De hordennummers die het afgelopen weekeinde op ...

De hordennummers die het afgelopen weekeinde op het programma stonden bij het Nederlands kampioenschap atletiek, hebben in Nederland geen grote traditie. Olga Commandeur en Marjan Olyslager waren de voornaamste specialisten op de technisch moeilijke discipline. Twee atletes van een sekse die pas in 1973 over de horden is gaan springen. Pas nadat een Westduits onderzoek had uitgewezen dat vrouwen ook in staat zijn de hindernis te nemen. De mannen deden dat al ver voor 1927, het jaartal van bovenstaande afbeelding.

Negentig jaar eerder werd in het Engelse Eton een eerste serieuze hordenloop over 120 yards gehouden. De obtakels waren in 1837 vervaardigd uit aan elkaar geknoopte twijgen. Later ontstond de massieve, vaste horde. Tegenwoordig kunnen de veel lichtere horden in hoogte worden bijgesteld.

A.W. Daniels liep in 1864 bij een studentenwedstrijd tussen Oxford en Cambridge het eerste geregistreerde record op de 120 yards: 17.75 seconden. De Engelsman hanteerde nog de zogenaamde sliding-techniek, waarbij de horden-sprong zijwaarts werd ingezet. Zijn landgenoot Croome was in 1886 trendsetter met de frontale techniek. Tegenwoordig is de zijwaartse afsprong zelfs verboden.

Illustere, voormalige wereldrecordhouders zijn Edwin Moses (400 meter) en Renaldo Nehemiah, die de 110 meter als specialiteit had. De laatste werd midden jaren tachtig gecontracteerd door een Amerikaans footballteam. Hij zou in het profcircuit de tacklende tegenstanders net zo gemakkelijk ontwijken als de horden, dacht men. Maar Nehemiah had meer moeite zijn levende hindernissen te omzeilen en keerde gedesillusioneerd terug in de atletiek. Door zijn kortstondige profavontuur mocht hij niet deelnemen aan de Olympische Spelen. Moses wel. Hij won zijn specialiteit in Montreal, Los Angeles en Seoul. De laatste keer zelfs met een losgeraakte veter.