Jagger (50) overleeft de eeuwige jeugd

NEW YORK, 26 JULI. Mick Jagger is vandaag vijftig jaar geworden. De voorman van de Rolling Stones en levend symbool van alles wat rock "n' roll is kan het niet langer ontkennen: hij is nu officieel oud.

Weinig mannen zullen de afgelopen jaren zoveel over hun leeftijd te horen gekregen hebben als Mick Jagger; ongetwijfeld zullen op deze verjaardag velen zich de kans niet laten ontgaan te onderstrepen dat de zanger van Satisfaction, Jumpin' Jack Flash en Honkey Tonk Women drie jaar ouder is dan de president van de Verenigde Staten. Wie de vele honende commentaren in de Engelse en Amerikaanse muziekpers van de laatste tijd heeft gelezen over de “bejaarde rebel” die de euvele moed heeft nog altijd in uitzinnige pakjes over podia rond te huppelen, zijn lippen uitdagend te tuiten en met zijn kont te schudden, kan alleen maar concluderen dat Jagger er fatsoenlijk aan gedaan had vandaag gewoon dood te zijn. In de rockmuziek bestaat nu eenmaal weinig tolerantie voor levende legendes.

Zijn halve carrière is Jagger door zijn leeftijd op de hielen gezeten. Niemand zal ontkennen dat het zijn eigen schuld is; tenslotte is hij degene die in de jaren zestig de onheilige drieëenheid jeugd, opstandigheid en rock "n' roll heeft ingesteld. Jaggers tartende, Lucifer-achtige persoonlijkheid leek er niet alleen op uit de gevestigde orde omver te werpen, maar ook de natuurlijke orde zelf. Als één muzikant uit de jaren zestig het aura van de eeuwige jeugd had, dan is het Mick Jagger. Bij andere oudere rocksterren, zoals Eric Clapton, Tina Turner, Neil Young en zelfs Keith Richard, mag hun uithoudingsvermogen respect afdwingen, maar Jagger is anders. Hij lijkt met iedere rimpel verraad te plegen, aan zichzelf, maar ook aan zijn generatiegenoten, die hem ten tijde van Sympathy for the Devil op zijn woord geloofden en zelf inmiddels allang hun neus gestoten hebben tegen de muren van het haalbare. Nu hij zo zichtbaar onderworpen is aan het gezag van de tijd, heeft Jaggers duivelse podiumgedrag onwillekeurig iets van een parodie op zijn jongere zelf.

Jagger lijkt dat ook wel te beseffen. Keith Richard, nooit te beroerd om zijn boezemvijand in de Stones de waarheid onder zijn neus te wrijven, heeft bij hem een Peter Pan-complex geconstateerd. En door de jaren heen heeft Jagger in vraaggesprekken vaak genoeg aangekondigd dat er een dag zal komen waarop hij de rock "n' roll vaarwel zou zeggen, maar hij heeft het jaartal telkens weer vooruitgeschoven. Hij heeft verklaard niet te willen eindigen als respectievelijk Elvis Presley, Bing Crosby en Frank Sinatra, zo vaak en zo nadrukkelijk dat het bezweringen lijken. Onlangs bekende hij aarzelend dat hij het toch niet laten kon: “Ik zie het me op mijn vijftigste nog wel doen, hoe krankzinnig dat ook klinkt.”

Pag.6: Uitdagende "bejaarde rebel'

