Lucifer

Aanvankelijk zou ik na een jaar met deze rubriek stoppen. Lezers konden dat weten en sommigen waren zo beleefd te schrijven dat ik moest doorgaan. Een man uit Leiden schreef dat ik moest doorgaan tot de dood van mijn hond.

Daar heb ik hartelijk om gelachen. Want dat was recht in de roos. Dat was precies wat Rekel voor me doet: hij herinnert telkens even aan de dood.

Hij staat bovenaan de trap. Hij is erg genteresseerd in mensen die de trap opkomen. De bedoeling is dat je, als je bijna boven bent, naar zijn poten grijpt. Dan vecht hij grommend terug. Zijn poten, daar moet je afblijven.

Maar ja, denk ik, straks ga je dood en dan krijg ik de schuld. Een gedachte als het afstrijken van een lucifer.

En zo is het al van jongsafaan. Zestien maanden was hij pas toen hij hier binnen kwam (traplopen kon hij niet, hij was vermoedelijk nog nooit in huis geweest) en meteen was er zijn dood als voorbehoud.

Ondertussen is hij almaar ouder geworden. Over een paar weken gaat hij mee de Alpen in en dat zal de laatste keer wel zijn. Je moet een hond van tien toch wat ontzien.

Het komt dus dichterbij en wat het is, ik weet het niet, maar ik neem het onmiskenbaar lichter op. Natuurlijk ga je dood, denk ik, maar nu nog niet! Misschien dat het zijn ogen zijn. Nog even klaar en vinnig als voorheen.