Het Las Vegas van de countrymuziek

Echte country & western-liefhebbers weten het: de wieg van hun geliefde muziek staat niet in Nashville, maar in de Appalachen en het Ozarkgebergte.

Zelfs de eerste grammofoonplaat met countrymuziek werd niet in Nashville, maar in New York uitgebracht. En toch heet Nashville al jarenlang Music City USA. Wie Nashville zegt, bedoelt country & western, de muziek die van eenvoudige katoenplukkers miljonairs heeft gemaakt. Nashville heeft zijn innige relatie met country & western maar aan één man te danken: George Dewey Hay. Die begon in 1928 het razend populaire radioprogramma Grand Ole Opry. Maar Nashville scheen nog altijd niet te begrijpen wat voor goudmijn daar werd aangeboord. In de jaren veertig was er geen countryplaat in Nashville te krijgen. Uit pure frustratie liet de countrygemeenschap naar het voorbeeld van de Baseball Hall of Fame in New York een tempel in Nashville bouwen om zijn helden voor eeuwig te vereren.

Nog altijd keert menige toerist met een lichte kater huiswaarts: hij heeft wel veel gezien, maar bitter weinig gehoord. Er zijn maar heel weinig theaters of clubs in Nashville waar countrymuziek wordt gespeeld. Nashville is in eerste instantie de stad waar de country & western-industrie zijn kantoren heeft. En die blijven voor het grote publiek gesloten. Nashville heeft de countrymuziek nooit echt omarmd, zo luidt het verwijt aan de stad die zich liever ziet als het Wall Street van het Zuiden.

Waarom zou Nashville zich ook inspannen? Per slot van rekening heeft de stad nooit enige concurrentie van betekenis te duchten gehad. Austin, Texas, is hoofdzakelijk de broedplaats van de "redneck rock', de elektrisch versterkte countrymuziek. Zo ligt ook niemand in Nashville wakker van Garlinburg, Tennessee, waar de rondborstige zangeres Dolly Parton haar eigen pretpark Dollywood heeft. Nee, Nashville zal wel altijd Music City USA blijven. Of niet?

Twee jaar geleden had niemand in Nashville van Branson, Missouri, gehoord. Nu kent iedereen het. In dit nauwelijks vierduizend zielen tellende dorp aan de grens van Arkansas is het Las Vegas van de countrymuziek verrezen. Langs de State Highway 76 vindt men de theaters van coryfeeën als Willie Nelson, Johnny Cash, Mel Tillis, Andy Williams en Ray Stevens. Branson heeft meer zitplaatsen dan alle theaters van Broadway samen. Elk seizoen trekt het dorp ruim 4 miljoen bezoekers; dit jaar zal waarschijnlijk het record van 5 miljoen worden gehaald.

De gekte in en rondom Branson is met geen pen te beschrijven. Het dorp kan de groeiende verkeersdrukte nauwelijks aan; het vijfentwintig man sterke politiekorps maakt overuren. De plaatselijke autoriteiten hebben toegezegd 10 miljoen dollar uit te trekken voor de verbetering van de wegen. Op het lokale vliegveldje kunnen geen Boeings landen. Het vele kilometers verderop gelegen vliegveld van Springfield overweegt uitbreiding. Zo beroemd is Branson aan het worden dat het naburige dorp Lakeview zich Branson West heeft gedoopt. Het gerucht gaat dat je zelfs aan de koeiestront van Branson nog iets kunt verdienen.

Toch is het enige vermaak dat Branson te bieden heeft muziek. In de "bible belt' wordt niet gegokt. In Branson spreken ze dan ook liever van het Broadway van de countrymuziek. Toch is de vergelijking met Las Vegas niet helemaal uit de lucht gegrepen, want veel van het gebodene is klatergoud. Waar anders kan een volstrekt onbekende Japanse violist Shoji Tabuchi - gespecialiseerd in het spelen van bluegrass - het tot een ster van wereldformaat schoppen? Tabuchi heeft nu zijn eigen tweeduizend zitplaatsen tellende theater, waar hij zijn publiek begroet met een welgemeend "Hiya, folks! Having a good time?' Het publiek kan er maar niet genoeg van krijgen. Alleen al vorig jaar is in Branson meer dan 1,5 miljard dollar omgezet. Er wordt dan ook driftig gebouwd: hotels, restaurants, supermarkten.

Het is maar moeilijk te begrijpen hoe deze gemeenschap zich zo snel tot een amusementsmekka heeft kunnen ontwikkelen. Er kwam pas geld in de gemeentekas toen jaren geleden een verlaten mijn werd omgebouwd tot pretpark. Het waren de Presleys (geen familie) en de Baldknobbers die in Branson de eerste muziektheaters lieten bouwen. In 1982 waren er al dertien theaters langs wat toen nog West Highway 76 heette, maar de shows trokken hoofdzakelijk belangstellenden uit de regio. Dat veranderde toen in 1983 de befaamde countryzanger Roy Clark een theater in Branson opende. Mel Tillis, Mickey Gilley, Moe Bandy, Boxcar Willie, The Gatlin Brothers, Loretta Lynn, Ray Price, Johnny Paycheck en Jim Stafford volgden. Nog immer trekt het nieuwe Eldorado avonturiers aan: Johnny Cash leende zijn naam aan een theater dat nog altijd moet worden afgebouwd. De volledige - 48 leden tellende - familie Osmond (broertjes Donny en Jimmy braken in de jaren zeventig menig meisjeshart) is in Branson neergestreken. Willie Nelson deelde tot voor kort een theater met Merle Haggard, de roemruchte zanger die met zijn ultrarechtse hit Okie From Muskogee eind jaren zestig hele universiteitsaula's tegen zich in het harnas joeg. George Bush was vorig jaar al eens in Branson ter gelegenheid van zijn verkiezingscampagne.

Tennessee kan Branson dus niet langer negeren, ook al nemen ze het nieuwe Nashville in het Ozarkgebergte nog altijd niet erg serieus. Branson, zo zeggen ze in Nashville, is het Las Vegas van de uitgerangeerde sterren. De country-industrie heeft zich nog niet in Branson gevestigd, maar ook dat lijkt te veranderen. Het dorp beschikt al over een heuse 24-sporen geluidsstudio en vele artiesten laten er imposante villa's bouwen. Over twee jaar weet heel de wereld waar Branson ligt.