Klinkt dat werkelijk krankzinnig? Alleen voor wie krampachtig vasthoudt aan het dogma uit de jaren zestig, dat oude mannen niet mogen zingen. Wanneer iedereen vindt dat rockmuziek onlosmakelijk verbonden is met jeugdige opstandigheid, dan lijkt me Jaggers onwil om te stoppen op zichzelf al een subversieve daad. Tot nu toe heeft geen muziekrecensent erover geklaagd hoe hij zingt, alleen dat hij nog zingt. Sterker nog, Jagger nieuwste soloplaat Wandering Spirit is onbetwistbaar de beste die hij heeft gemaakt; een plaat waarop hij bovendien laat zien dat zijn muziek vooral in traditionele en leeftijdloze muziekgenres als de blues, country, en zelfs folk geworteld is. Ook Steel Wheels, het laatste Stones-album, werd vier jaar geleden enthousiast ontvangen. Wie afstand neemt van de mythe van de Stones en de Sixties, zal moeten erkennen dat ze ook vóór Sticky Fingers veel rommel hebben gemaakt, en ook daarna nog prachtige nummers; een mooi voorbeeld is Miss You van het album Some Girls (1978), dat indertijd door rockpuristen verfoeid werd omdat het modieuze disco was, maar dat vijftien jaar later een van de betere Stones-nummers blijkt te zijn. Geen kritiek zo snobistisch en conformistisch als de rock-kritiek; in geen enkele andere kunstvorm is de angst om het "verkeerde' goed te vinden zo groot.

Volgend jaar gaan de Stones toch weer op tournee en een vijftigjarige Mick Jagger zal dan vast en zeker Satisfaction zingen. Daarmee bewijst hij dat zijn muziek niet vastzit aan de periode waarin ze is ontstaan en daaraan kan ontstijgen. Iedere keer dat Jagger Satisfaction live brengt, komt het nummer wat losser tegenover zijn ontstaangeschiedenis te staan. Met andere woorden, het wordt langzaam maar zeker tijdloos. Het Engeland van de jaren vijftig en zestig zal uiteindelijk van even veel, of even weinig, betekenis voor de muziek van de Stones blijken te zijn, als het Salzburg van de late achttiende eeuw voor de muziek van Mozart. Muziek die het niet zonder haar context kan stellen, is geen goede muziek.

Dat Jagger zijn eigen tijdperk heeft overleefd, mag op zichzelf al een wonder heten. Wie zijn leven samenvat met de woorden Sex, Drugs en Rock "n' Roll, maakt zich schuldig aan een understatement. Maar hoe vaak Jagger zichzelf ook heeft laten meeslepen door de destructieve krachten die hij zelf ontketende, hij is er nooit het slachtoffer van geworden. Achteraf kun je je niet aan de indruk onttrekken dat hij de jaren zestig eerder geacteerd heeft dan geleefd. Zoals hij het zelf met sublieme ironie samenvatte: “Veel van mijn vrienden zijn omgekomen bij auto-ongelukken, vliegtuigrampen en door een overdosis drugs. Daar heb ik van geleerd. Ik heb er altijd voor gezorgd niet te rijden met een overdosis tijdens een vlucht.”

Vanaf het moment dat de jongen uit Dartford tijdens zijn studie economie zijn keurige middle-class Engels verwisselde voor onvervalst cockney en ging zingen als een zwarte man uit het zuiden van de Verenigde Staten, heeft er altijd een zekere afstand tussen hem en de rest van de wereld bestaan. Maar het is de distantie van een groot acteur tot zijn omgeving, niet die van de charlatan. Anders dan bijvoorbeeld bij David Bowie, van wie nadat hij zijn laatste masker had afgelegd niet veel meer dan een lege huls bleek over te zijn, houden bij Jagger spel en oprechtheid elkaar meestal mooi in evenwicht. Jagger is een groot acteur, en die doet nooit alleen maar alsof. In zijn jeugd was hij een vurig bewonderaar van Laurence Olivier en dat zijn eigen carrière als acteur nooit echt van de grond gekomen is, komt misschien doordat hij zijn grootste rol al zo vroeg had leren spelen: die van de altijd geile en uitdagende, altijd ongrijpbare en inderdaad, eeuwig jonge Mick Jagger.

Wie zegt dat hij te oud is om die rol te spelen, mist gevoel voor theater. Op zijn vijftigste heeft Jagger een heel goede plaat gemaakt. Geoordeeld naar de slechts lichtjes overbelichte hoesfoto's van Annie Leibowitz heeft hij nog altijd een glad, jongensachtig lichaam. Zijn unieke kop is bezig langzaam maar zeker in een kunstwerk te veranderen. Genoeg reden tot felicitaties, lijkt me.