Aangrijpende zelfportretten van Anton Räderscheidt in Kunsthal Keulen; Man met "vrouw van honderd procent'

Tentoonstelling: Anton Räderscheidt (1892-1970). T/m 29 aug. in de Josef-Haubrich-Kunsthalle, Keulen. Dag. 10-17u, di en vr 10-20 u. Catalogus 48 DM.

“Ik moest dan ook vaststellen dat er geen sprake was van g.k. als ik naar de natuur werkte.” Geen grote kunst: deze openhartige conclusie van de Duitse schilder Anton Räderscheidt (1892-1970) getuigt van zelfkennis. Op zijn retrospectieve tentoonstelling in de Kunsthalle in Keulen blijkt dat hij, noodgedwongen, toch veel naar de natuur heeft geschilderd. Inderdaad, een deel van zijn werk - portretten van welgedane heren in pak met sigaar en stadsgezichten met de Dom van Keulen - verdient bepaald niet de kwalificatie "grote kunst'.

De carrière van Räderscheidt was in de jaren twintig veelbelovend begonnen. Zijn werk sloot aan bij de nieuwe zakelijkheid, of het magisch realisme, de kunststroming die werd beschouwd als het "objectieve' antwoord op de expressionistische uitspattingen van voorafgaande jaren. Zijn kleine, gladgeschilderde doeken van een stijve figuur met bolhoed in een kale, moderne metropool passen perfect in het nieuwe idioom. In dit werk weerklinken de uitgestorven pleinen en ledepoppen van de Italiaanse schilder Giorgio de Chirico die via het tijdschrift Valori Plastici invloed had op de jonge Duitse schilders.

Andere thema's die Räderscheidt in de jaren twintig schilderde zijn eenzame paren en zogenaamde Sportbilder. Dezelfde man in donker pak met bolhoed is steeds aanwezig in gezelschap van de "vrouw van honderd procent' zoals Räderscheidt haar eens omschreef. Het zijn gestileerde portretten van hemzelf en zijn toenmalige vrouw Marta Hegemann die behalve turnster ook schilderes was. Terwijl zij naakt oefeningen doet op de brug, aan de trapeze of op de tennisbaan, staat hij er onbewogen bij. De veel geciteerde omschrijving van het magisch realisme van de Nederlandse schilder Pyke Koch is ook hier van toepassing: situaties die wel mogelijk zijn, maar niet erg waarschijnlijk. Räderscheidt heeft zo op indringende wijze de eenzaamheid verbeeld die er tussen twee mensen kan bestaan; de ambivalente verhouding tussen een man en een dominante vrouw.

Na de machtsovername van Hitler zijn de meeste van deze schilderijen als "entartete Kunst' verloren gegaan. Räderscheidt moest in 1935 naar Frankrijk vluchten en werd tijdens de Duitse inval in Frankrijk met andere landgenoten in het kamp Les Milles bij Aix-en-Provence genterneerd. Na zijn vrijlating bleken ook de schilderijen uit zijn Franse atelier spoorloos verdwenen.

De tentoonstelling heeft niet alleen door deze tragische gebeurtenissen iets deprimerends. Afgezien van de losser geschilderde Strassenbilder uit het begin van de jaren dertig is Räderscheidt er na zijn magisch realistische periode niet meer in geslaagd een werkelijk persoonlijke stijl te ontwikkelen. Hij liet zich inspireren door Picasso en ging in de jaren vijftig, onder invloed van het abstract expressionisme, zelfs enige tijd non-figuratief schilderen. Bij zijn terugkeer naar zijn geboorteplaats Keulen, in 1949, bleek er voor zijn werk nauwelijks belangstelling te bestaan. Om in het onderhoud van zijn gezin te voorzien produceerde hij daarnaast voor de markt bovengenoemde portretten en stadsgezichten.

Nadat Räderscheidt in 1967 was getroffen door een beroerte, die zijn gezichtsvermogen ernstig aantastte, begon hij twee maanden later aan een herosch gevecht om weer te leren schilderen, om zijn portret weer als één, herkenbaar geheel op papier te krijgen. Deze dramatische pogingen om de eigen identiteit te hervinden zijn in ruim zestig gouaches vastgelegd. Voor de tentoonstelling is hieruit een keuze gemaakt. Zelfportretten, die geen "g.k.' genoemd kunnen worden, maar die wél een aangrijpend document van menselijke wilskracht laten zien.