Zij zonder hij

Het gezamenlijke inkomen van Amerikaanse vrouwen steeg tussen 1975 en 1990 van 202 naar 931 miljard dollar. In 1986 bezaten 13,6 miljoen van hen meer dan 500 duizend dollar. In 1990 geboren meisjes leven gemiddeld zeven jaar langer dan vergelijkbare jongens. Het aantal gezinnen met een moeder aan het stuur nam tussen 1980 en 1989 25 procent toe, van 8,7 naar 10,9 miljoen.

Deze en andere cijfers waren voor de Amerikaanse Oppenheimer Groep, beheerder van 50 beleggingsfondsen met ruim 40 miljard gulden van anderhalf miljoen rekeninghouders, aanleiding om bij duizend mannen en duizend vrouwen tussen 18 en 88 jaar te vragen hoe het zit met financiën en beleggen, de specialiteit van deze Robeco-achtige instelling.

Misschien, dachten de beheerders, is het tijd voor een andere aanpak, want negentig procent van de vrouwen zal er na de dood van hun partner of na een echtscheiding alleen voor staan. Vaak blijkt dat ze daar niet goed op voorbereid zijn.

De burgelijke staat van de ondervraagden zag er in percentages zo uit: gehuwd 61, samenwonend 3, alleenstaand 20, gescheiden 8 en alleen na overlijden 7. Op de stelling "mannen zijn van nature geschikter om geld te beheren en beleggen dan vrouwen' reageerde 83 procent afwijzend. Eenzelfde percentage van de paren verwierp de prikkelende uitspraak "ik zou meer willen doen aan de financiële zaken van ons gezin, maar dan krijg ik ruzie met mijn partner'. Bijna ieder paar praat van tevoren over belangrijke beslissingen en gelooft dat na overlijden of tijdens langdurige invaliditeit de andere partner in staat zal zijn om op de winkel te passen.

Eenstemmigheid dus, ook over beleggen in aandelen, obligaties en beleggingsfondsen. De helft van beide geslachten vindt dat mannen er meer van weten dan vrouwen. Een derde gelooft dat er geen verschil in kennis bestaat. Om dat te testen stelde men vragen als "wanneer de rente stijgt gaan de obligatiekoersen meestal.......' Heren beantwoordden die vraag even goed of fout als dames. Ook bij andere strikvragen overtuigden zij niet.

Ook banken, commissionairs en financiële planners worden onder een vergrootglas gehouden: "Gelooft u dat vrouwen met evenveel respect door hen bejegend worden als mannen?' Een kwart denkt van wel, meer dan de helft vindt dat niet. Twintig procent van de vrouwen geeft wellicht daarom de voorkeur aan een adviseur van de eigen kunne.

Dan nog een vraag over de oude dag: "Op welke leeftijd dienen mensen te beginnen met sparen voor later.' De helft zegt voor je 25ste en 85 procent meent voor je 35ste jaar. Jong geleerd is lang geteerd.

Oppenheimer trekt deze conclusies uit het onderzoek. "Vrouwen, in het bijzonder getrouwden, bemoeien zich meer met dagelijkse uitgaven dan met lange termijn geldzaken. Dit zal veranderen, omdat zij dat graag willen en ook kunnen. Het schort ze alleen aan ervaring.'

Om de twijfelaarsters uit de startblokken te schieten maakten de adviseurs van de groep een lijst met tips om ze warm te maken voor een beleggingsfonds. Deze punten gaan echter ook op voor persoonlijke financiële planning, orde in lange en korte termijn zaken. Vandaar een samenvatting.

Stel het niet uit, anders bereik je nooit iets. Het gaat om je eigen financiële toekomst.

Praat met financiële adviseurs. Vraag bij vrienden en bekenden naar geschikte kandidaten. Praat daarmee om kennis te vergaren en te helpen. Ze moeten jouw omstandigheden en wensen goed begrijpen, willen luisteren en niet direct hun eigen product of dienst gaan verkopen. Let ook op dat (voornoemde) respect!

Organiseer en plan dan. Je kan niet plannen voor later zonder te weten hoeveel je vandaag uitgeeft en ontvangt. Maak daarom eerst een compleet overzicht van het heden (kost tijd) en denk dan pas aan de toekomst.

Werk systematisch. Wanneer er een financieel plan op papier staat, voer dat dan systematisch uit. Spaar/beleg regelmatig en niet als het een keer uitkomt.

Luister, lees en leer. Na verloop van tijd gaat die financiële planning leven. Op vele manieren kan het inzicht verbeterd worden: met de wat gekleurde periodieken en brochures van de bekende financiële instellingen en artikelen in kranten en tijdschriften. Radio en televisie zijn niet actief op dit gebied.

Tot zover enkele punten. Er is geen reden om een planning uit te stellen.