Celliste Harnoy gaat op in zichzelf; Euro-Kamerorkest toont zorgvuldige, rijke klankcultuur

Concert: European Community Chamber Orchestra o.l.v. Eivind Aadland m.m.v. Ofra Harnoy, cello. Programma: W.A. Mozart: Divertimento in D gr.t. KV 251; J. Haydn: Celloconcert in C gr.t.; E. Grieg: Twee elegische melodieën; B. Bartók: Divertimento voor strijkers. Gehoord: 25/7 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 9/9 11.00 uur Veronica Radio 4.

Spelend kwam het Kamerorkest van de Europese Gemeenschap gisteravond achterin de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw binnen, tussen het verraste publiek door over het middenpad naar voren lopend. Zelfs de bassist speelde wandelend, zijn instrument voor zich uitrijdend op een wieltje. Van twee zijden werd het podium betreden en daar werd nog eerst staande de Marcia alla francese uit Mozarts Divertimento in D gespeeld, voordat het stuk zittend werd voltooid.

Die overrompelende entree was de basis voor een fraai en succesvol concert waarin het twintig jeugdige leden tellende European Community Chamber Orchestra zich in diverse stijlen een consciëntieus en hecht musicerend gezelschap toonde onder leiding van de violist Eivind Aadland, concertmeester èn artistiek directeur. Met grote inzet voorkwam Aadland wat zo vaak gebeurt bij het spelen zonder dirigent: geleidelijk vervlakkend en steeds minder dynamisch spel of een inzakkende ritmiek. De gedreven Aadland veerde met zijn aanvuringen voortdurend op van zijn stoel en leek zo wel een zittende Stehgeiger.

Het Kamerorkest van de Europese Gemeenschap heeft een even zorgvuldige als flexibele speelcultuur die het toelaat het Divertimento van Mozart te produceren met een heldere, frisse en feestelijke klank, maar in de Twee elegische melodieën van Grieg en het Divertimento voor strijkers van Bartók een weelde aan geraffineerde klankkleuren tentoon te spreiden.

Grieg (wiens 150ste geboortedag dit jaar wordt herdacht) kreeg onder leiding van deze Noorse violist een emotievolle vertolking en het lang niet altijd diverterende stuk van Bartók klonk virtuoos in de hoekdelen en met een grote innerlijke spanning in het middendeel Molto adagio.

Zo was Bartók het hoogtepunt van de avond en niet het Celloconcert in C van Haydn met de in Israel geboren en nu in Canada wonende Ofra Harnoy als soliste. Harnoy had een hinderlijke en visueel vermoeiende présence: als ze niet hoefde te spelen zat ze voortdurend heftig mee te deinen op de ritmiek van de orkestpartij en plukte daarbij ondertussen ook nog aan haren èn snaren.

Zo was Ofra Harnoy met haar quasi-opgaan in de muziek steeds het middelpunt van de aandacht, en niet de muziek zelf. Harnoy is, ondanks nog al wat slordigheden in de intonatie, technisch begaafd te noemen. Maar ze is zeker geen sterke muzikale persoonlijkheid. Haar Haydn klonk daarvoor al te gemiddeld en gewoon. Waar dat niet het geval was, zoals in plotselinge veranderingen van klankkleur (van poezelig fluwelig naar pregnant nasaal) was zoiets meer de ingeving van het moment dan muzikaal of stilistisch gemotiveerd.

De publieke bijval was groot en als toegift speelde Harnoy nog een bewerking van Tsjaikofski's Herfstlied.