B.S. POLAK (1912-1993); Eigenzinnig en zuinig

Op 80-jarige leeftijd is zaterdag in Amsterdam professor B.S. Polak overleden, communist, verzetsman, wethouder van Amsterdam (1946-1948), lid van de Eerste Kamer voor de CPN (1956-1960) en hoogleraar huisartsengeneeskunde aan gemeentelijke universiteit. Hij had door bekende Nederlanders als H. Mulisch, C. Nooteboom en I. Vorrink in zijn praktijk.

Benjamin Sally Polak, zoon van een Nijmeegse rabbijn, deed in 1941 als "laatste jood' in Amsterdam artsenexamen. Hij kon zich in de eerste jaren van de oorlog tamelijk vrij bewegen doordat hij getrouwd was met Petra Eldering, dochter van een remonstrants predikant. Hij karakteriseerde het later ontbonden huwelijk als een "marriage de raison'. In huize Polak vergaderde de top van de CPN en werd het verzetsblad De Vrije Katheder gemaakt.

Na de oorlog was hij voor de CPN lid van de Amsterdamse gemeenteraad, de Provinciale Staten van Noord-Holland en de Eerste Kamer. Zijn eigenzinnige opvattingen botsten echter steeds meer met de partijdiscipline. Met het opgeven van zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer kwam een einde aan zijn politieke loopbaan. “Ik kreeg steeds meer kritiek op het gebeuren in Rusland waar de CPN zo nauwe betrekkingen mee onderhield”, zei Polak in 1984, het jaar dat hij met emritaat ging, in een vraaggesprek met deze krant. “Maar mijn marxistische maatschappijopvatting is niet veranderd. (-). Ik heb nog een korte neiging gehad onder de indruk te komen van de Chinezen, maar ook hier kreeg mijn kritische instelling de overhand.”

Niettemin zouden communistische omwentelingen Polaks belangstelling blijven houden. Zo werd hij in 1988 onderscheiden als Vriend van het Volk van Vietnam. Dat was onder meer een beloning voor zijn werk als voorzitter van het Medisch Comite Nederland-Vietnam (1978-1988).

Een en ander verhinderde Polak niet tevens lid te zijn van het Nederlandse "establishment', zoals hij het zelf noemde. Zo zat hij van 1976 tot 1982 in het hoofdbestuur van de Koninklijke Maatschappij ter Bevordering van de Geneeskunde. “Ik heb in die groep een vorm van kritiek vertegenwoordigd die daar anders niet zou zijn doorgedrongen”, zei hij over de functie.

Polak vond zichzelf een groot spreker. “Ik zeg altijd: het enige wat ie een beetje kan is lullen. Dat is nou echt mijn fort. Ik kan in Staphorst preken zonder dat ze in de gaten hebben dat ik van de verkeerde vereniging ben.”

Zuinigheid bracht Polak ertoe rouwbrieven in vieren te scheuren om de restanten als notitiepapier aan te wenden. “Iedere dooie levert mij vier papiertjes voor notities op, althans de dure. De arme met die kleine kaartjes natuurlijk niet.”