De rek is uit het softbal in Nederland

HAARLEM, 26 JULI. De Nederlandse ploeg is buiten de prijzen gevallen op de zevende Haarlemse Softbalweek. Het nationale team van Amerika won ongeslagen het toernooi. In de finale werd een selectie uit Chicago en omstreken met 3-0 verslagen. Europees kampioen Italië was ook te sterk voor Nederland. De formatie van coach George Presburg werd drie keer kansloos door de Azzurri van het veld geveegd. Slechts twee van de acht ontmoetingen werden door Nederland gewonnen, tegen de Antillen en Taiwan.

De Haarlemse Softbalweek heeft opnieuw pijnlijk zichtbaar gemaakt dat de softbalsport in Nederland in een neergaande spiraal zit. Vooral het vrouwensoftbal verliest aantrekkingskracht. De belangstelling voor de competitie, zowel bij het publiek als bij de speelsters, is al jaren tanende. Maar nu staat ook de ontwikkeling aan de top ter discussie. Het verlies van de Europese titel vorig jaar aan Italië is geen incident, zo is de afgelopen week in Haarlem gebleken. De Italiaanse ploeg is op alle fronten superieur aan Nederland en dat zet menigeen aan het denken in de doorgaans nogal gezapige softbalwereld.

De fusie tussen de honkbalbond en de softbalbond, nu 22 jaar geleden, werd door velen in die tijd als een meesterzet gezien. Qua grootte maakten beide bonden zich los van de Alpenvereniging en de Kaatsbond, om maar een paar willekeurige voorbeelden te noemen. Beide organisaties zouden profiteren van het verstandshuwelijk, was de mening. Maar allengs is de softbaltak zich onplezieriger gaan voelen bij de samenwerking. Dit gevoel is niet in hoofdzaak veroorzaakt door onwil van honkbalzijde, zoals is en wordt gesuggereerd, maar komt vooral uit de boezem van de softbalsport zelf. Het veel grotere creatieve karakter van de softbalsport is onvoldoende uitgebuit. Er is terugloop in ledental. De rek is eruit. De top zit nu met de gevolgen daarvan.

Op de Softbalweek, die internationaal een grote naam heeft opgebouwd en daardoor dit jaar een intercontinentale kwalificatie meekreeg, is aangetoond dat Oranje steeds verder wegzakt van de wereldtop. In 1991 won Nederland het toernooi nog, maar nu was het kansloos, met name tegen het Amerikaanse slaggeweld. In de selectie rommelt het. Vijf topspeelsters ontbreken in de ploeg, omdat ze de samenwerking met coach Presburg niet zien zitten. Anouk Mels, speelster van HCAW uit Bussum, gaat ze daarin voor. Maar voor een andere groep is het plezier in de sport zoek.

Deze houding heeft consequenties voor de toekomst. De KNBSB wil ook met de softbalploeg de Olympische Spelen in Atlanta halen. Nederland zal zich daarvoor moeten kwalificeren bij de eerste vijf op het wereldkampioenschap. Met Amerika, China, Nieuw-Zeeland, Australië, Japan en Canada voor zich een uitzichtloze situatie. Een tweede mogelijkheid is nog dat Nederland zich plaatst via één van de drie kwalificatietoernooien. Het team moet dan winnen van Italië en Zuid-Afrika en dat is vooralsnog ook een onmogelijke opgave.

Renée van den Berg volgt de neergaande lijn met grote ergernis. Zij speelde vele jaren in Oranje en is met 111 wedstrijden record-international. Zij deed mee aan vijf Europese kampioenschappen en vier wereldkampioenschappen. In 1989 nam zij afscheid van Oranje. “De huidige ploeg”, zegt ze met een zucht, “heeft totaal geen uitstraling. De vechtlust ontbreekt en het mist natuurlijke leiders. Het is allemaal heel gezapig. Precies wat je ook in de competitie ziet. Speelsters zijn nauwelijks nog gemotiveerd. Dat komt enerzijds door gebrek aan erkenning. Maar bovenal ook door het ontbreken van het plan van aanpak.”