Intellect en belang

EEN PAAR MAANDEN geleden vertelde de Nederlandse ambassadeur in Duitsland dat dat land Europa een slechte dienst heeft bewezen in het vroegere Joegoslavië. Inmiddels heeft de Nederlandse ambassadeur in Frankrijk iets dergelijks geschreven. De eerste deed het per vraaggesprek, de tweede per boek. Wanneer twee Nederlandse vertegenwoordigers in uitgerekend die twee voor Nederland belangrijke landen zoiets doen dan mag men aannemen dat er sprake is van Nederlands buitenlands beleid. Dat is interessant.

De ambassadeur in Bonn constateerde dat onder druk van de toenmalige Duitse minister van buitenlandse zaken, Genscher, Kroatië is erkend. Was dat niet gebeurd dan zou er “wellicht geen oorlog zijn uitgebroken” en dat had duizenden mensenlevens gespaard. Met andere woorden, die Genscher heeft nogal wat op zijn geweten. De Nederlandse ambassadeur in Parijs is al even kritisch en heeft het over “zware consequenties” van het Duitse beleid, waardoor de vredesmissie van Lord Carrington tot mislukken was gedoemd.

DE VRAAG IS NIET of de hoge Nederlandse vertegenwoordigers gelijk hebben. Dat is voor het debat weliswaar boeiend en niet uitgesloten is dat hun analyse klopt. Erkenning van Kroatië forceerde de crisis in Bosnië dat ook geen andere uitweg dan de doelloze onafhankelijkheid zag, wat de burgeroorlog bestendigde. De politieke realiteit in Duitsland was tezelfdertijd echter dat het land een half miljoen politieke vluchtelingen uit het gebied herbergde, die behoorlijke pressie uitoefenden, dat Duitsland zojuist onder het motto zelfbeschikkingsrecht de eenheid had bereikt en zich derhalve zeer ongemakkelijk voelde bij weigering van zoiets elders.

Enig legalisme was de Duitsers evenmin vreemd: zij hoopten via erkenning de wereldgemeenschap tot militaire bijstand te bewegen, iets waartoe zij zelf om politieke en grondwettelijke redenen niet in staat waren en niet zijn. Vermoedelijk speelde de oude katholieke connectie tussen Zuid-Duitsland via Oostenrijk naar Noord-Joegoslavië een emotionele rol, de Duitse media kookten destijds over van woede over de Serviërs. Ten slotte was de liberaal Genscher buitengewoon bevreesd voor de gezamenlijke druk van de SPD en de CDU om Kroatië te erkennen. Voor liberalen in Duitsland heet het spookbeeld "grote coalitie', want een FDP buiten de regering betekent het einde van de FDP. Naarmate CDU en SPD bij de erkenning van Kroatië meer gezamenlijk optrokken, werd de liberale leider Genscher derhalve nerveuzer.

NATUURLIJK ZEGT een en ander niets over het gelijk van de Nederlanders. Misschien hebben ze het en in elk geval mag het project Erkenning als een faliekante mislukking worden aangeduid. Anderzijds misstaat een beetje scepsis niet. Want er valt evengoed iets te zeggen voor de stelling dat de invloed van buitenaf op het voormalige Joegoslavië gering tot marginaal is. Want als - bij gebrek aan effectieve militaire dreiging door de VN - tot nu toe één ding wordt bewezen dan is het hoe vlot de machthebbers en potentaatjes in het gebied alles en iedereen van buitenaf aan hun laars lappen. Enige bescheidenheid bij het toekennen van gewicht aan juridische kwesties als Erkenning of Niet-erkenning zou derhalve niet misstaan.

Inmiddels kan moeilijk worden ontkend dat de Duitse politiek van de hele geschiedenis zelf een kater heeft overgehouden. Het eerste project van politieke Alleingang na de Duitse eenwording is geëindigd in het niets.

DE EIGENLIJKE vraag voor Nederland is uiteraard een andere: welk doel dient de Nederlandse bewindsman van buitenlandse zaken met deze terechtwijzingen door zijn ambassadeurs aan het adres van Duitsland? Is het bedoeld als creatieve provocatie? Gaat het om effectieve benvloeding om een bepaald doel te bereiken? Of is het gewoon het ongeregisseerde vaderlandse instinct om gelijk hebben en gelijk krijgen in deze volgorde te bezien?

Feit is dat de huidige Duitse minister van buitenlandse zaken, Kinkel, nogal gepikeerd blijkt, dus mocht dat de bedoeling zijn geweest dan is de opzet geslaagd. Feit is ook dat Kinkel wel boos moet zijn, want kritiek op Genscher is kritiek op een godfather, kritiek ook op een man die in Duitsland weer snel aan populariteit wint en die maar een vinger hoeft op te steken en hij wordt de volgende bondspresident.

Ergo, welk belang wordt er met zulke analyses naast het nobele streven naar intellectuele zuiverheid verder gediend?