Goormachtigh snakt naar echte tegenstand met discus

AMSTERDAM, 27 JULI. Het konijn kwam tevoorschijn na het kogelstoten. De champagne knalde na het discuswerpen. Jacqueline Goormachtigh was dolgelukkig met haar twee Nederlandse titels. Daardoor mag de 23-jarige atlete uit Rotterdam over drie weken naar het wereldkampioenschap in Duitsland, omdat ze eerder dit seizoen al aan de zogenaamde B-limiet voldeed. Het wordt het tweede grote internationale toernooi, na het Europees jeugdkampioenschap in 1989, in een carrière die tot het jaar 2000 moet duren. Het knuffelkonijn in rood-wit tenue, de mascotte van Stuttgart, had ze van een Duitse vriendin gekregen. De trainer verzorgde de feestwijn.

Voor de meeste atleten is het Nederlands kampioenschap het eindstation. Voor een handvol internationale toppers is de NK een horde op weg naar het WK van 14 tot 22 augustus in Duitsland. Daarnaast hoopten internationale subtoppers te profiteren van de coulante voorwaarden die de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie dit jaar stelde voor uitzending naar de WK. Goormachtigh en hordenloopster Langehuizen slaagden. De talentvolle 19-jarige sprintster Jacqueline Poelman won weliswaar twee nationale titels, op de 100 en 200 meter, maar bleef één honderdste seconde (11.41 seconde) verwijderd van de benodigde B-limiet.

Goormachtigh snakt naar een grote wedstrijd, naar echte tegenstand. Ze is al zes jaar bezig en heeft nog jaren te gaan. In Stuttgart hoopt ze bij de eerste tien te komen, op de Olympische Spelen in Atlanta bij de eerste zes, op de Spelen van het 2000 zou ze aan een medaille moeten kunnen denken. Ondanks vijf nationale titels bleven tot nu toe de schaarse uitnodigingen beperkt tot Duitsland en België.

Het lijkt wel alsof het discuswerpen bij het NK ondergeschikt is aan de loopnummers. Haar trainer, Patrick Homoet, is nog explicieter. “Dit kampioenschap is een dierentuin. Alle nummers door elkaar. Niemand begrijpt wat er gebeurt. Hoeveel publiek is er? Nul. Die duizend mensen die hier rondlopen zijn allemaal familie”, zegt Homoet.

Discus heeft een traditie in Nederland. Erik de Bruin won in 1991 zilver op het WK, Ria Stalman pakte goud op de Spelen in 1984. Maar De Bruin doet volgens Homoet lang niet voldoende om zijn nummer te promoten. Toen Homoet trainer was op een club waar De Bruin werd "ingekocht', weigerde de ster zelfs eenmaal met de mindere goden mee te trainen. Zonde, vindt Homoet. Want in dit slechte atletiekjaar - Ellen van Langen en Christiene Toonstra lopen niet, Elly van Hulst was weg - zijn bij dit NK “de Bruintjes (Erik en zus Corrie, red) één, Marco Koers twee en Jacqueline drie.”

In Stuttgart concentreert Goormachtigh zich op de discus. “Kogel vinden we helemaal niet leuk”, zegt trainer Homoet. De kogel is voornamelijk kracht, de discus grotendeels techniek. De Duitse recordhoudster kogelstoten is een log beest, 1.95 meter, zwaar en technisch heel slecht, geeft Homoet als voorbeeld. Maar de paar fraaie worpen van zijn pupil tijdens de training geven hem het gevoel naar ballet te kijken.

Zo mooi. Een pirouette van Nurejev, waar nog eens een krachtexplosie aan toegevoegd is. Anderhalve draai, samengebald in minder dan één seconde. Gevolgd door een vlucht van de discus over ongeveer zestig meter. Technisch zo moeilijk dat er hooguit tien worpen lukken op duizenden pogingen van Goormachtigh op het grasveld in Bleiswijk waar ze traint. Ooit zal ze 65 meter moeten werpen, zegt Homoet. Want dat is een prettige meevaller van de ineenstorting van het Oostblok. De top ligt opeens tien meter minder ver.

Juist zo'n grote wedstrijd in Stuttgart verschilt van de training. Dan moet je wennen aan de spanning en de rituelen. De afstand tussen het wachtveld en de werpkooi overbruggen. De subtiele strijd van de deelneemsters om die ene discus uit het stapeltje dat de organisatie ze voorschotelt. De meest prettige discus, met een niet te smal en een niet te breed randje, zo vertelt Goormachtigh, is meestal ook de favoriete schijf van de anderen.

Tegenover het enthousiasme van Goormachtigh stond gisteren de ingehouden teleurstelling van Poelman, die vorig jaar als lid van de estafetteploeg al mocht proeven van de sfeer in Barcelona. “De limiet, de limiet”, berust trainer Teije Blauw, die zich verre houdt van kritiek op de selectieprocedure en slechts hoopt op clementie van de atletiekunie. “Ik zal heus geen flater slaan”, zegt Poelman zelf. Ook van alleen lopen in de series zou ze wat opsteken. “Een paar dagen hotel, dan kom je in de sfeer. Ik voel me altijd veel beter op grote wedstrijden.”

Kijken en leren naar de toppers, die ruim een halve seconde sneller zijn. Om over vijf jaar aan te kunnen sluiten. Waarom zou je dat een talent onthouden? Vrijdag wacht Poelman een laatste poging in Luxemburg. Voor tegenstand is ze overgeleverd aan de organisator. “Hij zei dat er iemand mee zou doen die 11.20 heeft gelopen, drie jaar geleden. Het is altijd afwachten.”