De macht van de illusie

Het was afgelopen vrijdagmiddag feest in de kerk van Ruigoord. Tegen het decor van een manshoge verjaardagstaart sprak publicist H.J.A. Hofland er de eerste Ruigoordrede. De dichter Hans Plomp stak - verkleed als ambtenaar - de draak met het Amsterdamse Havenbedrijf en met onverminderde energie presenteerde "bisschop' Simon Vinkenoog zijn feestgedichten.

Op de kop af twintig jaar geleden kraakte een groepje kunstenaars het landelijke gehucht, dat volgens de plannen zou worden opgeslokt door een nieuw, omvangrijk industriegebied ten westen van Amsterdam. Alleen de opgespoten zandvlaktes rond het dorp herinneren nu nog aan de plannen. De economische groei bleek minder bestendig dan de na-oorlogse wederopbouw-prognoses hadden geschat. En de ongeveer tachtig bewoners van Ruigoord benutten iedere procedure om hun dorp te beschermen tegen het oprukkende industriegeweld.

Met het verstrijken van de tijd veroverde Ruigoord een zeker bestaansrecht. Met de komst van kleinkinderen is de derde generatie krakers inmiddels een feit. Rondom het dorp ontwikkelde zich een ruig natuurgebied met een rijkdom aan zeldzame planten en vogels. Ruigoord verkreeg in alternatieve kring internationaal bekendheid met de drukbezochte Landjuweel-festivals, die ieder jaar rond de volle maan in augustus werden gehouden. Aanstaande donderdag, als het dorp weer enigszins hersteld is van de verjaardagsfeesten van het afgelopen weekeinde, is er weer een Landjuweel, dit maal in het teken van de Australische Aboriginals.

Het zou echter wel eens de laatste keer kunnen zijn dat er onder de volle maan dromerig wordt geluisterd naar getrommel en fluitmuziek. In ambtelijke kring werd Ruigoord al die jaren onveranderd gezien als een hinderlijke belemmering voor de broodnodige ontwikkelingen in het westelijk havengebied. Volgens de laatste plannen moet het dorp plaatsmaken voor een reusachtige insteekhaven en een industriegebied, speciaal geschikt voor sterk vervuilende fabrieken. Dat levert 14.000 extra arbeidsplaatsen op en genereert een toegevoegde waarde van 1,8 miljard gulden, aldus de ambtelijke planners, die ter verhoging van het cachet van de cijfers het gerenommeerde bureau McKinsey inhuurden.

Daar steekt de toegevoegde waarde van een handjevol kunstenaars op een kluitje riet natuurlijk wat schraaltjes bij af. Ondanks de cijfers en de indrukwekkende panoramaschetsen van het nieuwe terrein hebben de plannenmakers op zijn minst de schijn tegen zich. Zo wees Hofland in zijn Ruigoordrede er al fijntjes op dat de eerdere prognoses bleven steken in megalomane illusies.

Wie enigszins bekend is met het schaamteloze cynisme waarmee ambtelijke diensten bij tijd en wijlen de realiteit naar zich toerekenen, is op zijn hoede. In een afstudeerscriptie op het onderwerp schetst de econoom R. de Bruijn een paar rake kanttekeningen bij de cijfers. Samengevat lijken er op zijn minst vraagtekens te plaatsen bij de noodzaak tot uitbreiding van de Amsterdamse haven. Bedrijfsterreinen zijn vooralsnog ruimschoots voorradig en van een explosieve industriële ontwikkeling is al evenmin sprake.

De twijfelachtige economische berekeningen en het toegenomen milieubewustzijn moeten redding bieden in het slotoffensief rond Ruigoord. Dat bestaat uit het beroep dat de bewoners tegen de plannen hebben aangetekend bij de Kroon. Een procedure die nog een tweetal jaren respijt geeft en wellicht een kans op overleven. “Ruigoord is het oog van de naald”, meende dan ook Simon Vinkenoog, “Het oog van de naald waar wij allen stuk voor stuk doorgaan.”