De nummer één mag niet meedoen

Hij draagt het nummer één, omdat hij vorig jaar nummer één was. Toen droeg hij ook het nummer één, omdat hij het jaar daarvoor nummer één was. Volgend jaar draagt hij weer het nummer één, omdat hij dit jaar al weer nummer één is. Het zou een reden kunnen zijn om iets tegen de nummer één te hebben. Dat het nummer één altijd de nummer één is. Dat verveelt, dat doorbreekt niet de sleur van het monotone leven.

Toen hij niet nummer één was, wenste men dat hij de nummer één werd. Omdat hij zo mooi, groot en sterk was. Omdat hij iets uitstraalde, iets supers, iets Grieks, iets goddelijks. Hij werd de nummer één, zoals alleen een nummer één dat kan. Zo mooi had een nummer één nog zelden gewonnen. Hij doorstond vergelijkingen met de nummers één van vroeger glansrijk. De nummer één zou nog jaren nummer één zijn.

Natuurlijk werd hij weer nummer één. Hoe moeilijk het ook was de nummer één te zijn. Ze probeerden de nummer één te belagen. Maar hij bleef de nummer één. Hij werd uitgeroepen tot de nummer één van het jaar 2.000. Dit jaar begon hij als de nummer één die weer nummer één zou worden. Lichte hoop dat hij niet meer zo mooi nummer één zou worden. Anderen moesten maar eens nummer één worden. Af en toe leek de nummer één te verzwakken, niet meer zo atletisch, Grieks en goddelijk. Hij bleef nummer één, omdat hij de nummer één is. Ze wilden dat nummer één werd aangevallen, dat hij afstand deed van nummer één. Altijd dezelfde nummer één. Waarom toonde de nummer één niet dat hij de nummer één was? Waarom viel hij niet aan, liet nummer één niet aan nummer twee zien dat hij de nummer één was, voor altijd de nummer één?

De nummer één bleef nummer één. Gewoon omdat hij al lang had aangetoond de nummer één te zijn. Hij bleef gewoon. En werd gewoon weer nummer één. Daardoor gaat de nummer één voortaan door het leven als een gewone nummer één. Hij praat nooit, leest nooit, toont geen gevoel, geen blijdschap, geen pijn, geen vechtlust, geen zweet en geen tranen. Nu is hij ineens niet genoeg nummer één.

Ze willen altijd de nummer twee. Maar die wordt wel nummer twee. Waarom is de nummer twee altijd populairder? Waarom zijn ze blij dat de nummer twee de nummer één ontroont? Waarom willen ze altijd dat de nummer één verliest, dat de nummer één niet meer mee mag doen? De nummer één zou altijd thuis moeten blijven.