Kroaten in Bosnië in het nauw

SPLIT, 26 JULI. Vierduizend doden, vijftienduizend zwaargewonden en 190.000 Kroaten die plotseling in door vijandige moslims omsingelde enclaves blijken te wonen. Deze Kroatische verliezen in de moslim-Kroatische oorlog in midden en zuiden van Bosnië-Herzegovina leken nog maar luttele maanden geleden ondenkbaar voor het Bosnisch-Kroatische leger, de HVO, dat immers veel beter bewapend is dan het "Leger van Bosnië-Herzegovina' van de moslims.

Maar de moslim-opmars in Centraal-Bosnië gaat verder, met artillerieaanvallen op Novi Travnik, Vitez, Kiseljak en Busovaca dit weekeinde, terwijl de HVO de val van de stad Bugojno heeft toegegeven. Heel Kroatië, waar de militaire steun aan de volksgenoten in Bosnië-Herzegovina een uiterst omstreden onderwerp is, gonst van de geruchten over nieuwe nederlagen van de HVO, en de mogelijkheid dat het moslim-leger ten zuiden van Mostar een poging zal doen naar de Adriatische zee door te breken.

De stad Mostar, tot voor kort een van de meest oriëntaals aandoende steden van Europa maar door de Kroaten vorig jaar uitgeroepen tot hoofdstad van hun quasi-staat "Herceg-Bosna', verandert inmiddels definitief in een puinhoop door weken van straatgevechten tussen Kroaten en moslims.

Volgens door het semi-officiële Kroatische dagblad Vjesnik dit weekeinde verstrekte gegevens wonen de 190.000 van de rest van het Kroatische volk afgesneden volksgenoten in een enclave rond de stad Vares, één rond de steden Novi Seher en Zepce, en één rond Novi Travnik, Vitez, Busovaca, Kiseljak en Kresevo. In de afgelopen weken hebben de moslims Fojnica, Zavidovici, Travnik en het grootste deel van Bugojno veroverd. Bedreigd worden behalve de dit weekeinde gebombardeerde steden onder andere Gornji Vakuf, waar net als in Mostar Kroaten en moslims ieder een helft van de stad in handen hebben, en Prozor, dat vorig jaar al grotendeels door de Kroaten van moslims was "gezuiverd'.

De Kroaten hebben daar niet veel meer tegenover te stellen dan de ontwapening en arrestatie van moslim-soldaten in het buiten het eigenlijke strijdgebied gelegen Livno. Het meest bedreigende vanuit Kroatisch standpunt is misschien nog wel dat de gehele zuidoost-hoek van Bosnië, bijna vanaf Sarajevo, via Konjic, Jablanica en Mostar totaan Blaganj, vast in moslim-handen lijkt. Vanuit deze corridor wordt ook een mogelijke doorbraak naar de zee verwacht.

Vanuit de Kroatische gemeenschap in Bosnië-Herzegovina worden steeds feller oproepen aan de republiek Kroatië gericht, de volksgenoten in het buurland te hulp te komen, naar analogie van de bemoeienissen van de republiek Servië bij de strijd van de "Republika Srpska' in Bosnië. De regering in Zagreb aarzelt echter. De beperkte, door Zagreb overigens steeds ontkende betrokkenheid van het leger van Kroatië bij acties in Bosnië-Herzegovina heeft over het "moederland' immers al de dreiging van internationale sancties afgeroepen. En de bereidheid onder diensptplichtigen uit Zagreb of andere Kroatische steden om in Bosnië-Herzegovina hun leven te gaan wagen is vermoedelijk zeer beperkt.

Bij de Herzegovijnen, verreweg het meest militante deel van het Kroatische volk en de ruggegraat van het radicale deel van de HVO dat in het zuiden van Bosnië-Herzegovina het eigen "Herceg-Bosna' heeft uitgeroepen, is het gebrek aan solidariteit uit Zagreb nogal frusterend. Veel Herzegovijnen hebben in 1991 aan alle fronten hun leven veil gehad toen het erom ging Kroatië tegen Servische aanvallen te beschermen. Voorshands zit er voor de HVO weinig anders op dan, zoals de organisatie dit weekeinde deed, alle vluchtelingen en andere Kroaten uit Bosnië-Herzegovina die in het buitenland wonen voor de actieve dienst thuis op te roepen. Een van de weinige lichtpuntjes is de overgang van een belangrijke Kroatische generaal, Slobodan Prljak, van het leger van Zagreb naar de HVO.

Ook binnen de Kroatische gemeenschap van Bosnië-Herzegovina is de oorlog overigens sterk omstreden. Stjepan Kluic, een Kroatische politicus in Sarajevo die in principe de multinationale opvattingen van president Alija Izetbegovic heeft gesteund, noemt de leider van de HVO, de Herzegovijn Mate Boban, openlijk een verrader en oorlogsprofiteur, die willens en wetens op de oprichting van een eigen Kroatische staat heeft nagestreefd en strijd met de moslims uitgelokt. Maar ook aan de zijde van de moslims spelen radicale elementen een rol, met name onder de vele tienduizenden vluchtelingen in Centraal-Bosnië, die bij het ontbreken van elke andere bezigheid weinig anders te doen hebben dan hun haat en achterdocht in gewapend optreden om te zetten.

Volgens door Vjesnik dit weekeinde geciteerde cijfers zou het voordeel in bewapening niettemin aan de kant van de HVO moeten liggen: vijftig tanks, zeventig bewapende pantserwagens, honderd stuks zware artillerie en een groot aantal mortieren in de conflictgebieden, tegen maar vijftig stuks zware artillerie, honderd mortieren en een doodenkele tank aan moslim-zijden. Beide partijen zouden, volgens deze gegevens, ongeveer 50.000 man onder de wapenen hebben. Overigens zijn er elders in Bosnië nog steeds gebieden waar Kroaten en moslims zij aan zij tegen de Serviërs vechten, zoals langs de Servische corridor in Noord-Bosnië, bij de stad Tuzla en in de enclave rond Bihac.

Omtrent de Kroatische nederlagen tegen de moslims in Bosnië-Herzegovina wint onder de bevolking een "dolkstootlegende' veld, die niet zonder risico's lijkt voor het lot van met name de Britse vredestroepen. Volgens deze theorie, ijverig gecolporteerd in een deel van de Kroatische pers, zou vanuit Londen een monsterlijke samenzwering worden geleid tegen de Kroaten in Bosnië-Herzegovina, waarbij Britse soldaten in Centraal-Bosnië vanuit Vitez de moslims bij hun aanvallen zouden hebben geholpen en zelfs voor de televisiecamera's van de wereld in het dorpje Ahmici een slachting onder moslims hebben aangericht, die de Kroaten veel goodwill in de wereld heeft gekost.