerkenden leveren een intrigerende voorstelling op. Die kon mij echter niet tot het einde boeien, het in grote aantallen toegestroomde publiek evenmin. Het is overigens zeer verheugend dat de Stadsschouwburg met zijn Julidans-programmering erin is geslaagd de zalen zo vol te krijgen.